Acht jaar Obama: een intellectueel in het Witte Huis

Acht jaar Barack Obama Hij was niet de dromer die zijn fans wilden zien. Barack Obama was meer intellectueel dan volbloed-politicus. Een zoeker, levenslang gedreven door het verlangen valkuilen te vermijden. Welk stempel heeft zijn karakter gedrukt op zijn presidentschap dat na acht jaar nu ten einde is, vraagt correspondent Guus Valk zich af. Wat blijft er over van zijn beleid? En hoe kan het dat het Witte Huis straks bewoond wordt door Obama-haters?

The White House / Pete Souza

1. De behoedzame

Barack Obama heeft een merkwaardige gewoonte. Als hij klaar is met een toespraak, geeft hij meestal een paar harde klappen tegen de zijkant van het spreekgestoelte. Baf! Baf! Maar deze dinsdagavond laat Obama de energieke dreunen achterwege. Hij oogt bedachtzaam en ingetogen. De grote hal van McCormick Place in Chicago is gevuld met 11.000 mensen, en Obama staat op een sober podium achter zijn spreekgestoelte. Van zijn laatste officiële optreden als president had hij een frivole avond kunnen maken, zoals veel voorgangers dat deden. Een toespraak, zijn specialiteit, dicht bij zijn huis in Hyde Park, omringd door trouwe aanhangers.

Maar daar is het Obama deze dinsdagavond niet om te doen. Hij maakt er geen pep rally van. En dat ligt niet alleen aan de beroerde akoestiek en het rumoer in de zaal, waarover Obama grapt: „Je kunt wel zien dat ik een lame duck ben. Niemand luistert meer naar me.”

Obama praat op docerende toon, als een bezorgde vader. Hij heeft het over de bedreigingen voor de democratie. Het gebrek aan echte gesprekken, Amerikanen die zich terugtrekken in hun eigen gelijk, en hun vertrouwen in instituties hebben opgegeven. Hij richt zich tegen de mensen die alles anders willen, die mopperen op politici, maar zelf niks doen.

„Als je iets anders wil, kom dan uit je luie stoel en organiseer je. Als je teleurgesteld bent in gekozen vertegenwoordigers, pak dan een klembord, haal handtekeningen op, doe zelf mee.”

Dit is de Barack Obama die hij zo goed kent, vertelt Obama’s vriend Jerry Kellman een dag later. Kellman (65) is Obama’s belangrijkste mentor, buiten zijn familieleden, schreef David Remnick in zijn Obama-biografie The Bridge uit 2010. Kellman kent Obama nog uit Chicago. Hij nam de jonge twintiger ooit aan als buurtwerker. „Hij zei laatst tegen me: ‘Jerry, diep in mijn hart ben ik altijd die buurtwerker gebleven.’ Barack wordt niet gedreven door een wil om alles te veranderen. Hij wil dat mensen zichzelf organiseren, dat de democratie werkt. Dan verandert er pas iets. Dat heeft hij hier in Chicago geleerd. Hij is zich bewust van zijn beperkingen, en die houding maakt hem onkwetsbaar.”

Tot zijn allerlaatste dagen in het Witte Huis behoudt Barack Obama zijn aura van kalmte. Alles is onder controle, alles is deel van het grotere plan. Tegen David Remnick, tevens hoofdredacteur van The New Yorker, zei Obama onlangs: „Dit is niet het einde der tijden. Ik geloof niet in de apocalyps, tot die zich ook echt aandient. Niets is het einde van de wereld, tot de wereld ophoudt te bestaan.”

Met dezelfde koelheid trad Obama in het verleden altijd de moeilijkste momenten in zijn leven tegemoet, zegt David Maraniss, een andere biograaf. Het is grotendeels gespeeld, zegt hij. Een pose. Hij leerde al in zijn jonge jaren dat hij het meest effectief was als hij zijn emoties verborgen hield. Obama’s lichte kant, zijn neiging tot zelfspot en ironie, komt voort uit diezelfde aangeleerde sociale intelligentie. Maraniss: „Hij is een uitstekende acteur, met een goed ontwikkeld gevoel voor komische effecten. Dat is ook een verdedigingsmechanisme. Hij is kritiek zo een stap voor.”

