Hoe de Verkadeplaatjes in het museum kwamen

Verkadeplaatjes

De originele aquarellen van de Verkade-albumplaatjes waren er bijna niet meer geweest. Dankzij An Zegwaard, voormalig directiesecretaresse bij Verkade, zijn ze nu in het Zaans Museum te zien.

Lente, Jan van Oort, 1906

An Zegwaard (77) kijkt zo nu en dan even mee als je opschrijft wat ze vertelt. Erik Verkade schrijf je met een ‘k’ aan het eind, „Frederik Erik, heette hij voluit”. En Tom Verkade, „de oude meneer Verkade”, was als directeur verantwoordelijk voor de biscuitfabriek, de waxinefabriek „en ook nog” de technische dienst. „Hij ging al bijna met pensioen toen ik begon, maar ik heb nog veel voor hem gedaan.”

Een paar weken geleden, 15 december, opende An Zegwaard in het Zaans Museum de tentoonstelling De albums van Verkade. Tot eind april zijn daar de 35 plaatjesalbums te zien die Verkade sinds 1903 uitgaf, inclusief de originele aquarellen voor de plaatjes. Het is niet overdreven te stellen dat An Zegwaard, voormalig directiesecretaresse bij Verkade, er persoonlijk voor heeft gezorgd dat die albums en die aquarellen bewaard zijn gebleven.

Zo’n waardevolle collectie hoort niet in een container

Maar zelf zou ze dat nooit zo zeggen. Bij de opening van de tentoonstelling vertelde ze het liever zo: „Twintig jaar geleden, in 1996”, vroeg een directeur van de nieuwe eigenaar haar „om containers te bestellen”. United Biscuits had Verkade overgenomen in 1990. Nu had het plannen om het hoofdkantoor te verhuizen – en al die dozen met albums en plaatjes hoefden niet mee. „Maar ik vond: zo’n waardevolle collectie hoort niet in een container.” Dus nam ze „direct contact op met Erik Verkade”.

Hoe het begon

En zo vertelt ze het aan het einde van ons gesprek, waarvoor ze twee tassen met documentatie heeft meegenomen, de tranen in de ogen: „In 2005 zei Erik Verkade tegen mij: An, ik wil dat je me belooft dat jij het straks afmaakt, als er iets met mij gebeurt. Niet veel later, 10 januari 2006, overleed hij, alsof hij het had aangevoeld.”

Ze heeft willen doen wat hij haar vroeg. En dit is hoe haar verhaal begon, bijna vijftig jaar geleden nu:

„Ze belden me van personeelszaken: ze hadden gehoord dat ik werk zocht. Ik zei: dat klopt, en ik heb inderdaad een secretaresse-opleiding, maar mijn man en ik hebben ook een klein kind, een dochter van drie, en daar kan ik mijn ouders niet mee belasten. Toen zeiden ze: stap op je fiets en neem je dochter mee, wij hebben hier een crèche. Dat was bijzonder in die tijd, maar dat kwam dus doordat daar zoveel vrouwen werkten.

„Ik begon als secretaresse van de bedrijfsleider van de biscuitfabriek. In die tijd, begin jaren zeventig, was het hier nog een heel complex, met aparte fabrieken voor de biscuits, de chocola, de beschuiten, de waxine. Er was een blikkenwasserij, je had de technische dienst, er was een eigen laboratorium.

„En elk onderdeel had een eigen stafdienst. Ik werkte op een gegeven moment voor twee directeuren, de productiedirecteur en de financiële directeur. In 1990, toen we werden overgenomen, was er van de Verkade’s nog één directeur over, Erik Verkade. Hij was de vierde generatie. Erik is gebleven tot 1992.

„In zijn tijd werden sommige plaatjesalbums opnieuw uitgegeven. Dat was belangrijk, vonden we, zo kwam er weer belangstelling voor. En als we een album dan opnieuw uitbrachten, belde ik alle boekhandels in de omgeving, om ze ervan op de hoogte te stellen. Dat hielp bij de verkoop.

