Het zesde zintuig

Parapsychologie

Het werk van paragnost Gerard Croiset (1909-1980), die soms correct voorspelde waar vermisten waren, werd voor ‘parapsychologisch onderzoek’ minutieus gedocumenteerd. Het nu ontsloten archief biedt geen verklaring voor het onverklaarbare, maar geeft wel een beeld van zijn werkwijze en populariteit – ook bij politie en justitie. „De moord is gepleegd met een gewoon mes.”

De paragnost en paranormaal genezer Gerard Croiset (links), met een onbekende man (1966).

De opnameband begint te lopen en het experiment is gestart. „Er is enige weken geleden een brief gekomen uit de Verenigde Staten”, begint de professor. Op een bovenetage in Utrecht richt de erudiete pijproker zich omringd door zijn student-assistenten tot het studieobject. „Deze brief is geopend en toen bleek deze brief te bevatten…”

„Stop… stop… straks”, zegt het studieobject. „Liever niets zeggen. Als ik straks mijn verhaal gedaan heb, wilt u het dan vertellen?”

„Uitstekend”, zegt de professor.

„Het zit namelijk zo,” vervolgt het studieobject, „als u gaat vertellen dan ga ik daar onwillekeurig gedachten bij fantaseren. Fantasie moeten we vanavond niet hebben, niet mijn fantasie”.

De professor heet Wilhelm Tenhaeff, bijzonder hoogleraar parapsychologie aan de Universiteit Utrecht. Het studieobject is paragnost Gerard Croiset. De brief is afkomstig van de burgemeester van Lawton, Oklahoma. Die heeft in Amerikaanse media over de fameuze Nederlander gelezen en roept nu zijn hulp in.

Het gezelschap bevindt zich op het Parapsychologisch Instituut van de universiteit, vrijdagavond 28 oktober 1960. Elk woord dat hier wordt uitgesproken zal voor onderzoeksdoeleinden worden vastgelegd op tape en door een typiste uitgeschreven om daarna te belanden tussen de talloze eerdere gespreksverslagen met het studieobject. Dit alles om te bepalen of er méér is tussen hemel en aarde.

„De waarheid is namelijk zo, het gaat hier om een moordgeval”, zegt paragnost Croiset. „Er moet iemand vermoord zijn, die vlak achterover ligt… ontkleed… in een houten… houten… in een houten gebouw, dat tamelijk lang is, en smal is, een bungalow. Ik ga ermee aan de buitenkant van een dorp, en dat dorp ligt niet ver van een stad. Ik heb het idee, alsof daar drie mensen in een huis zijn, waarvan een man een hoedje draagt gelijk op het ogenblik onze vriend… eh… uit Fair Lady, Wim Sonneveld.”

Jongetje uit Velsen

Wereldberoemd was Gerard Croiset (1909-1980). Als paranormaal genezer ontving hij in zijn praktijk in Utrecht dagelijks 80 tot 120 mensen met – onverklaarbaar geachte – klachten als verlamming of een neurologische aandoening. Internationale bekendheid verwierf hij als paragnost die werd ingezet bij talloze vermissingen in binnen- en buitenland, begeleid door professor Tenhaeff.

Sommige zaken werden parapsychologische ‘klassiekers’. Het jongetje uit Velsen dat na aanwijzingen van Croiset in 1953 op voorziene locatie uit het water werd gevist. Croiset die in Japan onder het oog van de nationale tv (YouTube) in 1976 de vindplaats van een meisje juist voorspelde. Particulieren, maar ook politie en justitie maakten veelvuldig van zijn diensten gebruik. Prins Bernhard ontbood Croiset eens op Paleis Soestdijk vanwege een verdwenen juweel. De Koninklijke Landmacht vroeg zijn hulp bij de zoektocht naar een karabijn, verloren geraakt tijdens een wandelmars in Noordwijk.

De telefoon ging bij Croiset thuis de hele dag. Hij liep ernaartoe, gaf leunend tegen de muur zijn ingevingen door, en hing weer op. En alles wat hij zei en deed werd ten behoeve van de wetenschap geregistreerd. Op band, op schrift. Talloze ruwe penschetsen maakte Croiset van de beelden die hem invielen. Vage contouren van een molen, een weg, een beekje. Sleutel tot de mogelijke vindplaats.