In Barack Obama: The Story schreef Maraniss in 2012 dat Obama van jongs af aan gedreven wordt door „het vermijden van de valkuilen van het leven”. Hij is zich ervan bewust dat hij anders is dan de mensen om hem heen, en dat maakt hem extreem behoedzaam. „Het was al zo in Indonesië, waar hij als kind woonde, en later op Hawaï. Als zoon van een zwarte vader en witte moeder hoorde hij daar niet echt thuis, dat werd hem tenminste vaak duidelijk gemaakt. Hetzelfde gebeurde op de plekken waar hij later terechtkwam: Chicago, Harvard, en de laatste acht jaar in Washington. Obama weet dat zijn unieke achtergrond hem kwetsbaar maakt. Hij wapent zich daartegen. Ook nu. Hij laat niet merken hoe aangedaan hij echt is.”

Obama en de media. (Tekst gaat verder onder de foto’s.)

The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza

Achter het ‘masker van decorum’, zoals David Remnick het eens noemde, gaat de onmacht schuil van een president die zijn erfenis in gevaar ziet komen. Zijn Witte Huis wordt vanaf volgende week vrijdag bewoond door mensen die groot werden door Obama-haat. Donald Trump, zijn opvolger, hield de birther-mythe jarenlang in leven. Trump betwijfelde openlijk of Obama wel in de Verenigde Staten geboren was, en nam zelfs geen genoegen met een geboortebewijs uit Hawaï. Het was Trumps garantie voor succes: hij kwam in talkshows, en werd een politieke factor.

Steve Bannon, Trumps topstrateeg, leidde deze anticampagne via zijn website Breitbart. Michael Flynn, de nieuwe Nationale Veiligheidsadviseur, is in 2014 door Obama ontslagen. Bij iedere presidentiële transitie hoort een zekere breuk met het verleden. Maar dit is geen breuk meer, het is een totale afrekening met de tijd van Obama.

En dat zijn alleen nog maar de mensen. Wat blijft er over van acht jaar beleid? Wat gebeurt er met ‘Obamacare’, officieel de Affordable Care Act, het nieuwe zorgstelsel, dat een verzekering garandeert aan de miljoenen Amerikanen die tot dusverre onverzekerd waren? Trump heeft beloofd die wet af te schaffen, en te vervangen door „iets beters, iets mooiers”. Wat gebeurt er met de rassenverhoudingen, een onderwerp dat Obama omzichtig heeft behandeld? De Iran-deal? De klimaatwetten?

Obama ligt er wakker van, zegt David Maraniss. „Maar hij zal dat nooit laten merken. Het laatste wat hij wil, is paniek. Hij kan alleen maar koel blijven, en zo redden wat er te redden valt.”

Barack Obama, zegt zijn studievriend David Goldberg, is nooit een man met een missie geweest. „Hij is een man op reis. Dat is een groot verschil. Het gaat hem er niet om een doel te bereiken, zoals het presidentschap. Politiek boeit hem niet wezenlijk. Hij wil ontdekken wie hij is. Politiek helpt hem daarbij.”

Als president was Obama een zoeker, die zich instinctief afwachtend opstelde. Obama wilde niet de verlosser zijn die veel aanhangers in hem zagen, of de utopische dromer. In de kern is Obama een realist, die de wereld accepteert zoals zij is, ook de lelijke kanten.

Behoedzaamheid tekende zijn presidentschap. Internationaal boekte hij enkele grote resultaten, zoals de akkoorden met Iran en Cuba. Die kwamen tot stand na jarenlange systematische voorbereiding, een methode waar Obama zich prettig bij voelt. Als er geïmproviseerd moest worden, hield hij vast aan het principe: ‘Don’t do stupid shit.’ De wereld veranderen kon Amerika niet, wist hij. „Bommen gooien omdat het kan is het slechtste argument”, werd hij geciteerd in The Atlantic. Als hij eerder handelt dan denkt krijgt hij snel spijt. Zoals toen hij met militair ingrijpen dreigde in Syrië en erop terugkwam.

Ook binnenlands predikte Obama vaak het evangelie van de kleine stapjes. Of het nu over ras, vuurwapens, energie of de verdwijnende middenklasse ging. Hij kende de beperkingen van zijn ambt. En hij weigerde lange tijd mee te doen aan het politieke spel in Washington. Hij leek Washington meer te observeren dan er werkelijk aan mee te willen doen. Kiezers rekenden op hope én change. Toen de verandering uitbleef, veranderde de hoop van velen in frustratie.

