Ingezonden brieven van vrijdag 13 januari 2017

meent dat De Standaard Abou Jahjah niet had moeten ontslaan vanwege zijn sympathie voor een Palestijnse aanslag. “Bezette volken hebben recht op verzet.” En baalt van NRC’s instemmende factcheck over acceptatie van geweld door vijftig miljoen moslims. Een selectie uit de ingezonden brieven van vrijdag.

Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Gekrenkt, afgedankt, maar niet boos

In de NRC van 12 januari maakt socioloog Aafke Komter een overzicht van verschillende soorten boosheid. Ik heb daar wat kanttekeningen bij.

De eerste soort boosheid is sociaal-economisch van aard, schrijft ze. Dat is zo, maar ik denk dat die vorm van boosheid niet vaak voorkomt. Mensen die in beroerde omstandigheden leven zoeken de oorzaak eerder bij zichzelf of de economie, dan bij de overheid. Ze voelen zich niet gekend, afgedankt, aan de kant gezet, gekrenkt. Niet in de eerste plaats boos.

De tweede vorm van boosheid is identiteitsgerelateerd, zegt Afke Komter. Deze vorm van boosheid komt extreem veel vaker voor. En het is deze vorm van boosheid waar de media veel aandacht aan besteden.

De derde vorm van boosheid, de narcistische vorm, bestaat niet als aparte categorie, volgens mij. De narcistische boosheid zegt slechts iets over de mate van boosheid die vooral voorkomt bij mensen met een narcistische persoonlijkheid.

Zo is de tweede vorm van boosheid bijna per definitie zowel identiteitsgerelateerd als narcistisch. De tweede vorm van boosheid zoekt dan ook weer leiders met narcistische persoonlijkheidstrekken.
Henri Stroet, Landsmeer

Meer selectie aan de universiteitspoort graag

De rector magnificus van de Universiteit Utrecht pleit voor meer selectie en hogere collegegelden (NRC, 11 januari). Mijns inziens is met name selectie dringend gewenst, de negatieve bijeffecten daarvan ten spijt. Dit is niet alleen nodig omdat de rijksbijdrage per student sterk is gedaald.

Het fnuikende van het systeem is dat de overheid financiert op marktaandeel. Als iedereen groeit, wordt het bedrag per student vanzelf kleiner. Dit houdt de begroting van het ministerie van OCW onder controle, maar zorgt bij universiteiten voor angstig beleid en ‘perverse prikkels’.

Voor psychologie bijvoorbeeld, dat toch al niet lijdt onder gebrek aan studenten, starten steeds meer universiteiten een Engelstalige bachelor. Dat is een goed idee, ware het niet dat de opleidingen zijn verengelst ter anticipatie op dalende Nederlandse studentenaantallen, niet zozeer uit kwaliteitsoverwegingen. Anders was er wel een numerus fixus om een minimale kwaliteit te garanderen. Geen numerus fixus betekent ook geen selectie.

Iedere scholier met vwo (of havo en een jaar hbo) en elke buitenlandse scholier met een op papier equivalent diploma moet worden toegelaten. Hoewel er al voldoende studenten rondlopen die eigenlijk niks te zoeken hebben op een universiteit, hebben Nederlandse psychologie-opleidingen de afgelopen tijd successievelijk hun fixus ingeleverd – als ze die al hadden – uit angst voor een dalend marktaandeel.

Studeren in Nederland is goedkoper en minder selectief dan in veel andere landen en onze universiteiten hebben een uitstekende reputatie. Te verwachten is dus een verdere toename van het aantal studenten psychologie in Nederland, een verdere daling van het budget per student en een afbrokkelende reputatie.
Willem van der Does, hoogleraar psychologie

Onderhandelingsproces? Afpersingsproces

Hanna Luden van het CIDI presenteert zes uitgangspunten voor een oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict (Opinie&Debat, 7/1). Volgens mij hoeven het er maar twee te zijn: het internationaal recht en het afdwingen daarvan door de internationale gemeenschap.

