Het grote verdwijnen van de oerbossen

Natuur

Ongerepte bosgebieden krimpen in hoog tempo. Dat blijkt uit de eerste mondiale analyse. Sommige maatregelen, zoals houtkap volgens richtlijnen, lijken averechts te werken.

Houtopslag in Congo. Jbodane

Een bosgebied zo groot als Spanje en Duitsland bij elkaar. Zo veel ongerept bos is sinds 2000 wereldwijd verdwenen of aangetast. Zeventien jaar geleden waren deze bossen nog wilde natuur, maar nu zijn ze gekapt of afgebrand, lopen er wegen of gasleidingen doorheen of groeien er oliepalmen of sojaplanten.

Opgeteld gaat het om een areaal van 919.000 vierkante kilometer dat is aangetast. 52 procent van die verdwenen wilde bossen staan in drie landen: Rusland, Brazilië en Canada. Houtkap is wereldwijd de grootste bedreiging voor ongerepte bossen, gevolgd door landbouw en door mensen veroorzaakte bosbranden.

Dat concluderen onderzoekers van de University of Maryland en Greenpeace, aangevoerd door Peter Potapov en Matthew Hansen. Potapovs team kwam de verloren bossen op het spoor door op satellietbeelden te speuren naar menselijke verstoring in voorheen intacte bossen tussen 2000 en 2013, zoals mijnbouw en houtkap op grote schaal. Kleinschalige landbouw en houtkap door inheemse bevolkingsgroepen telden ze niet mee. Vrijdagavond bracht het team verslag uit in het tijdschrift Science Advances.

Het is voor het eerst dat het verlies van ongerepte bossen wereldwijd is gemeten op basis van satellietbeelden. Potapov en zijn collega’s hebben eerder oerbossen in kaart gebracht, maar keken toen niet naar de aantasting ervan. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) schrijft ook rapporten over mondiale ontbossing, maar baseert die op gegevens die landen zelf aanleveren.

De aantasting van ongerepte bossen gaat razendsnel, laten Potapov en zijn collega’s zien. Van de 12,8 miljoen vierkante kilometer onaangetaste bossen in 2000, was er in 2013 nog maar 11,9 miljoen vierkante kilometer over.

Als het verlies zich in dit tempo doorzet, schrijven de onderzoekers, zijn over 20 jaar alle natuurlijke bossen in landen als Paraguay, Laos, Equatoriaal-Guinea en Cambodja aangetast. Na 60 jaar zijn er zelfs in extreem bosrijke landen als Congo en Gabon geen oorspronkelijke regenwouden meer over.

Deze kaart toont het verlies van intacte boslandschappen sinds 2000. Groen bos is er nog, rood is verdwenen.

Geen menselijke verstoring

De onderzoekers zochten op satellietbeelden naar ‘intacte boslandschappen’ volgens een meetmethode die Potapov eind jaren 90 hielp ontwikkelen toen hij nog voor Greenpeace Rusland werkte. Een bosgebied telt als intact als er geen zichtbare sporen van menselijke verstoring zijn en als het minimaal 500 vierkante kilometer beslaat, ongeveer de oppervlakte van Texel. Een intact boslandschap is daarmee een gelijkwaardig concept als oerbos of primaire bos.

Die grens van 500 vierkante kilometer (50.000 hectare) is enigszins arbitrair. „Het is ongeveer de omvang van een bos waarin het ecoysteem kan blijven functioneren”, zegt Lars Laestadius, een Zweedse expert in bosbeheer die meeschreef aan het onderzoek. „Een kudde rendieren heeft misschien meer ruimte nodig, maar een roedel wolven kan zich erin handhaven.”

Intacte boslandschappen zijn per vierkante meter waardevoller natuurgebied dan jonge, aangeplante bossen. Ze herbergen meer biodiversiteit, houden meer koolstof vast en zijn beter bestand tegen natuurrampen en schommelingen in het klimaat. Laestadius: „Juist daarom is het zo belangrijk deze afgelegen gebieden in het oog te houden. Dan kan niemand doen alsof ze niet weten dat ze verloren gaan.”

