Column

Nice

In de dertiende eeuw betekende ‘nice’ niet ‘leuk’ of ‘aardig’, maar ‘dom’..

Het jaar was nog maar net begonnen of ik kreeg al een stuk informatie voorgeschoteld waarvan ik dacht: ben benieuwd of we daar nog overheen gaan komen in 2017. Namelijk dit: het Engelse woord ‘nice’ komt van nescire, Latijn voor ‘niet weten’. In de dertiende eeuw betekende ‘nice’ dan ook niet leuk of aardig, maar ‘dom’.

‘Nice’ is het Engels binnengeslopen via het twaalfde-eeuwse Franse woord ‘nice’, wat onhandig, zwak, simpel of dom betekende. Nadat de betekenis ‘dom’ uitgewerkt was, ging het een tijdje timide betekenen, om vervolgens, eind veertiende eeuw, te refereren aan mensen die heel kieskeurig waren. Rond 1400 betekende het verfijnd of delicaat. Rond 1500 betekende het precies of voorzichtig. Eind achttiende eeuw begon ‘nice’ pas ‘aardig’ te betekenen.

En nu is nice toch alweer een hele tijd strikt positief. In Nederland wordt het ook veel gebruikt door mensen die weten wat modern is. „Ik heb mijn hele marketingplan zelf uitgerold.” „Oké, nice.” (De mensen die ‘nice’ zo gebruiken, zijn dezelfde mensen die veelvuldig ‘kak’ zeggen. „Dat maakt toch geen kak uit?” Of: „O kak, ik ben vergeten koffie te kopen.” Maar dat terzijde.)

Toch heb ik het gevoel dat ‘nice’ weer terug gaat keren naar een negatieve betekenis. In het Engelse taalgebied wordt het al veelvuldig ironisch gebruikt. En als iemand wordt aangeduid als ‘a nice girl’ is dat al bijna geen compliment meer.

En hoe zit het met ons eigen ‘leuk’? Dat schijnt oorspronkelijk ‘lauw’ te betekenen, wat wel mooi is omdat ‘lauw’ via andere weg inmiddels weer ‘cool’ betekent. Toen ‘leuk’ gebruikt ging worden om iets over mensen ze zeggen, betekende het iets als ‘bedaard’. Een matige aanprijzing dus. Knap hoe zo’n middelmatig woord kan promoveren tot iets waar je ‘super’ voor kunt zetten. En voor leuk-haters onder ons de geruststelling: het kan nog alle kanten op. Sterker nog: het zal nog alle kanten op.