Zijn presidentschap is in lijn met Obama’s karakter, zeggen mensen die hem al jaren goed kennen. Als biraciaal kind uit een gebroken gezin groeide hij op tussen mensen die zijn achtergrond, zijn ras, zijn geschiedenis niet deelden. Altijd was hij de buitenstaander. Dat maakte hem analytisch sterk en sociaal bedreven, maar ook afstandelijk. Alsof hij er nooit helemaal bij hoorde.

„Het zit in mijn DNA om tribalisme te wantrouwen”, zei Obama eens. „Ik probeer het al mijn hele leven te omzeilen, het is een bron van verwoesting.” Maar het Amerika dat hij achterlaat is verdeelder dan het was in 2009, toen hij begon. Obama is er niet in geslaagd de polarisatie en de politieke verlamming te beëindigen. Van de teleurstelling onder Amerikanen heeft Donald Trump gebruikgemaakt. De door Obama verwaarloosde Democratische Partij was bovendien niet in staat Trump te stoppen.

Barack Obama vertrekt vrijdag uit het Witte Huis zoals hij er kwam, en zoals hij zich zijn leven staande heeft gehouden: als een buitenstaander. Hij gaat in de wijk Kalorama wonen, waar hij gaat schrijven en nadenken. Verder is hij nog vaag over zijn plannen, maar zijn vrienden weten: hij heeft allang wat bedacht. Zijn reis, waar zijn vriend David Goldberg het over had, gaat gewoon verder.

2. De zoon

Amerikaanse politici maken graag parabels van hun leven. Of het nu gaat om een armoedige jeugd (Bill Clinton), een bijbaantje als badmeester (Ronald Reagan), of een mishandelde moeder (Hillary Clinton). Het coming of age-verhaal moet uitleggen wat een politicus drijft, en tegelijk laten zien: ik ben net als u. De jeugd van Barack Obama was zo uniek, en zijn levensloop zo vol zijpaden, dat hij volgens biograaf David Maraniss onmogelijk zo’n rechttoe-rechtaan verhaal kon vertellen. „Dat verklaart zijn grote zelfbewustzijn, zijn neiging tot introspectie. Hij is voortdurend bezig met de vraag: wie ben ik?”

Pas op latere leeftijd begon Obama de losse draadjes te verbinden. Hij deed het in zijn autobiografie Dreams From My Father, die hij in 1995 schreef. Het boek is te lezen als een zoektocht naar zijn identiteit. Maar los van die oprechte intentie, zegt Maraniss, wilde hij zijn leven ook polijsten. Obama zag in zijn ongewone achtergrond een metafoor, een les voor Amerika. „Daarmee zette hij zijn latere biografen op grote achterstand. De eerste die zijn geschiedenis opschreef, in een wat geromantiseerde versie, was hijzelf.”

Obama en kinderen. (Tekst gaat verder onder de foto’s.)

The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza

Barack Obama’s zoektocht naar wie hij was begon in Indonesië, waar hij in 1967 met zijn moeder en stiefvader ging wonen. Obama was zes jaar eerder geboren op Hawaï. Zijn Keniaanse vader, de flamboyante Barack Obama senior, ontmoette tijdens een cursus Russisch een verlegen meisje van achttien uit Kansas, Stanley Ann Dunham. Ze trouwden snel, hoewel hij al een vrouw en twee kinderen had in Kenia. Barack Obama heeft zijn biologische vader nauwelijks gekend. Toen hij twee was, scheidden zijn ouders. Zijn vader ging naar Harvard om te promoveren, en keerde daarna terug naar Kenia. Stanley Ann Dunham, door Obama beschreven als een wat naïeve, jonge wereldverbeteraar, hertrouwde met de Indonesiër Lolo Soetoro, en het gezin ging in Jakarta wonen.

Obama had aanvankelijk nauwelijks door, schrijft hij zelf, dat zijn moeder een andere huidskleur had dan hijzelf. Toen hij ouder werd, werd hij er zich meer van bewust. Als Obama tv keek, viel het hem op „dat Bill Cosby nooit het meisje kreeg in I Spy. Dat de zwarte man in Mission Impossible altijd onder de grond zat.” De Amerikaanse warenhuisfolders die opa en oma opstuurden: witte gezinnen. De Kerstman: wit.