Stichting Behoud Cultureel Erfgoed Verkade

„De eerste albums en de oorspronkelijke aquarellen, maar ook nog heel veel plakplaatjes, lagen in grote zwarte dozen in een kluis. Bijna dertig dozen vol, waren het. Die kluis stond in het hoofdkantoor en hij was brandvrij, maar klimatologisch was het niet goed geregeld. En je kon de plaatjes dus ook nooit bekijken. Ja wij wel, maar anderen niet.

„We leenden ze wel zoveel mogelijk uit, daar hadden we speciale uitleencontracten voor. Dan lijstten we ze in passe-partouts in en vervoerden ze in speciale kisten. De plaatjes van Jan Voerman bijvoorbeeld, gingen naar het Voerman Museum in Hattem. Of we leenden aan het Teylers Museum. Maar het was wel jammer natuurlijk, dat wij zelf het allemaal in een kluis bewaarden.

Makkum, Friesland, Willem Wenckebach, 1918

„Ik vond: ons erfgoed hoort in een museum, dat heb ik ook een keer in een memo aan de directie geschreven. We hadden zoveel. We hadden nog het bureau van de oprichter, Ericus Gerhardus Verkade. En de oude machines voor de productie van biscuit en chocola, posters, blikken, foto’s: allemaal bewaard.

„En ja, er kwam inderdaad een museum. Alleen: het Zaans Museum ging over de hele Zaanstreek, daar moest van alles in. We konden plek krijgen voor de aquarellen, meer ruimte was er niet.

„Uiteindelijk hebben we een stichting opgericht, Stichting Behoud Cultureel Erfgoed Verkade. Dat was in 1997, vlak nadat United Biscuits had gezegd: ‘bestel maar containers’. Die stichting heeft al het erfgoed overgenomen en vervolgens opgeslagen in een grote loods.

„We zijn toen gaan categoriseren. Alle albumplaatjes, alle foto’s, stuk voor stuk heb ik ze ingescand en zijn er beschrijvingen bij gemaakt. Daar heb ik veertien jaar aan gewerkt. En al die tijd was er dus bijna niks van dat erfgoed te zien. Ja, we hadden wel eens een open dag voor het personeel, en voor belangstellenden, dan konden ze in de loods komen kijken.

De Verkade Experience

Chimpansee Tommy, Henricus Rol, 1940

„Op een gegeven moment hadden we contact met een ander museum, het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Misschien dat het daar dan allemaal naar toe kon. Maar toen de nieuwe directeur van het Zaans Museum en de burgemeester van Zaanstad, Ruud Vreeman, een keer in die loods waren komen kijken, zeiden ze: ‘nee, dat erfgoed hoort hier’. Dat hielp ons.

„Dus kwam na veel ups en downs ons museum er toch. Drie jaar na de dood van Erik Verkade, in 2009, is het geopend door koningin Beatrix. De Verkade Experience heet het, feitelijk is het een uitbreiding van het Zaans Museum – waar wij dus in de jaren negentig al om vroegen. De machines konden erin, die draaien nu weer. Het oude kantoor.

„Het was mooi, we waren er blij mee. Maar tegelijk was het niet helemaal zoals we het ons hadden voorgesteld. Door geldgebrek konden we niet alles doen wat we wilden. Van de albums en de aquarellen die erbij hoorden, kon steeds maar één tegelijk worden getoond. De rest zat in een kluis, net als vroeger. Met betere klimatologische voorzieningen, dat wel. Maar toch.

„Dus zie je nu pas, twintig jaar na de oprichting van onze stichting, voor het eerst alle albums weer bij elkaar, met de originele aquarellen. En met verklarende teksten erbij. Eindelijk.”

En nu? Is ze klaar? An Zegwaard: „Onze opzet was: de mensen ons unieke erfgoed laten zien. En dat is gelukt, denk ik. Maar er is nog veel meer hoor. Alle affiches liggen er ook nog.”

Na haar pensionering is ze kunstgeschiedenis gaan studeren. „Ik volg nu de museale richting, zodat ik meer leer over tentoonstellingen.”

    • Gretha Pama