De bezette gebieden zijn van de Palestijnen. VN-resolutie 194 stelt dat de Palestijnse vluchtelingen van 1948 recht hebben op terugkeer of compensatie. VN-resolutie 181, de partitie-resolutie van 1947, zegt dat de Joodse en de Arabische staat al hun burgers gelijke rechten moet geven, wat Israël niet doet.

Wat Luden in plaats daarvan wil is dat er een onderhandelingsproces komt; ik noem het liever een afpersingsproces, waarin zoveel mogelijk Palestijnse rechten moeten zwichten voor Israëlische wensen.

Luden wil ook absoluut geen druk op Israël. Zolang de internationale gemeenschap echter niet haar plicht – ik herhaal: haar plicht – doet door het internationaal recht af te dwingen kan de sterke partij, de kolonisator, gewoon zijn gang blijven gaan.
Jaap Bosma, Hoogezand

Panda’s horen niet in een Amsterdamse kooi

Binnenkort komen er twee Chinese reuzenpanda’s naar Ouwehands Dierenpark. Daar krijgen ze een heel groot verblijf dat lijkt op een Chinees restaurant. Zullen die dieren het hier naar hun zin krijgen?

Ik weet het niet, maar wat ik wel weet is dat degene die de dierentuin is begonnen, niet echt dacht aan de dieren zelf. Of misschien alleen aan waar de kooien zouden staan op zijn nieuw gekochte stukje grond. Maar als je dieren koopt of vangt, en je zet ze in dat kooitje midden in een grote stad, zie je dan niet dat dat er raar uitziet? Een leeuw midden in Amsterdam? Een panda op de Veluwe?

Ik ging er pas echt over nadenken toen ik een paar keer bij het pleintje bij Artis was geweest. Dan zie je flamingo’s en vogels met afgeknipte vleugels, langs een drukke weg, met een vijvertje en een boom, en een spiegel achter de vijver om de vogels warm te houden, denk ik. In de natuur leven ze in een warm land waar ze vrij kunnen rondlopen en vliegen.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik tegen dierentuinen ben. In de meeste dierentuinen worden de dieren goed verzorgd, maar dan nog! Mensen doen het alleen om geld te verdienen, maar verzin dan iets anders, er zijn echt wel meer dingen waarmee je heel rijk kan worden.
Noor van Weerdenburg (11), Amsterdam

Israël minacht internationaal recht

Luden, Siepermann en Hamburger gaven in afzonderlijke stukjes (Opinie&Debat, 7/1) aan dat met dit Israël nog garen valt te spinnen aangaande een oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Griezelig is te moeten vaststellen dat geen van de drie inziet hoezeer dít Israël, déze ‘Joodse staat’, door de politieke zionisten zelf naar de verdoemenis wordt geholpen. Het internationale recht wordt door hen met minachting verworpen, als hun beoogde doel erdoor stagneert. Resteert nog het punt van antisemitisme; eigenlijk is anti-judaïsme aan de orde, maar hoe dan ook. Als kritiek op afkeurenswaardig gedrag van Israël zonder meer als antisemitisch mag worden bestempeld, is het hek van de dam. Te hopen valt dat weldenkende Israëliërs en Joden elders er in slagen, de inhumane politieke zionisten de wind volledig uit de zeilen te nemen.
Egbert Talens, Zutphen

De Joodse zelfhaat van Jaap Hamburger

Dat het antisemitisme floreert wordt duidelijk uit het artikel van Martin Siepermann (Opinie&Debat, 7/1). Ook de Joodse zelfhaat, zoals door Jaap Hamburger gedemonstreerd, blijkt nog springlevend. In beide artikelen wordt de waarheid op een zodanig stuitende manier verdraaid, dat de haat jegens de Joodse staat van het papier afspat. Met geen woord wordt gesproken over de kwalijke rol van corrupte, Palestijnse leiders als Abbas die al jaren elk vredesinitiatief verwerpt en zijn heil blijft zoeken in terreur.
Hans Ebbe, Hillegom

Die factcheck over moslims, wat heb je eraan?