Eén keer zou hij zijn vader nog ontmoeten, tijdens een gespannen Kerstvakantie op Hawaï in 1971. Obama was door zijn moeder teruggestuurd naar Honolulu, waar hij bij zijn opa en oma was gaan wonen. Zijn vader kwam op bezoek en de jonge Barack werd innig omhelsd. Ze kregen ruzie om een kerstfilm, en gingen ijzig uit elkaar. Hij zou zijn vader, die in 1982 stierf, nooit meer zien. David Maraniss: „Na die ervaring ging Obama op zoek naar mentoren, mensen die een voorbeeld konden zijn. Zijn vader heeft die rol niet kunnen spelen.”

Na de middelbare school ging Obama Politicologie studeren in Los Angeles, en later in New York. Hij wist niet goed wat hij wilde. In een impuls, schrijft hij zelf, besloot hij in 1983 opbouwwerker te worden. „Als een zalm die in blinde ijver opwaarts zwemt, naar de plek van zijn conceptie.”

3. De buurtwerker

Jerry Kellman is 65, maar nog altijd een gedreven katholieke activist. Kellman trok zich het lot aan van de South Side van Chicago, en de leeggelopen industriegebieden om de stad heen. Hij haalde de jonge Barack Obama naar Chicago. Hij vertelde, zegt Kellman, dat hij in een Afro-Amerikaanse gemeenschap wilde wonen en werken. „Barack was een zoekende man, hij wilde antwoorden op zijn levensvragen.”

Ze voerden lange gesprekken over ras, over ongelijkheid, en over Obama’s drijfveren. „Hij is sterk beïnvloed door zijn moeder, een idealistische antropoloog. Elk gesprek ging uiteindelijk weer over haar. Alles wat hij deed moest betekenis hebben, zoals zijn moeder ook vond. Hij nam zijn rol in de wereld bloedserieus. Hij was te jong om de Burgerrechtenbeweging meegemaakt te hebben, maar die mensen adoreerde hij. Werken in de South Side kwam het dichtst in de buurt.”

De Afro-Amerikaanse Loretta Augustine-Herron werd Obama’s leidinggevende. Ze werd een moederfiguur voor hem. Obama geeft haar de schuilnaam ‘Angela’ in zijn autobiografie. „We hadden al heel wat ambitieuze buurtwerkers versleten”, vertelt ze, op de bank in haar woonkamer. „Meestal willen ze te veel, en branden ze op. Barack was anders. Hij was een jonge twintiger, maar kwam ouder over. Hij bulkte van het zelfvertrouwen. Hij was slim, en hij wist het.”

Loretta Augustine-Herron (74) gaf Obama advies over de ingewikkelde en smerige politiek van Chicago. Ze leerde Obama aan haar keukentafel verzoeken in te dienen voor subsidies. Obama bleek daar goed in. Hij had een vloeiende pen, en wist welke ambtenaar of politicus hij moest bereiken. Maar hij hielp haar ook, zegt ze.

„Hij zei altijd: ‘Ga niet naar iemand anders toe om je problemen op te lossen. Organiseer jezelf. Als er over je gepraat wordt, stuur je niet iemand naar de onderhandelingstafel. Je moet er zélf zijn.’”

Augustine-Herron leerde nog iets van Obama, toen die een paar jaar later vertrok uit Chicago: volg altijd je hart. Ze volgde zijn voorbeeld, nam ontslag als buurtactivist en ging op een basisschool werken. „Al jarenlang was dat mijn droom. Maar ik durfde niet. Zijn lef werkte aanstekelijk.” Ze staat nog altijd voor de klas als invaljuf.

Luister een deel van het gesprek met Loretta Augustine-Herron

Jerry Kellman: „Politiek in Chicago is een goede leerschool. Titels stellen niks voor. De beslissingen worden op een laag niveau genomen. Barack had daar een goed instinct voor.” Toen hij erachter kwam dat hij andere mensen in beweging kon krijgen, kreeg hij meer interesse in politiek.

Voor het eerst in zijn leven ging Obama voornamelijk met Afro-Amerikanen om. Hij voelde zich verwant met hun emancipatiebeweging. Chicago had voor het eerst een zwarte burgemeester gekozen, Harold Washington. In Hyde Park, waar Obama woonde, kwam een zelfbewuste, hoger opgeleide zwarte middenklasse op.

