Cultuur

Interview

Interview

Foto Frank Ruiter

Kunstenaar Joseph Klibansky: ‘Ik kan alles maken’

Lunchinterview Hij begon in de woonkamer van zijn ouders. Nu leeft de hele familie van Joseph Klibansky riant van zijn kunstwerken. „Kunstcritici en museumdirecteuren zullen zien dat ik geen jongetje meer ben.”

De kunstenaar is zijn stem kwijt, dus fluistert Joseph Klibansky (32) en zitten we in het allerstilste hoekje van zijn atelier annex galerie op een industrieterrein in Naarden. Zijn moeder brengt cappuccino, zijn schoonzusje maakt foto’s met haar telefoon. Ondertussen wordt een levensgrote, fluweelblauwe Nijntje in een krat getild, worden schilderijen ingepakt en staat een gigantische gorillakop met feesthoedje en toeter te wachten op vertrek naar Zwolle. Daar, in museum de Fundatie, krijgt Joseph Klibansky vanaf 28 januari een solotentoonstelling, zijn eerste in een museum.

Op de „show” in Zwolle komt straks tien jaar werk samen. Tien jaar is hij nu kunstenaar, of ‘artist’, noemt hij het liever. „Het Nederlandse woord kunstenaar is synoniem aan ‘kom je wel rond?’ Het staat voor: ‘die jongen zit nu even in een fase, straks gaat hij wel iets serieus doen met zijn leven’.” Maar kunst, of liever ‘art’, is zijn leven. Succes en bekendheid verwierf hij zonder exposities in musea, zonder kunstopleiding ook. Zijn werk vond op eigen kracht z’n weg naar liefhebbers. Neem de schilderijen waarmee hij op slag bekend werd, op doek geprinte fotocollages van metropolen die hij bewerkte met fluorescerende vlinders of afbeeldingen van tropisch regenwoud. „Die stukken raakten een snaar. Mensen vonden het op aurafoto’s lijken. Ze voelen de energie, mijn hart en ziel die ik erin had gelegd.”

Hij was 21, zat nog op het hbo (een particuliere business school in Hilversum) toen hij z’n eerste werken maakte. „Ik liep stage in Amsterdam, bij een studentenmagazine. Elke ochtend liep ik dezelfde route langs art galleries. Ik zag al die kunst en ik dacht: hier kan ik wat aan toevoegen.” En toen is hij gewoon begonnen, in de woonkamer van zijn ouders in Naarden. „Banken eruit, tafels weg, canvasdoeken erin. Vonden ze prima, zo zijn ze.” En toen hij er een stuk of zes af had, heeft hij een kleine winkelruimte gehuurd in Amsterdam, mensen moesten natuurlijk wel kunnen zien wat hij gemaakt had. „Vanaf dat moment voelde ik: ik ben anders.” Zijn moeder reed vervolgens in zijn tweedehands Renault Twingo met werk van hem op de achterbank naar Zuid-Frankrijk. „Ze ging daar de galeries af. Iedereen was meteen enthousiast. Geweldig, amazing. Zoiets hadden ze nog nooit gezien.” Vrij snel had hij meer kopers dan kunstwerken. Hij huurde een tweehonderd vierkante meter groot atelier in Naarden, twee jaar later had hij twee keer zoveel ruimte nodig. Zijn huidige werkplaats is tien keer zo groot en herbergt een eigen bronsgieterij, een montagerobot, en een afdeling waar de kratten worden gemaakt waarin zijn kunstwerken de wereld over worden gestuurd.

Ik breng de jonge generatie in aanraking met kunst. Door mij zien ze dat het cool is.

Met de hele familie

Hij rekent hardop de jaren terug. Tot 2008 werkte hij nog naast de kunst, als barman in een discotheek. Sindsdien kan niet alleen hij ervan leven, maar ook zijn moeder Immechien, zijn vader Leon, zijn broer Louis en diens vrouw Susanna. Zijn ouders zijn van oorsprong fotograaf en stylist, jarenlang hadden ze winkels in outdoorkleding en paardrijspullen in het Gooi. Zijn broer en schoonzus maakten eerst allebei hun studie bedrijfskunde af, en nu is het hele gezin eigenaar van de Klibansky Art Group. Heel „organisch” heeft ieder z’n rol gevonden in het uitdragen en ondersteunen van het kunstenaarschap van hun zoon, broer en zwager. Nee hoor, schudt Klibansky zijn hoofd, het benauwt hem totaal niet dat zijn familie afhankelijk is van zijn talent. „Ik heb zoveel verhalen in me, meer dan ik kan vertellen. En anders doen we het een jaartje wat rustiger.”

„Alle grote kunstenaars maken ook beelden”, zegt Joseph Klibansky. Zijn voorbeelden: Jeff Koons, Damien Hirst, Jean-Michel Basquiat. Dus dat wilde hij ook. „Mijn vader vond het eerst een slecht plan. Waarom veel geld en tijd investeren in onzekerheid, terwijl ik zo succesvol was met schilderijen?” Twee jaar heeft hij gewerkt aan een poedel van een meter hoog van gladgepolijst brons, balancerend op twee voorpoten. Beautiful tomorrow noemde hij zijn creatie. „Hij heeft even exposure gehad in Singapore, maar ik vond hem niet mooi genoeg. Ik heb hem in een krat gedaan en er nooit meer uitgehaald.” Alle grote kunstenaars maken grote beelden, zegt Klibansky. Beelden die met gemak net zoveel kosten als drie huizen. Na de poedel zag hij zich genoodzaakt het eerst iets kleinschaliger aan te pakken. Met zijn vader – „de alchemist” – leerde hij zelf brons gieten. „We zijn allemaal handig. Mijn vader, mijn broer, ik. Ik kan alles maken.” Nu heeft hij een mega-atelier waar hij de nieuwste computer en 3D-technieken combineert met ouderwets aandoende ambachten. Plus personeel dat begrijpt hoe hij het hebben wil.

