Column

Het nieuwe onderscheid: constructief versus destructief

Rond de jaarwisseling kon je overal pessimistische, fatalistische voorspellingen over Europa in 2017 lezen. Over populisten die verkiezingen winnen, de euro en Schengen afschaffen en de EU verlaten. Nu is het tijd om naar Frankrijk te kijken. Daar is iemand opgestaan die een ander geluid laat horen. Iemand die in april president wil worden met een opbouwend, positief verhaal over Europa. En het bijzondere is: Emmanuel Macron, 39 en partijloos, schiet omhoog in de peilingen.

Wie weet staat Macron, een oud-bankier die minister van Economie was onder president Hollande en hem adviseerde over de euro, wel voor een nieuwe trend in de Europese politiek. Het verschil tussen links en rechts is verdwenen. Nu ontstaat een nieuw politiek onderscheid: constructief versus destructief.

Constructieve – decente – politici onderscheiden zich door onbesproken gedrag en het vermogen om een positieve toekomstvisie te ontwikkelen. Ze proberen burgers daarvoor warm te krijgen, zelfs al suggereren peilingen dat die visie impopulair is. Deze politici komen met realistische analyses en plannen. Ze spelen op de bal, niet op de man.

Negativistische politici werken andersom: ze maken mensen bang en beloven hen dan gouden bergen – die natuurlijk niet bestaan. Zij schelden opponenten uit, gebruiken termen als ‘kotsbeu’ en worden zelden betrapt op ethische en democratische principes. Ze zullen nooit een idee verdedigen als ze denken dat het volk het niet wil horen.

Populisten, die de rechtsstaat als obstakel zien en hun grootmoeder zouden verkopen om aan de macht te komen (of blijven), zijn er in Europa meer dan genoeg. Veel burgers vragen zich af: waar blijven de politici die geen sprookjes vertellen over nationale soevereiniteit als oplossing voor alle problemen, maar voort willen bouwen op het goede dat we in Europa hebben opgebouwd sinds de verschrikkingen van twee wereldoorlogen?

Iedereen wacht tot een ander opstaat. Niemand wil platgescholden of bedreigd worden, als hij zegt dat het probleem van Europa juist is dat we het geen kans van slagen geven. En dat we méér Europa nodig hebben om het weer succesvol te maken.

Maar dit is exact wat Macron dinsdag in Berlijn zei, tijdens de Humboldt-toespraak. Hij zei dat Europa, dankzij een sterke Duits-Franse as, het beste is dat ons ooit is overkomen: vroeger beschoten we elkaar, nu werken we samen. Dat heeft ons ongekende vrede en welvaart bezorgd. Recentelijk kwam er de klad in, door de crisis met de banken, euro, economie, migratie en veiligheid. Op Europese toppen willen regeringsleiders ‘winnen’ van hun collega’s. Lidstaten concurreren zich suf. Zeggen dat je Europees bent „klinkt bijna als provocatie”.

Macron wil Europa weer opbouwen door het meer soevereiniteit te geven op terreinen als veiligheid, de euro, migratie en defensie. We gommen landsgrenzen uit, maar bewaken onze gemeenschappelijke buitengrens niet. Als dit fout loopt – daar kun je op wachten – krijgt Europa de schuld. Idem dito met de euro en defensie. „Ik accepteer niet dat we het idee van soevereiniteit hebben overgelaten aan extreemrechtse of extreemlinkse populisten.”

Macron toont wat de conservatief Fillon al eerder toonde: dat je populisten niet bestrijdt door ook eurosceptisch en anti-elitair te doen, maar door je eigen verhaal neer te zetten. Alexander Van der Bellen deed hetzelfde in Oostenrijk – en won. Zij zijn geen charismatische sprekers. Anders dan Le Pen, Sarkozy of Hofer zwepen ze de zaal niet op met toverformules, eindeloos herhaald. Constructieve politici staan voor hun principes en zeggen wat ze denken. Geen wonder dat zoveel prominenten van links én rechts voor Macron gaan werken. Hier gebeurt iets. Hier groeit politiek perspectief.