Maar Obama hoorde er nooit helemaal bij. Hij deelde niet dezelfde achtergrond als de mensen om hem heen, gebruikte andere woorden, herkende hun woede niet. „Ik voelde me als een buitenlander die struikelt over een vreemde taal.”

Obama was serieus, té serieus naar Jerry Kellmans smaak. Hij ging niet uit, zat in zijn eentje thuis als hij niet aan het werk was. Hij las veel over de Burgerrechtenbeweging, bewonderde de activist Malcolm X, en kwam in aanraking met het werk van andere zwarte intellectuelen. Hij sloot zich aan bij de kerk van dominee Jeremiah Wright. De kerk was een verzamelplek voor de invloedrijke Afro-Amerikaanse bovenlaag. Als presidentskandidaat zou deze predikant hem nog in de problemen brengen, nadat onder meer diens ‘God damn America’-preek landelijk nieuws werd. Obama moest met hem breken.

Mentor Jerry Kellman had hem opgedragen naar een zwarte kerk te gaan. „Barack kwam in zijn werk docerend, afstandelijk over. Als hij moest speechen, was het veel te theoretisch. Ik zei: ga eens in een kerkbank zitten, kijk eens hoe zwarte voorgangers dat doen.”

Obama begon die manier van spreken te imiteren. Hij kreeg gevoel voor timing. Kellman leerde hem bovendien dat alles begint met een verhaal. „Om iets te bereiken, heb je een narrative nodig. Een verhaal, dat je publiek meteen pakt. Hij heeft dat hier moeten leren, maar zijn levensverhaal en retorisch vermogen werden de drijvende krachten achter zijn presidentschap.”

Barack Obama en eten. (Tekst gaat verder onder de foto’s.)

The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza

Obama had gemengde gevoelens bij het zwarte nationalisme in zijn omgeving. Hij bewonderde de denkkracht, de solidariteit en de organisatiegraad. Maar de woede voelde hij niet. Zwart nationalisme verwierp hij als leeg, utopisch denken.

Ondanks de trots van Afro-Amerikaanse kiezers op de eerste zwarte president in de geschiedenis van de Verenigde Staten, zou Obama als president regelmatig botsen met zwarte intellectuelen. De schrijver Ta-Nehisi Coates zegt bijvoorbeeld dat racisme in Amerika iets structureels is, dat is ingebakken in de samenleving. Obama zag, of ziet, racisme eerder als een historische vergissing. Coates schreef in december in The Atlantic: „Barack Obama sprak een geloof in onschuld aan – voornamelijk witte onschuld – die de historische fouten van dit land afdeed als een misverstand. Eerder het werk van een klein groepje, en geen opzettelijke boosaardigheid, of wijdverspreid racisme. Amerika was goed. Amerika was geweldig.”

Ook in de South Side kwam de afgelopen jaren de Black Lives Matter-beweging op. BLM was in 2013 opgericht als protestbeweging na politiegeweld tegen Afro-Amerikanen. Maar de jaren erop ging het steeds meer om het structurele racisme in de samenleving, dat Obama niet op heeft kunnen lossen.

Loretta Augustine-Herron zegt: „Als Black Lives Matter hier demonstreert, moet ik de neiging onderdrukken de straat op te lopen en de discussie aan te gaan. Ik heb van mijn jaren met Barack geleerd dat je je ongenoegen anders moet uiten. Formuleer eerst precies wat je wil, en probeer dat doel stap voor stap te bereiken. Ongerichte woede maakt je zwakker.”

Augustine-Herron hoort veel mensen in Chicago zeggen dat Obama als president niet heeft gebracht wat ze ervan gehoopt hadden. Ergens snapt ze het wel. Het racisme in de VS is nog even hevig als altijd. Maar, zegt ze: „Je moet de kleine stappen óók zien. Scholen zijn verbeterd. We hebben een zorgverzekering. Mijn kleinzoon studeert aan MIT, dat was vroeger ondenkbaar. Met kleine stapjes gaat het steeds iets beter.”

Obama wilde, zegt ze, nooit een zwarte president zijn. „Daarom wilde hij ook geen ‘zwarte’ agendapunten doorvoeren. Hij wilde wel onze levens verbeteren, en die belofte heeft hij deels waargemaakt. Als hij alleen maar ‘change’ was blijven zeggen, was er niks gebeurd.

4. De pragmaticus

In Chicago zag Barack Obama steeds duidelijker de beperkingen van zijn werk. Hij miste, zegt Jerry Kellman, een intellectuele basis. Daarom ging hij studeren aan Harvard. Met die stap had hij ook een persoonlijk doel, schrijft David Remnick in The Bridge: zijn afwezige vader had er gestudeerd. Barack Obama jr. was in een eeuwigdurende competitie verwikkeld met Barack Obama sr., zonder dat de buitenwereld het doorhad. Zoals hij altijd met basketbal wilde winnen, wilde hij ook in dit gevecht de beste zijn.

Voor Obama braken jaren aan van „slechtverlichte bibliotheken, bladerend door rechtszaken en wetboeken”. Hij scherpte er ook zijn ideeën over politiek en macht, vertelt zijn studievriend David Goldberg, die nu als advocaat aan de westkust werkt. Hoe ingrijpend mag een overheid ingrijpen in een mensenleven?

Obama’s kijk op de wereld werd in deze jaren bepaald, schrijft Harvard-hoogleraar James Kloppenberg in zijn boek Reading Obama. Hij ging geloven in ‘geordende vrijheid’, waarbij burgers een hoge mate van vrijheid genieten, maar in ruil zich verantwoordelijk voor de samenleving voelen. Obama verwierp ideologieën of andere starre wereldbeelden, en het universele denken van de babyboomer-generatie net boven hem. Zijn pragmatisme is volgens Kloppenberg dus een bewuste keuze, een levenshouding.

Obama werd in zijn denken sterk beïnvloed door Laurence Tribe. Volgens de progressieve hoogleraar Constitutioneel Recht moet de Grondwet niet gezien worden als een statisch document, waarin alleen de bedoelingen van de schrijvers geldend zijn, zoals conservatieven vinden. De grenzen moeten bepaald worden door hedendaagse interpretaties.

Het lijkt een theoretische kwestie. Maar aan welke kant je staat, heeft grote gevolgen in het politieke tweestromenland Amerika. Obama werd bekeerd tot de progressieve interpretatie. De Grondwet, zei Obama dinsdag, „is niet meer dan een stukje perkament. Het heeft geen macht. Alleen wij, burgers, geven het macht.” Laurence Tribe, zijn leermeester, had het gezegd kunnen hebben.

Obama hoorde er nooit helemaal bij op het elitaire Harvard, zegt Jerry Kellman. „Maar hij wapende zich door de top te bereiken. Hij wilde hoofdredacteur worden van de prestigieuze Harvard Law Review, het hoogst bereikbare.” Met dat doel deed hij mee aan de eerste verkiezing van zijn leven. „Het was net reality tv”, zegt David Goldberg, vriend en tegenkandidaat. „Er waren achttien kandidaten. We zaten met zijn allen in een kamer, en de studenten stemden een voor een iemand weg.”

Aan het einde van de avond zaten alleen Goldberg en Obama er nog. Goldberg presenteerde zich tegenover de studenten als een echte progressief. Obama nam een middenpositie in. Hij toonde begrip voor conservatieve studenten en docenten, en beloofde dat het blad ook recht zou doen aan hun wereldbeeld. Obama won, en werd de eerste zwarte hoofdredacteur van het tijdschrift.

Obama, zegt David Goldberg, „zigzagde zich door het leven heen”. „Het leek of hij niet echt wist wat hij wilde. Hij had allang plannen om in de politiek te gaan, maar hield dat voor zich.”

Als hoofdredacteur deed Obama wat hij beloofd had: hij plaatste ook conservatieve stukken, en nam redacteuren aan met verschillende ideologische achtergronden. „Hij maakte van het zoeken naar een middenweg een principe. Hij leerde er ook zakelijk te zijn. Debat is prima, maar het moet niet te lang duren. We drukten tweeduizend pagina’s tekst per jaar, exclusief voetnoten. Elke maand een deadline. Dan leer je wel zakelijk en pragmatisch te denken.”

5. De buitenstaander

David Goldberg zag in Obama geen echte politicus. „Hij is niet iemand die energie krijgt van praten met een vreemde. Het put hem snel uit, behalve als hij echt iets wil weten van iemand.”

Tot Goldbergs verbazing koos Obama niet voor de wetenschap of de advocatuur. Obama had inmiddels Michelle Robinson leren kennen tijdens een stage, en verhuisde terug naar Chicago. Hij ging Constitutioneel Recht doceren aan de Universiteit van Chicago, en werd in 1996 politicus. Obama won een zetel in de Senaat van de staat Illinois.

Bijna heeft Michelle haar man uit de politiek weten te praten, zegt vriend Jerry Kellman. In 2000 probeerde Obama in Washington door te breken. Hij deed mee aan de Democratische voorverkiezingen voor de Congreszetel in zijn district, en nam het op tegen de populaire Afro-Amerikaan Bobby Rush. Obama verloor, voor het eerst – en het laatst – in zijn politieke leven. Kellman: „Ze vond het niks, die harde politieke wereld. Barack was koppig, en werd vier jaar later senator in Washington. Toen heeft ze zich maar geschikt.”

Barack en Michelle Obama. (Tekst gaat verder onder de foto’s.)

The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza
The White House / Pete Souza

Zonder de nederlaag in 2000 was Obama geen president geworden, zegt Jerry Kellman. „Hij voerde die campagne als een zwarte politicus, en probeerde alleen zwarte kiezers te bereiken. Als hij was gekozen, had hij het zo de rest van zijn carrière aangepakt. Hij begreep dat hij het anders moest doen. Zijn boodschap moest universeler worden. Daaruit is de Obama geboren die ik de afgelopen jaren gezien heb.”

De toespraak op de Democratische Conventie van 2004, zorgde voor een wereldwijde doorbraak van Obama. Hij hield een fel betoog tegen partijpolitieke verlamming, een welkom geluid onder kiezers in de Bush-jaren. Volgens Kellman kwam het succes voor Obama zelf als een verrassing. „Het was een omslagmoment voor hem. Hij dacht tot dan dat hij er nog niet klaar voor was, al hield hij zijn onzekerheid verborgen voor de meeste mensen. Na die toespraak zei hij: ‘Gee, misschien ligt hier mijn toekomst wel.’”

Met getrouwen uit zijn Chicago-netwerk, zoals David Axelrod en Valerie Jarrett, begon Obama zijn plannen uit te werken. Jerry Kellman: „Om in de politiek te slagen, moet je jezelf door en door kennen. De paar jaar voor zijn kandidatuur vond hij dat hij zichzelf genoeg had onderzocht. Hij dacht dat hij president kon worden, en vond zichzelf daar ook geschikt voor.”

Toen Obama zich in 2007 meldde voor de presidentsverkiezingen, had hij ook een persoonlijke reden. Afwijzing bepaalt Obama’s ambities meer dan machtshonger, zegt Jerry Kellman. „Hij had zijn leven lang discriminatie meegemaakt, en heeft zich altijd een buitenstaander gevoeld. Als zwarte man, besefte hij, mag je niet falen. De samenleving is niet erg vergevingsgezind voor een zwarte man. Dat voedde zijn ambitie om het allerhoogste te bereiken.”

Op het kantoor van David Goldberg hangt een ingelijste kop van de satirische site The Onion, die op de verkiezingsdag in 2008 verscheen. ‘Zwarte man krijgt slechtste baan van het land.’ Zo, zegt David Goldberg, voelde de verkiezingswinst van Obama voor hem. Het was geen dag om te vieren. Hij maakte zich zorgen.

Ook Jerry Kellman was sceptisch. „Geestelijk gezonde mensen worden meestal geen priester of politicus. Mensen die slagen in de politiek, zijn meestal mensen met een ongezonde levenshouding. Barack vond ik niet passen in die rol, hij is geestelijk zo gezond als wat.”

Maar hij zag dat Obama zijn verhaal had gevonden. Zijn ongewone, biraciale afkomst, zijn tegenslagen, de kansen die hij kreeg, de verzoening met zijn complexe achtergrond – het stond volgens Obama symbool voor een Nieuw Amerika. Zijn verkiezing zou een bevestiging van zijn optimisme over Amerika zijn.

Barack Hussein Obama, naar eigen zeggen „die magere jongen met de grappige naam”, werd in januari 2009 de eerste zwarte president van de Verenigde Staten. Hij voerde campagne met een verbindende, maar ietwat vage boodschap van hoop en verandering. Het was precies wat Amerikaanse kiezers wilden horen, na jaren van cynisme. De oorlogen in Irak en Afghanistan waren uitzichtloos, het land was in een diepe recessie beland.

„Van deze nalatigheid zal hij zijn leven lang spijt hebben.”

Tijdens de campagne presenteerde Obama zich bewust niet te veel als Democraat, maar meer als een onafhankelijke kandidaat. Zo wilde hij ook president zijn. De eeuwige outsider Obama koos in Washington opnieuw voor een eenzame rol. Biograaf David Maraniss: „Hij dacht dat hij de Democraten niet nodig zou hebben, en hij negeerde zijn partij. Er is nooit veel liefde geweest. Hij wilde het presidentschap aanpakken zoals hij in Chicago had gewerkt. Hij wilde geen harde politiek bedrijven, maar rationeel naar de middenweg zoeken.”

Daardoor, zegt Marannis, is Obama deels verantwoordelijk voor de implosie van de Democratische Partij, dit najaar. Over de campagne van Hillary Clinton, of de boodschap van de partij, had hij lange tijd nauwelijks nagedacht. Obama is populair (rond de 55 procent van de kiezers steunt hem), maar de Democraten kochten daar niks voor. „Van deze nalatigheid zal hij zijn leven lang spijt hebben.”

Obama kon lange tijd niet aarden in Washington, zeker niet toen de Democraten in 2010 hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden verloren, en twee jaar later in de Senaat. Met die meerderheid wist hij aanvankelijk nog zijn belangrijkste wet aangenomen te krijgen: Obamacare, het nieuwe zorgstelsel. „This is a big fucking deal”, fluisterde vicepresident Joe Biden Obama in het oor bij de ondertekening van de wet. Maraniss: „En Biden heeft gelijk. Het is het grootste binnenlandse resultaat van acht jaar Obama.”

Op veel momenten was Obama een stuk minder daadkrachtig. „Hij maakte een einde aan de recessie, en daar verdient hij lof voor. Maar hij had ook de banken en Wall Street echt kunnen hervormen, dat bleef uit. Vuurwapenbezit, een belangrijk thema voor hem, had hij kunnen aanpakken, maar hij liet het na.”

Obama stelde zich volgens Maraniss te veel op als intellectueel, te weinig als politicus. „Hij verzamelde historici om zich heen, en zoog hun ideeën gretig in zich op. Hij las Team of Rivals, over de rivaliteiten in de regering van Abraham Lincoln. Maar het was ook een houding die hij aannam om zijn besluiteloosheid te maskeren. Hij wist allang hoe hij over een onderwerp dacht, hij had alleen moeite een knoop door te hakken.”

Studievriend David Goldberg zag hoe Obama in Washington probeerde de lessen van Harvard toe te passen. Zoeken naar compromissen, niet te star naar de wet kijken. „Maar de grote ironie is dat die lessen hem als president hinderden. Hij dacht dat hij de Republikeinen in het Congres kon behandelen als zijn conservatieve studiegenoten op Harvard. Op het Capitool waren ze niet in zijn middenkoers geïnteresseerd.”

Met name zijn eerste jaren in Washington zijn frustrerend voor hem geweest, zegt Goldberg. „Hij was zwakker dan hij zelf wilde zijn. Pas later, in zijn tweede termijn, heeft hij zich aangepast. Het tragische is: pas toen hij zijn eigen principes verloochende, kreeg hij echt succes.”

Tot zijn grote frustratie kon Obama zijn belangrijkste belofte, verzoening, niet waarmaken. Hij moest toezien hoe de afgelopen jaren twee Amerika’s steeds verder uit elkaar trokken. Er gebeurde precies waartegen hij zo gewaarschuwd had: progressieven hebben zich teruggetrokken in de grote steden, omringd door gelijkgestemden. Conservatieven domineren de plattelandsgebieden. In 2004 zei hij nog: „Er is geen conservatief of progressief Amerika. Er zijn de Verenigde Staten van Amerika.” Maar de scheiding tussen rood en blauw Amerika ervaren de meeste Amerikanen steeds dwingender.

Internationaal stagneerde de Amerikaanse invloed. Obama is dankzij zijn jeugd sterk gericht op Azië en de gebieden rondom de Stille Oceaan. Maar een echte verschuiving bleef uit. