In de vrieskou in een vluchtelingententje

Lesbos Een sneeuwstorm vernielde een vluchtelingenkamp op Lesbos. „Het was alsof iemand door het kamp liep en alle tenten losrukte.”

Een migrant bij zijn besneeuwde tent in het vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos. Foto AFP

De sneeuw op het Griekse Lesbos is gesmolten. In Moria, het grootste vluchtelingenkamp op het eiland, giet een man liters regen van een UNHCR-zeil af, en gaat er even later op bidden, richting Mekka. De tenten in Moria raakten verwoest door heftige sneeuw- en regenbuien die eind vorige week begonnen. Op beelden is te zien hoe bewoners bibberend in een lange rij wachten op een hap eten. Volgens de woordvoerder van UNHCR, de vluchtelingentak van de VN, zijn er tot nu toe in Europa vijf vluchtelingen gestorven als gevolg van de kou. De vrees bestaat dat meer mensen zullen omkomen.

„Het was alsof iemand door het kamp liep en alle tenten losrukte”, vertelt Felix, een politicologiestudent uit de Nigeriaanse stad Lagos die nu twee maanden in Moria woont. Vorige week zag de 26-jarige Felix voor het eerst in zijn leven sneeuw. „Mensen begonnen het te filmen, maar mijn lichaam was zo koud dat ik mijn telefoon niet omhoog kon houden. Veel vluchtelingen hier zijn echt niet gewend aan kou”, zegt hij. „Het was een verschrikkelijke ervaring. Ik hoop dat ik sneeuw ooit weer leuk kan vinden.”

De kou was wel voorspeld

Dat het koud ging worden in Griekenland, zag de Griekse regering wel aankomen. Yiannis Mouzalas, de Griekse minister van Immigratie, beloofde daarom vorige week al dat de vluchtelingen in de kampen geen last zouden krijgen van de kou. Maar hij kon zijn belofte niet waarmaken.

„Vorig jaar sneeuwde het ook in Moria maar toen was het een registratiecentrum waar mensen 1 à 2 dagen verbleven”, vertelt Eva Cossé van Human Rights Watch (HRW), naast het kamp. „Nu wonen mensen hier maandenlang. Dan moet je betere voorzieningen hebben.”

De regering heeft woensdag een militair schip naar Lesbos gestuurd dat vijfhonderd vluchtelingen kan opvangen; ze kunnen hier slapen, het is er warm. Maar bij het schip in de haven van Mytilini is weinig te zien. Zitten er wel mensen? Cossé van HRW: „Wij hoorden van sommige mensen dat ze niet op het schip wilden uit angst te worden uitgezet.”

In Moria, waar zo’n 4.800 asielzoekers verblijven – voornamelijk mannen uit Syrië, Afghanistan, Pakistan en verschillende Afrikaanse landen – komen nog dagelijks nieuwe mensen aan. Dit jaar bereikten 437 mensen Griekenland, 27 asielzoekers overleefden de oversteek niet.

Op vrijdag schijnt de zon weer op het eiland. Vanachter het hek is te zien hoe de mannen proberen hun zaakjes weer op orde te krijgen. Natte kleding wordt aan het hek gedroogd, verlengsnoeren worden gerepareerd. En nu de grote regenplassen in het kamp zijn opgedroogd worden er weer vuurtjes gestookt om de handen bij te warmen.

Ook zijn veel mensen in Moria ziek geworden door het koude weer. „Vooral kinderen”, vertellen twee jonge Afghaanse vrouwen. De 20-jarige Roya uit Kunduz: „Mijn dochter van vier is al wekenlang aan het hoesten, de medicijnen die we krijgen werken niet. En ik kan haar niet naar het ziekenhuis meenemen omdat geen van de artsen Grieks én Afghaans spreekt”, zegt ze. „Mensen worden depressief in dit kamp.” Waarom verhuizen ze niet naar het militaire schip in de haven? „Een schip?”, zeggen ze in koor. „Daar hebben we niets over gehoord.”