Column

Niet aan beginnen, dat gemeentelijk huisarrest

Collectief huisarrest van een week, opgelegd door de gemeente, bestaat dat in Nederland? Ik las er vorige week een interview met de burgemeester van Weert over, dus het zal wel. En sindsdien heb ik niet gehoord dat hij in Den Haag op het matje moest komen – of dat Weert door de rechter op de vingers is getikt. ‘Huisarrest’ kende ik alleen als slotstuk van detentie, opgelegd door de strafrechter en gecontroleerd met een enkelband. Maar als lokale ordemaatregel, opgelegd aan niet veroordeelde of vervolgde burgers? Tring! Daar belt de gemeentelijke handhaver aan. „Ja, goedemiddag, sorry dat ik stoor, maar vanwege uw luidruchtige feestjes en uw biergebruik moet u de komende week binnen blijven, op een uurtje supermarktverlof na.” Het lijkt me even wennen.

Eind december ontstond in de Britse pers onrust over het gebruik van de Regulatory Investigatory Powers Act (RIPA), die lokale overheden toestaat om verborgen camera’s in te zetten bij terreurverdachten. Denk aan bijlenzwaaiende jihadisten. Gemeenten blijken de RIPA te gebruiken om illegaal duivenvoeren, sluikstorten, hondenoverlast, sigarettenverkoop, tatoeëerders, geluidsoverlast en straatverkoop mee te verhinderen. Een klassiek voorbeeld van function creep – bevoegdheden gebruiken voor doelen waar ze nooit voor bestemd waren. Zou dat met huisarrest ook zo zijn gegaan?

Ik ben gauw in het Handboek burgemeester gaan zoeken. Je weet het maar niet – de burgemeester is al enige tijd geleden van lintenknippende vergaderaar veranderd in de lokale sherrif, belast met de openbare orde, bevoegd om drugspanden te sluiten of bij huiselijk geweld de verdachte tien dagen uit huis te verwijderen. Gebieden aanwijzen waar preventief gefouilleerd mag worden, kan ook. Net als tijdelijk camera’s plaatsen, ouders van asociale jonge kinderen bevelen geven, groepen burgers (denk voetbalpubliek) maximaal 12 uur afzonderen, ‘bestuurlijke ophouding’ genaamd. Dan is er nog het noodbevel en de noodverordening bij oproer, wanordelijkheden, rampen of zware ongevallen ‘of de vrees daartoe’.

Maar huisarrest? Ik kon het maar niet vinden. Dichter bij dan het ‘doen opsluiten’ van gestoorde inwoners in een inrichting kon ik niet komen. Woningen sluiten? Nee, dat is wat anders. Lichamen laten opgraven? Nee, daar moet je dood voor zijn. Demonstraties verbieden, quarantaine bij besmettelijke ziekten, aspirant aannemers en dito café-bazen bestuurlijk doorlichten, optreden bij chemische incidenten, buurtdrama’s, schietpartijen? Nee, dat is het allemaal ook niet. Ik kwam ten slotte op de pagina met ‘mindmaps voor crisisbeheersing’ waar onze gezagsdragers worden voorbereid op incidenten die hen zomaar bij Nieuwsuur kunnen doen belanden, als sukkel of held van een op hol geslagen crisis.

Zou de burgemeester dat huisarrest zelf bedacht hebben, in dit geval voor overlastgevende asielzoekers? In Groningen was een hoogleraar rechtswetenschap, Jan Brouwer, die er wat van zei, namelijk dat er een verschil is tussen vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming. En dat burgemeesters dat laatste niet mogen en rechters wel. De burgemeester zette hem prompt weg als ‘kamerprofessor’. Zelf praatte hij zijn optreden in de krant goed door zijn doelgroep als types die ‘verkeerd gebruik, of zelfs misbruik’ maken van de asielprocedure te karakteriseren. En dat de winkeldiefstallen, vechtpartijtjes en zakkenrollerij die aan deze groep wordt toegeschreven, hem hiertoe dwongen. Zij verdienden dit dus, als het ware. Andermans overschrijdingen aangrijpen om die van jezelf goed te praten is nooit zo sterk. Dat huisarrest bleek juridisch gebaseerd op het noodbevel dat wettelijk dus niet voor deze situatie van relatief beperkte overlast bedoeld kan zijn. Dreigden er in Weert immers oproer, grote wanordelijkheden, rampen of zware ongevallen, zoals de wet eist? Nee, natuurlijk.

Huisarrest op bevel van de gemeente, ik moet er niet aan denken. Straks blijkt het te bevallen. Tring! Goedemiddag…

De auteur is juridisch commentator.

Volg NRC Recht & Onrecht ook op Facebook