Het team gebruikte beelden van het Amerikaanse satellietprogramma Landsat met een resolutie van 30 bij 30 meter. Deze satellietgegevens zijn vrij toegankelijk. Matthew Hansen van de University of Maryland: „Iedereen kan ons onderzoek nadoen. Mensen kunnen er eenvoudig op variëren, bijvoorbeeld met een andere definitie van wat een bos is.”

State of the art, vindt Martin Herold de analyse. Herold is hoogleraar geo-informatiekunde aan de Wageningen Universiteit en was niet bij het onderzoek betrokken. „Dit onderzoek laat goed zien wat er allemaal mogelijk is met moderne satellietgegevens. Als je bossen consistent en voor langere tijd monitort, en je ziet wegen verschijnen en bomen verdwijnen, is dat een van de eerste tekenen dat het bos onder druk staat.”

Houtkap rolde uit het onderzoek als belangrijkste oorzaak voor de aantasting van ongerepte bosgebieden wereldwijd. Het grootste probleem is niet het omkappen van bomen zelf, maar de fragmentatie die ermee gepaard gaat. Waar hout gekapt wordt, verschijnen wegen om mensen en machines te vervoeren. Die infrastructuur versnippert het woud. De totale oppervlakte blijft misschien gelijk, maar het effectieve leefgebied van dieren verkleint.

Lichtpuntjes

De bedreigingen verschillen per regio. In Rusland leidt de winning van ruwe olie en gas tot het verlies van bossen, in Australië is het de mijnbouw en in Zuid-Amerika de aanleg van akkers en weides.

Het team zag ook lichtpuntjes. Het instellen van natuurparken lijkt te helpen om de aantasting te vertragen. Al merken de onderzoekers op dat ook parken geen absolute garantie zijn: in het hart van het Russische Nationaal Park Sotsji werd in 2011 een skiresort gebouwd, voor toeristen en de Olympische Winterspelen van 2014.

Verrassend genoeg lijken sommige beschermingsmaatregelen de teloorgang van ongerepte bossen juist te versnellen. Op satellietbeelden van Congo bleek het verlies van intact regenwoud groter in bossen waar bomen werden gekapt volgens de richtlijnen van houtkeurmerk FSC dan in concessies zonder FSC-certificaat. „Onbegrijpelijk en niet te verklaren”, zegt Arjan Alkema van FSC Nederland. „Het onderzoek biedt hier geen houvast. Onze opvatting is dat je door het verantwoord en selectief kappen van bomen, het bos kan behouden. Een zekere mate van verstoring is daarbij onvermijdelijk, maar uit andere onderzoeken blijkt dat FSC een positief effect heeft.”

„Ik wil dat resultaat best interpreteren”, zegt Hansen. „Als een concessie een FSC-certificaat krijgt, zal het die waarschijnlijk ook gebruiken. Kapbedrijven die voor FSC kiezen hebben hun zaakjes op orde. Ze zijn professioneel en worden goed geleid. In concessies zonder certificaat is dat vaak niet het geval.”

Hansen voegt daaraan toe dat de situatie in Centraal-Afrika beter is dan op andere plekken. „In Congo zien we dat gebieden waar selectief gekapt wordt daarna ook met rust gelaten worden. Maar onderaan de streep blijft de conclusie: het bos is niet meer intact. End of story.

FSC is al langer bezig om het concept van intacte boslandschappen te integreren in haar richtlijnen. Na lobbywerk van Greenpeace, is eind vorig jaar een nieuwe eis voor certificaathouders opgesteld: ze mogen geen bomen meer kappen als dat betekent dat een intact boslandschap zal verdwijnen.

Denkt Hansen dat het mogelijk is het verlies van oerbossen een halt toe te roepen? „Ik ben een zwartkijker geworden”, reageert hij. „Ik heb gemerkt dat ergens tussen wetenschap en politieke besluitvorming de werkelijkheid vertroebeld raakt. Maar het is mooi dat we nu een simpele manier hebben om het verlies van bossen te kwantificeren en alarm te slaan. Dit is wat we hebben verloren. Deze bossen zijn weg.”