Israël beschuldigd van nieuwe aanval op basis Damascus

Raketbeschietingen

Weer vuurt Israël raketten af op doelen in Syrië. Hiermee hoopt het vooral Hezbollah, steunpilaar van het Syrische regime, in te tomen.

Rook en vlammen bij de militaire luchthaven Mezzah in Damascus. Foto AFP

Voor de tweede keer in ruim een maand is afgelopen nacht de Mezzeh-luchtmachtbasis in Damascus gebombardeerd. Bij de aanval is volgens diverse media een wapendepot van het Syrische regime vernietigd. Syrische media schrijven de aanval toe aan Israël, dat principieel geen mededelingen doet over dit soort operaties.

Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. Eind november werden een Syrische legerpost en een Hezbollah-wapenkonvooi getroffen. Ook achter eerdere aanvallen, zoals de luchtaanval in 2015 waarbij het prominente Hezbollah-lid Jihad Mughniyeh omkwam, zat Israël vermoedelijk.

Omwille van staatsveiligheid mogen Israëlische media alleen verwijzen naar buitenlandse verslagen over de bombardementen, die zouden zijn uitgevoerd met raketten vanuit vliegtuigen boven Libanon of de door Israël bezette hoogvlakte van Golan. Maar ze nemen de mogelijkheid dat Israël erachter zit wél serieus.

En daar lijkt ook reden toe. De bombardementen passen naadloos in de strategie die het Israëlische leger medio 2015 ontvouwde in een strategisch document. Het kernwoord in dit concept: afschrikking.

Weinig te vrezen

Israël heeft tegenwoordig weinig te vrezen van formele vijandige legers, maar des te meer van extreme, gewelddadige en goed bewapende ‘substaat’-organisaties. De prominentste hiervan is Hezbollah, de Libanese beweging van sji’itische militanten die in buurland Syrië het regime van president Assad bijstaat.

Omdat de groep over naar schatting honderdduizend raketten beschikt, is Hezbollah in staat het leven in Israël danig te ontwrichten. Volgens het Israëlische leger groeit deze dreiging elke dag in omvang, snelheid, bereik en nauwkeurigheid.

Als Israël een klassieke oorlog tegen Hezbollah zou voeren, zegt het legerdocument, zou het land strategisch enorm in het nadeel zijn. De militanten van Hezbollah zouden zich verschuilen in woonwijken. Aanvallen op deze wijken zouden burgerslachtoffers veroorzaken, met juridische, humanitaire en pr-gevolgen.

‘Campagne tussen oorlogen in’

Eerder ervoer Israël dit in 2014, toen het in de Gazastrook zeven weken oorlog voerde tegen Hamas. Ook al is Hamas minder goed geëquipeerd dan Hezbollah, het principe was hetzelfde. Israël bombardeerde huizen, flats en soms hele woonwijken. De Verenigde Naties telden 1.462 burgerdoden, wat Israël veel kritiek opleverde. Zelf achtte Israël het aantal gedode burgers niet buitensporig.

Uit het strategische document blijkt niettemin dat Israël dit soort oorlogen liever voorkomt, en wel door een ‘campagne tussen oorlogen in’. Dit houdt in dat er clandestiene operaties worden uitgevoerd om vijandelijke dreigingen te dwarsbomen - vooral hun mogelijkheden om bepaalde wapens in handen te krijgen.

In het geval van Hezbollah is er een complicerende factor: dankzij het verbond met Assad wordt de groepering indirect ook gesteund door Rusland en Iran. Van deze vier bondgenoten onderhoudt Israël alleen met Rusland formele betrekkingen.

Israël bereidt zich ook anderszins voor. In november vertelde een legerofficier de krant Haaretz dat er plannen zijn in noodgevallen 78.000 burgers langs de Libanese grens te evacueren. Dit is, zegt de krant, een opvallende afwijking van de doctrine dat Israël juist nooit burgers evacueert. Het doel: minder burgerslachtoffers en een beter verdedigbaar gebied.

Voorlopig blijven de aan Israël toegeschreven bombardementen grotendeels zonder vergelding. Toch is Hezbollah volgens deskundigen in staat om wekenlang 1.500 raketten per dag op Israël af te vuren.

Ook Israël kan, indien nodig, enkele duizenden doelen per dag bestoken. Sinds 2008 heeft Israël drie oorlogen uitgevochten in Gaza. Maar de noordgrens is en blijft de grootste dreiging.