En zo groeide het naslagwerk over Croiset gestaag. Het groeide uit tot het meest uitgebreide archief ter wereld van leven en werk van een paragnost. Inclusief rapportages van de zoektocht naar 671 vermiste personen, dossiers van 891 patiënten en verslagen van 216 ‘stoelenproeven’ – waarbij Croiset in een zaaltje van tevoren een stoel uitkoos en trachtte te voorspellen wie er zou gaan zitten. Het archief bevat pagina’s vol filosofische introspectie van Croiset zelf, correspondentie met onder meer Albert Heijn, Simon Vinkenoog, Willem Oltmans en Louis van Gasteren. Het bevat kranten, boeken en wetenschappelijke tijdschriften over de paragnost in twintig talen.

Het hele archief verdween na zijn dood in een kelder. Het verstofte tientallen jaren waarna het in een volgeladen aanhanger werd overgedragen aan het Johan Borgman Fonds in Odijk, een stichting ter behoud van de historie van het Nederlands parapsychologisch onderzoek. Vijf jaar lang is een vrijwilliger van de stichting bezig geweest om het slecht geordende archief te indexeren. En nu is dat werk – op enkele honderden geluidstapes na – voltooid. Binnenkort zal al het materiaal worden overgedragen aan Het Utrechts Archief. En daarmee is de verzameling, nog nooit door iemand onderzocht, voor het eerst toegankelijk voor publiek.

Verkrachting en beroving

„Er zijn twee dingen gebeurd”, zegt Croiset. „Er is hier een verkrachting in het spel en er is hier een beroving in het spel. Om bij het huis te komen, dat dus buiten aan de rand van een stad staat, moet ik over een grote brede verkeersbrug met hoge lampen. Dan krijg ik een hele brede weg… dan, wanneer ik met mijn neus naar het… zuidwesten sta… dan ga ik dus van noordoost naar zuidwest. Links van die weg staat het huis dat ik bedoel. In de woonkamer, vlak bij een tafel… ligt het slachtoffer, naar mijn mening ontkleed op de vloer. Het is typisch golvend haar… en ik kan echt niet zeggen of het een man of een vrouw is… Dat is mijn eerste indruk. En nu professor, zou ik zeggen…”

Professor Tenhaeff geeft het woord aan een aanwezige die de brief gelezen heeft. Meneer Van Halten. Die vertelt dat de burgemeester van het stadje Lawton inderdaad om opheldering vraagt van een moord, een jaar geleden gepleegd op ene Miss Fern Romero. Dat de moord is gepleegd in een houten bungalow inderdaad, vlakbij een grote verkeersweg inderdaad. „En daar hebben buren waargenomen dat op een gegeven ogenblik daar…”

„Een auto, een auto vandaan kwam”, vult Croiset aan. „En met drie mensen erin. Waarvan twee mannen en een vrouw.”

„Kunt u ook zeggen wat voor auto dat is”, vraagt Van Halten.

„Het is namelijk, het is namelijk een lage wagen, maar met een vaste kap, geen losse kap. Maar de ruiten, de ramen stonden open van die wagen. Het was ’s avonds, de lichten waren aan. Het was namelijk tegen één uur, half twee.”

„Het is gebeurd ongeveer half één ’s nachts”, zegt Van Halten. „Dat is hetgeen in de brief staat…”

„Dat wist ik toch niet.”

Een hondje zou na behandeling van Croiset weer kunnen lopen. Tekst loopt verder onder de video

Studie naar het buitengewone

Kan de mens buiten de vijf bekende zintuigen informatie vergaren uit zijn omgeving? Kan hij die omgeving zelfs beïnvloeden zonder de erkende natuurkrachten? Wetenschappelijk onderzoek ontbrak. De studie naar het buitengewone nam een vlucht toen een Amerikaanse psycholoog in de jaren 30 aan de Duke University in North-Carolina een parapsychologisch laboratorium begon. Hij experimenteerde er onder meer met vijf symboolkaarten. Proefpersonen die keer op keer na het schudden raadden welke symboolkaart bovenop lag, werden nader onderzocht.

