Was Jan B. hofleverancier van de mocromaffia?

Wapenleverancier Jan B.

Maandag begint het proces tegen Jan B., een van de vermeende wapenleveranciers van de Amsterdamse Mocro Maffia. „Ik ben benieuwd wat hij allemaal te knallen heeft.”

Hulten heeft maar 300 inwoners, maar erg rustig is het er niet. In een paar jaar tijd werden de nodige wietplantages opgerold, werd de burgemeester bedreigd en wilde motorclub No Surrender zich vestigen in een pand waar een seksclub met de naam ‘Badda Bing’ zat.

En dan heb je nog Jan B., op dit moment waarschijnlijk de beroemdste inwoner van het Brabantse gehucht. De 66-jarige geboren Hultenaar leverde volgens het Openbaar Ministerie de wapens waarmee de Amsterdamse Mocro Maffia jarenlang een dodelijke onderlinge vete uitvocht. Bij zijn aanhouding in 2015 vond de politie bij Jan B. een ongekend groot arsenaal wapens die zijn status als wapenhandelaar bevestigt.

Het opzichtige gebruik van zware wapens in de onderwereld heeft tot een hernieuwde aandacht geleid voor de (inter)-nationale handel in wapens. Het grove geweld leidt tot angst en verontwaardiging bij de gemiddelde burger, en veroorzaakt onschuldige slachtoffers.

Jarenlang was er weinig of geen aandacht voor de wapenhandel maar met de strafzaak tegen Jan B. en een viertal medeverdachten laat het Openbaar Ministerie zien dat de strijd tegen internationale wapenhandelaren weer prioriteit heeft.

Eind vorig jaar werd een bende wapenhandelaren, met wie Jan B. banden had, tot acht jaar cel veroordeeld en pleitte zowel het Openbaar Ministerie als de rechtbank voor hogere straffen.

Bijna twee jaar na de aanhouding van Jan B. brandt er een kampvuur op het terrein van de beruchtste boerderij van Brabant, gelegen aan de spoorlijn die Breda met Tilburg verbindt. Het is bijna donker, in het licht van de vlammen is nog maar net het gezicht te onderscheiden van een man. Zijn kleren hangen slonzig om zijn lijf. Rondom het kampvuur ligt zijn leven, slordig opgeborgen in plastic tassen.

„Dit is allemaal van Jan”, zegt de man wijzend naar een paar trailers en een vervallen boerenschuur met op de deur een bordje ‘auto’s en motoren’. „Jan belt me regelmatig uit de gevangenis op met maar één vraag: hoe het met zijn boerderij is. Ik heb hem beloofd dat ik op zijn terrein zal letten. En dat doe ik dus.”

Wie is Jan Baptist B.? En is deze Brabantse zestiger echte de wapenleverancier van de mocromaffia?

Trommelmagazijnen

Op donderdag twaalf maart draait een Mitsubishi Carisma het terrein op van Jan B. in Hulten. Het zijn Willem van H., een geboren Brabander die al decennia in Amsterdam woont, en zijn chauffeur Johnny de L. Een observatieteam van de politie ziet dat het duo weer vertrekt nadat Jan B. een doos in de auto heeft gezet. In die doos, zo vermoedt de politie, zitten wapens. Dat denkt de politie op basis van de gesprekken die Willem van H. en zijn chauffeur op de heenweg hadden. „Ik ben benieuwd wat hij allemaal te knallen heeft”, zei Willem zonder dat hij in de gaten had dat de auto door de politie was voorzien van afluisterapparatuur. „Ik geloof dat ik trommelmagazijnen moet hebben. En hij heeft nog een kalasjnikov van ons, die moet gemaakt worden.”

Als de politie ’s avonds een inkijkoperatie doet in de woning van Willem van H. vinden ze in een opslagbox inderdaad inderdaad een doos met trommelmagazijnen bestemd voor een kalasjnikov, een automatisch geweer waarmee door stalen deuren kan worden geschoten. Zo gemakkelijk is het dus, de internationale wapenhandel.

Jan B., die regelmatig in België verblijft waar de beschikbaarheid van wapens groot is, levert op een doordeweekse dag een voorraad magazijnen voor zware wapens. Drie dagen later, als het duo vanuit Amsterdam naar Hulten rijdt, volgt de rest. Willem heeft het in de auto over een deken voor „die lange dingen”. En later zegt Willem dat Jan B. „dat ding ook helemaal heeft ingesteld”. Terug in Amsterdam ziet de politie dat chauffeur Johnny „iets langs in een deken” uit de auto haalt en naar de woning van Willem brengt. Hij moet het ding in de badkuip leggen.

Een dag daarna, als de politie Willem van H. aanhoudt en zijn woning doorzoekt, ligt er daadwerkelijk een kalasjnikov in de badkuip.

