Column

Het Huis van Ivo

Ivo van Hove lijkt eindelijk zijn zin te krijgen: een fusie van zijn Toneelgroep Amsterdam en Stadsschouwburg Amsterdam. In een verklaring die gezelschap en theater donderdag uitbrachten, stellen ze dat ze één instelling willen vormen. Van Hove krijgt zo zijn eigen huis, een diepgewortelde wens die hij al in 2006 openbaarde in zijn Staat van het Theater, de traditionele openingsspeech van het nieuwe theaterseizoen : „Schouwburgen in de grote steden zouden geleid moeten worden door de huisgezelschappen.” Daarbij helpt het dat hij verlost is van schouwburgdirecteur Melle Daamen. Die was bang voor overvleugeling, legde hij in een interview met NRC eind vorig jaar uit. Een sterke regisseur zal altijd voor zijn eigen producties opkomen, en daar moet dan onvermijdelijk de programmering van andere producenten voor wijken. Dat leidt voor het publiek tot verarming van het aanbod, zo vreesde hij.

Daamen vertrok naar Rotterdam, om – o, ironie – de fusie van schouwburg, gezelschap Ro en Productiehuis Rotterdam te leiden. Maar er was een essentieel verschil: het gezelschap was daar niet de bovenliggende partij, en de artistiek leider vertrok bovendien. Er is dus niet één dominante persoon, en die is er ook niet bij de fusie in Den Haag, waar het Nationale Toneel is samengegaan met de Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui. Ook daar vertrekt artistieke grootheid Theu Boermans en moet zijn opvolger Eric de Vroedt zich eerst nog verder bewijzen voordat hij de organisatie volledig zijn wil op zou kunnen leggen. Met al zijn internationale successen is dat bij Van Hove anders.

In het persbericht doen Toneelgroep Amsterdam en de Stadsschouwburg alle moeite om de indruk te vermijden dat, zoals in Duitse theaters, de artistieke voorman van het huisgezelschap de programmering bepaalt en er voor anderen weinig ruimte is. Het nieuwe stadstheater moet publiek uit Amsterdam, de rest van Nederland en voorbij de landsgrenzen „de mogelijkheid bieden om ambitieus en vernieuwend theater uit Nederland en de rest van de wereld te zien” en „als een magneet werken op lokale, nationale en internationale (top)kunstenaars”. Kortom: niemand heeft iets te vrezen.

Naar organisatie en de bestuursvorm wordt nog gekeken. Dat is niet bepaald een detail bij een fusie. Zeker niet met een sterke, dominante leider. Daarover zijn genoeg lessen te trekken uit het bedrijfsleven, waar succesvolle bedrijven met een bejubelde topman na verloop van tijd in problemen kwamen als de tegenspraak niet goed was georganiseerd. Het is te hopen dat de bankiers en managers in de raden van toezicht van TA en schouwburg zich dat realiseren, en dat zij ook een andere bekende les uit het bedrijfsleven ter harte nemen. Direct vanaf zijn aantreden moet een topman bezig zijn met zijn opvolging. Dus óók Ivo van Hove, ook al heeft hij geen concrete plannen voor vertrek. Maar het succes van een instelling mag nooit afhankelijk zijn van één persoon.