„Eigenlijk is parapsychologie de meest exacte vorm van psychologie”, zegt Wim Kramer, directeur van het Johan Borgman Fonds, dat nu op een bedrijventerrein in Odijk de nalatenschap van Croiset beheert. Zoals velen maakte ook de 60-jarige Kramer als student psychologie aan de Universiteit Utrecht eind jaren 70 kennis met de parapsychologie. „En dat was echt niet koffiedrinkend keuvelen, het ging om experimenten doen. De wetenschappelijke wereld nam het vak toen behoorlijk serieus.”

In de jaren 80 kwam de klad erin. De parapsychologie werd wegbezuinigd en voor onderzoek was geen geld meer. Vanwege de slechte beroepsperspectieven maar óók omdat in de wetenschap de eisen voor experimenten strenger werden. Want eerlijk is eerlijk, een échte doorbraak in de parapsychologie bleef uit. „Er zijn veel theorieën,” zegt Kramer, „maar niet genoeg empirisch bewijs”.

„Het is dus zo, dat ik moet zoeken naar de dader”, zegt Croiset. „Teruggaande over die brede verkeersweg, over die hoge brug. Dan moet ik een dorp of een stad in, dan krijg ik aan mijn linkerhand een emplacement. Daar ga ik rechtsaf. En als ik rechtsaf ga, kom ik bij een… garage plus drug… zo’n winkel van alles, een drugstore… Daar ga ik langs, dan kom ik op een hoek waar een hek staat, ga ik het hek om, dan ik zal het zo dadelijk even tekenen, ik ga dat plein over. Dan ga ik rechts af, en daar is de bank waar de persoon werkt.” Dader, volgens Croiset: een slanke man, 1.80 meter lang, met een stofhoed.

Drie paragnosten, drie verhalen

Een kast vol vergeelde paperassen. Directeur Kramer werpt samen met projectmedewerker Maaike Bloem (24) een blik op de immense hoeveelheid dossiers. „Croiset begreep er zelf ook niets van, waarom ’ie dit kon”, zegt Kramer. „Hij wilde zichzelf begrijpen, dat was voor hem de drijfveer om dit alles bij te houden. Hij was absoluut niét borstklopperig en hij vroeg er ook geen geld voor.” En dat onderscheidt Croiset van veel andere paragnosten, zegt hij. „De meeste houden vooral dankbrieven bij.”

Het archief van het werk van Gerard Croiset. Fotografie: Ilvy Njiokiktjien

Kramer kan het weten. Na zijn studententijd werd hij klinisch psycholoog. Hij specialiseerde zich in het diagnosticeren van mensen met een paranormale ervaring en assisteerde de politie bij de inschatting of een paragnost behulpzaam kon zijn bij een opsporingsonderzoek – na de ontvoering van Gerrit Jan Heijn in 1987 kreeg de politie tips van drieduizend paragnosten.

Met gesprekstechnieken beoordeelde Kramer of paragnosten fabuleerden, „slachtoffer waren van hun eigen emoties”. Want als je drie paragnosten bij een zaak betrekt, krijg je drie verschillende verhalen, dat is nu eenmaal zo.

Waar het volgens Kramer om draait: valt erop te rechercheren? „Een gele Toyota met cijfer 2 in het nummerbord in Zuid-Spanje, dat is niet te doen. Maar de politie mag ook niet uitsluiten dat iemand die zich paragnost noemt, mogelijk zélf de dader is.” Concrete tips zal de politie altijd willen natrekken.”

„De moord is gebeurd met een gewoon mes”, zegt Croiset. „Eerst geworgd en daarna is de keel doorgesneden, steekwonden… dat is een gewoon mes geweest. En naar mijn mening was het een mes uit het huis zelf, niet van de man wat hij meegebracht zou hebben.

„Lagen daar in huis worteltjes… worteltjes. Ik zie namelijk op het aanrecht in de keuken worteltjes liggen. Zo, laten we maar stoppen.”

Een paar dagen na de sessie gaat de tekst, die nog vele pagina’s meer bevat, in Engelse vertaling op de post naar de burgemeester van Lawton. Inclusief een verzoek tot overmaking van 15 dollar in verband met gemaakte onkosten.