Even een keelsnoepje. Stil scrolt hij door zijn telefoon. „Even sociale media doen”, verontschuldigt hij zich. Klibansky exposeert via Instagram, Snapchat, Facebook. Een half miljoen volgers zeker. Elke dag zet hij een foto of filmpje online. „Ik breng de jonge generatie in aanraking met kunst. Door mij zien ze dat het cool is.” Sinds een paar weken heeft hij – net als ooit Keith Haring en Andy Warhol – een winkel. Zijn tijdelijke ‘brand store’ zit in de PC Hooftstraat in Amsterdam. In de etalage een bronzen beeld van twee parende reuzeschildpadden met feestmutsen op. De inspiratie ervoor deed hij op bij een schildpaddenboerderij op Mauritius. „Allemaal ouders met kinderen stonden te kijken. Klimt er ineens een enorme schildpad bovenop een andere. Een kabaal dat ze maken. Een soort oergeschreeuw. De mensen wisten niet hoe snel ze weg moesten komen.” Iets van die awkwardness heeft hij in dit beeld proberen te vangen. „Check #babywemadeit [de naam van het kunstwerk]. Elke dag post iemand wel een foto of een selfie met het beeld.”

Geloof veroorzaakt zoveel oorlog en ellende. Maar het geeft mensen ook hoop.

Choqueren als het moet

Marketing is het verkeerde woord, hij noemt het „exposure”. Zijn kunst moet gezien worden, liefst door miljoenen mensen. En hoe bereikt hij dat? Door mensen te verbazen, te imponeren, te choqueren als het moet.

Speciaal voor winkel en de tentoonstelling in de Fundatie heeft een verzamelaar een Pinokkiobeeld in bruikleen gegeven. Een bronzen Pinokkio, zittend op z’n knieën, steekt zijn neus door een ring met een joekel van een diamant. Die diamant, zegt Klibansky, staat natuurlijk voor het doel, het succes waarnaar je streeft. „De vraag is, hoe bereik je dat? Door te liegen? Of wil je liever een echt mens zijn, een goed persoon?” Hij werkt graag met sprookjes- en stripfiguren, dieren of astronauten. In het ‘campagnebeeld’ voor de show in Zwolle verwerkte hij zijn kijk op het geloof. Het beeld is een astronaut met een bronzen kruis van vier en een halve meter op z’n rug. „De ruimtereiziger is een pionier. Hij verkent voor ons de ruimte en onderzoekt of er mensen op Mars kunnen wonen. Stel dat het kan, nemen we dan religie mee of laten we dat achter en beginnen we opnieuw? Geloof veroorzaakt zoveel oorlog en ellende. Maar het geeft mensen ook hoop.” Hij wil met zijn werk geen oordeel vellen, zegt hij. „Ik stel alleen vragen.”

Zijn stem is nagenoeg verdwenen, maar de draagwijdte van wat hij zegt, is er niet minder om. Hij voorspelt dat de bezoekers straks, in Zwolle, de coming out van een nieuwe Joseph Klibansky zullen zien. Iedereen zal van zijn sokken worden geblazen, ook de gevestigde orde van kunstcritici en museumdirecteuren. „De mensen in die hoek zullen zien dat ik geen jongetje meer ben. Ik ben volwassen geworden, en mijn kunst met mij.” Wat de vraag oproept in welke hoek hij dan nu zit. Hij grijnst geluidloos. „In de hoek van vijfduizend andere kopers.”

Dit werk is alsof ik op pauze druk en het beeld bevriest. Alles door elkaar: seks, religie, geweld, liefde.

Op zijn telefoon laat hij zien wat hij nu aan het maken is. Schilderijen van zeven bij zeven, in een soort manga-achtige tekenstijl. Kris kras op het doek een skelet, klassieke sculpturen, Sponge Bob, een Coca Cola-logo. Thought paintings, noemt hij het. „Er gaat altijd zoveel om in mijn hoofd. Dit werk is alsof ik op pauze druk en het beeld bevriest. Alles door elkaar: seks, religie, geweld, liefde.” Een dagboek in tekeningen. Het heeft niet zoveel zin, zegt hij, om uit te leggen wat het allemaal betekent. „Dat mag ieder voor zich ontcijferen.” Wat hij wel kan zeggen, hij heeft een heftig half jaar achter de rug. Na tien jaar ging het uit met zijn vriendin, een Oekraïense, hij was al met haar sinds zijn discotheektijd. „Zij bleef in ons huis, ik heb maanden uit de koffer geleefd. Dan weer bij die op de bank en daar op zolder.”

Toen is het begin van zijn nieuwe richting ingezet. „Ik realiseerde me dat ik mijn emoties niet binnen moest houden. Schrijvers, muzikanten en kunstenaars zijn de enigen die de mogelijkheid hebben gevoelens om te zetten in kunst.” Hij heeft zijn agenda leeg geveegd. Even niet meer de wereld over reizen en iedereen die wat van hem wil tevreden stellen. Hij had zijn energie nodig om tot deze ‘expressie’ te komen. Deze nieuwe stijl is zijn omslagpunt, zegt hij. De eerste post die hij van dit werk online zette, kreeg direct een ‘like’ van de kunstrecensent van The New York Times.