Bij een factcheck mag je ervan uitgaan dat de uitgangspunten wetenschappelijk en ook controleerbaar zijn, alsmede dat er wordt aangegeven wat de reden van onderzoek is geweest. In de factcheck van vrijdag 2 januari (‘Vijftig miljoen moslims accepteren geweld’ - dat blijkt te kloppen) wordt aan deze uitgangspunten niet voldaan.

NRC noemt Ruud Koopmans een wetenschapper, maar uit eerdere interviews en publicaties blijkt dat hij eigen emoties laat prevaleren en gevonden onderzoekresultaten eenzijdig interpreteert.

Factchecks worden dubieus als de onderzoeksvraag niet duidelijk gesteld is. In de genoemde factcheck is geen sprake van een eenduidige vraagstelling. Er zijn er meerdere: accepteren vijftig miljoen moslims geweld? Accepteren moslims geweld – ook tegen burgers – om de islam te verdedigen? Is het acceptabel in bepaalde situaties eigen geweld te gebruiken vanuit de religie? Verschillende vragen, waarop mensen verschillend zullen antwoorden. De uitkomst van de factcheck is arbitrair; wat heb je eraan? Zijn moslims gewelddadiger dan christenen, joden, hindoes en niet-gelovigen? En is het aantal gewelddadige moslims meer dan bij andere religies?

Wat blijft er in de hoofden van mensen hangen, na lezing van deze factcheck? Zoiets als: ‘Zie je wel, miljoenen moslims zijn gevaarlijk’. Zo draagt NRC bij aan populisme en is het koren op de molen van bepaalde partijen.
Gerbrand Rustenburg, Haarlem

Jammer, liever Obama

Wat jammer dat het nieuws en het hoofd van Trump de totale voorpagina van de krant ontsiert (11/1). En dat terwijl Obama twee pagina’s positief nieuws op de verdere pagina’s krijgt, maar blijkbaar niet voorpaginawaardig was. Het zou mooi zijn geweest als Obama de voorpagina had gesierd, qua beeld en qua inhoud. Als trouwe lezer van uw krant vind ik het jammer dat u meer en meer kiest voor het geven van de eerste aandacht aan sensatie en populisme. Letterlijk komt de tegenstem vaak op de tweede plaats. Uiteraard is de aandacht voor Wilders daar ook een voorbeeld van. Mijn suggestie zou zijn: verban dit soort heren en dames naar de latere pagina’s en kies in de eerste plaats voor positief nieuws dat hopelijk ook de democratie en het denken over dit systeem versterkt en ondersteunt. In dat geval zou Obama’s Chicago-speech op de voorpagina hebben gestaan.
Kees Willemse, Groningen

Ontslag Abou Jahjah onterecht

Frits Abrahams schreef een waar j’accuse aan het adres van Dyab Abou Jahjah (11/1). De Belgische activist is volgens hem terecht ontslagen als columnist bij De Standaard, maar wat heeft hij dan verkeerd gedaan?

Hij toonde begrip voor de aanslag op Israëlische militairen in Oost-Jeruzalem, dat sinds 1967 door Israël bezet wordt. Abou Jahjahs standpunt is verdedigbaar. Bezette volken hebben in hun land het recht zich te verzetten tegen hun bezetters. Dat is vastgelegd in VN-resoluties. Verzetsstrijders moeten zich wel als zodanig identificeren, of hun wapens zichtbaar maken. In dit geval was dat de vrachtwagen waarmee de aanslag gepleegd werd. Andere verwijten die Abou Jahjah te verduren krijgt (hij noemde o.a. de Antwerpse burgemeester De Wever een „zionistenpijper”) mogen en moeten aanleiding zijn tot kritiek, maar vormen geen reden iemand te weren van het publieke debat of voor antisemiet te slijten.

We zien liever geen gebruik van geweld en daarom is de geweldloze BDS-campagne (Boycot, Desinvesteringen, Sancties) tegen de Israëlische bezettingspolitiek zo’n krachtig initiatief. Dat neemt niet weg dat Abou Jahjah zijn mening mag geven en internationaal recht mag steunen. Treurig dat Abrahams hem die ruimte misgunt.
Paul Aarts, Fadi Hirzalla, Amsterdam