De aanhouding van Willem van H. is een tussenstap in een onderzoek naar de herkomst van de wapens die zijn gebruikt bij een wilde schietpartij in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt eind 2012. Bij die veelbesproken schietpartij worden twee jonge Marokkaanse Nederlanders om het leven gebracht en beschieten de daders vanuit een snelle vluchtauto de politie met hun kalasjnikovs. Het incident geldt als het dieptepunt in de zogeheten mocro-oorlog, een criminele intrige tussen twee rivaliserende groepen die escaleerde na de diefstal van een partij cocaïne.

Vlak na de schietpartij wordt bij een doorzoeking van een woning in de Staatsliedenbuurt een rolkoffer gevonden met daarin twee kalasjnikovs. Na langdurig onderzoek weet de politie vast te stellen dat dna-sporen op die wapens van Willem van H. zijn en van een Turkse zakenpartner die al eerder in beeld is gekomen bij handel in verboden wapens: Cömert E.

Tijdens dit onderzoek komt Jan B., alias opa, in beeld als een van de mogelijke leveranciers van deze zware wapens. Dat Jan B. betrokken is bij wapenhandel is in de onderwereld al langer bekend. Eind 2014 krijgt het Team Criminele Inlichtingen van de politie bijvoorbeeld deze tip binnen: „Jan verkoopt vuurwapens aan onder andere Marokkanen uit Amsterdam en leden van verschillende motorclubs.” Een paar maanden later volgt een nieuwe tip: „Jan B. levert vuurwapens, waaronder Russische kalasjnikovs.”

Deze tips zijn in combinatie met de geobserveerde ontmoetingen tussen Jan B. en Willem van H. aanleiding voor een doorzoeking van de woningen van Jan B. in Hulten en het Vlaamse Turnhout op vrijdag 29 mei 2015. Ook wordt een loods in Den Hout, niet ver van Breda, door de politie binnenstebuiten gekeerd. Het resultaat is verbazingwekkend. In Den Hout vindt de politie onder andere 44 revolvers, 8 pistolen, 6 geweren, 2 handgranaten, 1 machinepistool met demper plus een grote hoeveelheid kleinere wapens en munitie voor kalasjnikovs.

In de woning van Jan B. in België worden naast een grote hoeveelheid munitie en een tiental patroonhouders een pistool, een jachtgeweer, een revolver en een kalasjnikov gevonden. Uit nader onderzoek is gebleken dat een deel van de gevonden wapens in België legaal zijn en dat een ander deel van de wapens in België onklaar zijn gemaakt. Die wapens zijn daarna legaal verkocht maar vervolgens weer geactiveerd. De handel in deze opnieuw geactiveerde en dus illegale wapens is een veelvoorkomend probleem.

Huiswerk goed gedaan

Jan B. is een liefhebber, zo vertelt hij een dag na zijn aanhouding tegen de politie. Hij bezoekt regelmatig wapenbeurzen in België op zoek naar antieke wapens en heeft op zijn adres in Turnhout een, naar eigen zeggen, in België „geheel legale” verzameling wapens. Ook de gevonden kalasjnikov is volgens Jan B. legaal omdat deze onklaar is gemaakt.

Over de gevonden wapens in de loods in Den Hout is Jan B. veel minder spraakzaam. In eerste instantie ontkent hij volgens stukken in het strafdossier dat hij iets te maken heeft met de loods. Als hij daarna met het huurcontract en observaties wordt geconfronteerd doet hij er het zwijgen toe. Later bevestigt Jan dat hij de loods gebruikte als opslagplaats.

Over de gevonden wapens zwijgt Jan, al moet hij erkennen dat de politie „het huiswerk” goed gedaan heeft. Desgevraagd zegt hij wel tegen de politie dat hij zich niet verantwoordelijk voelt voor de slachtoffers die vallen door het gebruik van kalasjnikovs. „Ik heb ook familie en daar hou ik van”, is zijn cryptische reactie.

Zijn Jan B. en zijn medeverdachten de meedogenloze handelaren die wapens leveren aan de hoofdstedelijke onderwereld of fanatieke verzamelaars wiens wapens wel eens in verkeerde handen vallen? Die vraag zal een belangrijke rol spelen in de strafzaak die maandag begint.

De enorme hoeveelheid gevonden wapens pleit niet in het voordeel van de verdachten. Maar veel bewijs dat Jan B. verbindt met de gevonden en gebruikte wapens in de Staatsliedenbuurt is er niet.

Jan B. is een rustig mens, zo zegt hij zelf tegen de politie. „Maar je moet niet op mijn tenen gaan staan.” Jan B. is een crimineel uit de oude school, zegt een advocaat die het dossier goed kent. „Een sjacheraar die handig is met wapens en daar een centje mee verdiend. Maar wist hij dat zijn wapens werden gebruikt door de mocromaffia? Dat lijkt me stug. Daar zijn dit soort mannen niet mee bezig.”