Cultuur

Interview

Interview

Schrijfster Hanna Bervoets (32) won deze week de BNG-prijs én de Kellendonkprijs

Foto ANP

‘Ik geef geen eenduidige antwoorden’

Hanna Bervoets

Deze week won de 32-jarige schrijfster twee literaire prijzen: De Frans Kellendonk prijs én de BNG Bank Literatuurprijs.

Je hoort het zelden: twee prijzen winnen in een week. Het overkwam Hanna Bervoets (1984). Woensdagmiddag werd bekend dat ze de Frans Kellendonkprijs voor haar hele oeuvre krijgt, donderdagavond kreeg ze in de Amstelkerk in Amsterdam de BNG Bank Literatuurprijs 2016. De driejaarlijkse Kellendonkprijs (5.000 euro) is er voor een oeuvre dat getuigt van een originele kijk op maatschappelijke of existentiële problematiek. De jaarlijkse BNG Bank Literatuurprijs (15.000 euro), die wordt uitgereikt aan talentvolle schrijvers van onder de 40, krijgt ze voor haar roman Ivanov.

Aan welke prijs ze meer waarde toekent, is lastig te zeggen, legt ze uit door de telefoon uit – kort nadat ze de BNG-prijs in ontvangst had genomen. „Deze prijs was heel erg spannend. Ik wist dat ik genomineerd was. De Kellendonkprijs is er maar eens in de drie jaar en ik wist niet eens dat ik daar überhaupt een kans voor maakte. Ik kreeg een telefoontje en twee uur later was er een persbericht [20 februari is de uitreiking, red.] Maar als ik écht moet kiezen dan kies is denk ik voor de Kellendonkprijs, zeker als je ziet wie die prijs ook al hebben gekregen [Arnon, Grunberg, Esther Gerritsen en M. Februari, red.] en omdat ik een groot bewonderaar ben van Kellendonk.”

De BNG-jury (naast juryvoorzitter Hetty Hafkamp bestaande uit Jacqueline Bel, Arjan Peters en Jeroen Vullings) waardeert Bervoets’ nauwe voeling met onze tijd. ‘Ze schrijft met evenveel gemak over een beklemmende dystopische wereld als over modernige relaties, die fastfood vormen voor haar cross-over lezers. Het is spannend om te ervaren waarmee Bervoets nu weer weet te verrassen.’

De Kellendonkjury (bestaande uit Barber van de Pol, Carl De Strycker en Maria Vlaar) merkt over Bervoets’ oeuvre op: ‘Ze is inhoudelijk en vormtechnisch op zoek naar telkens nieuwe manieren om haar onmiskenbare maatschappelijke engagement uit de drukken.’

Beide jury’s waarderen uw engagement. Bent u vooral een geëngageerd auteur?

„Ik heb altijd een beetje moeite met de roep om engagement die er eens in de zoveel tijd is. Zulke oproepen zijn niet zaligmakend. Natuurlijk ben ik politiek betrokken, maar ik geef geen eenduidige antwoorden. Daarom vind ik wetenschap zo’n fijn onderwerp om in literatuur te gieten, daar heb je geen goed of fout, maar vooral veel vragen. Ik snap het predikaat engagement, maar ik hou niet van de nauwe term.”

Uw romans worden vaker als ‘dystopisch’ of ‘apocalyptisch’ gekwalificeerd. Hoe typeert u ‘Ivanov’ zelf?

„Het is lastig om daar een eenduidig genre-etiket op te plakken. Er zit non-fictie in, maar het verhaal van de Russische bioloog Ivanov is waargebeurd. Of mijn werk dystopisch is, dat weet ik niet. Er gaat veel mis in mijn romans, maar dat gebeurt in Titanic ook, en dat is ook geen dystopische of maatschappelijk betrokken film.”

In ‘Ivanov’ schrijft u ‘tolerantie is repressie!’ en laat u studenten vervolgens in gesprek gaan over stereotyperingen. Er werd veel gediscussieerd over het thema van stereotypering. Hoe kijkt u daar nu tegenaan?

„De roman speelt zich deels af in 1994. Toen waren ‘cultural studies’ erg in. Ik studeerde dat zelf ook en leerde daar niet alleen te reflecteren op anderen, maar ook op jezelf. De discussie van afgelopen jaar rondom culturele toe-eigening gaat eigenlijk over stereotyperingen, en dat is een lastige.

„Wanneer is iets een stereotypering, wat is een cliché? Je kan alle vragen daarom heen af doen als dit is goed en dat is fout, maar dat is juist wat mij niet aanspreekt. Het draait uiteindelijk om de vraag: wie heeft de macht? Ga niet op zoek naar een gelijk, maar discussieer. Als er een probleem is, betekent dat niet dat er een oplossing gevonden moet worden.”

In het juryrapport van de BNG Literatuurprijs staat dat u de ironie voorbij bent. Hoe zit dat?

„Dat is geen uitspraak van mij, maar ik denk dat een jurylid mijn werk en columns zo heeft samengevat. Ik wil het niet als krantenkop hebben, haha, maar: ik hou van ironie in sitcoms. Niet van ironie in literatuur. Daarvoor ben ik eigenlijk veel te sentimenteel.”