De politie schakelt sporadisch nog steeds paragnosten in. Onder „zeer bijzondere omstandigheden” is hun hulp toegestaan, schreef voormalig minister Ivo Opstelten (Veiligheid, VVD) aan de Tweede Kamer nadat daarover in 2012 ophef was ontstaan. „Sommige delicten zijn zo ernstig dat de politie en het OM alle mogelijkheden om een delict op te lossen in overweging willen kunnen nemen.” De mogelijkheid staat verwoord in de ‘Instructie Onorthodoxe Opsporingsmethoden’.

‘Onorthodox’ heet de parapsychologie inmiddels. Gelijk met de groeiende scepsis nam in de jaren 80 ook de twijfel over de verdiensten van Gerard Croiset toe. De nadruk op zijn successen verschoof naar zijn missers, die óók talrijk waren. Er rezen twijfels over de nauwkeurigheid van zijn biograaf, de Amerikaanse journalist Jack Pollack. En ook professor Wilhelm Tenhaeff werd gewantrouwd. De professor had rijkelijk over zijn studieobject gepubliceerd, maar wie had de professor gecontroleerd? Hadden ze geprofiteerd van elkaars reputatie? Hadden ze onder een hoedje gespeeld?

Anders dan gedacht waren de twee zeker geen twee handen op een buik, zegt Kramer. „Ze konden behoorlijk botsen, blijkt uit documenten in het archief.” Zo schreef Tenhaeff eens: ‘Ik weet, dat mijn kritiek hem onaangenaam aandeed en een der oorzaken was van de ambivalente instelling welke hij t.o.v. mij bezat’. Kramer verbaast zich wel eens over de niet aflatende ijver van sceptici om paragnosten te ontmaskeren. „Als je zeker weet dat iets níet bestaat, waarom zou je dan je leven eraan wijden om aan te tonen dat iets niet bestaat?”

Een jongetje met een verlamde hand zou na behandeling door Croiset de deur weer kunnen openen. Tekst gaat verder onder de video

God en het heelal

Geloven Kramer en Bloem zelf in een zesde zintuig? Het gáát niet om geloven, zeggen beide. Het gaat om de studie ernaar. Waarom zou je daarover een standpunt innemen zolang je niets zeker weet? „We weten alleen zeker dat er mensen zijn die zulke ervaringen rapporteren”, zegt Bloem, die zelf geschiedenis studeerde.

Wat de parapsychologie interessant maakt, zegt Kramer, is dat iedereen er een mening over heeft. Waarom, vraagt Bloem zich af, is theologie als studieobject wel geaccepteerd en parapsychologie niet? „God mag je wel onderzoeken, maar niet het idee dat er meerdere goden bestaan. Of dat je met overledenen kunt communiceren.” Onderzoek moet passen in het westerse, christelijke paradigma. Voor verliefdheid is ook geen wetenschappelijke basis, zegt ze. „Maar dat vinden we wél normaal.”

Ook het archief van Croiset zal de vraag niet beantwoorden of er méér is tussen hemel en aarde. Daarvoor zijn de aanwijzingen die hij gaf, te vaag, te multi-interpretabel. Bovendien blijft het resultaat vaak ongewis. Croiset, net zo benieuwd, vroeg altijd wel om een antwoord. Tevergeefs dikwijls, de opdrachtgever had er geen belang meer bij. Kramer: „Het archief schetst vooral een kleurrijk beeld van zijn werkwijze. En van de tijd waarin hij leefde.”

2 december 1960. Een brief uit Amerika, gericht aan professor Tenhaeff. „Waarde heer”, schrijft de burgemeester van Lawton. „Wij waren ten zeerste getroffen, onder andere, door de heer Croisets beschrijving van de verkeersbrug met de hoge lampen. Dit is de enige op deze wijze verlichte verkeersbrug binnen een straal van ten minste 100 kilometer van de stad Lawton.” De burgemeester verzoekt om meer informatie en sluit foto’s bij, waaronder foto’s van hoedjes. Zeventien soorten hoedjes. Hopelijk met één gelijkend op die van op het ogenblik onze vriend… eh… uit Fair Lady, Wim Sonneveld.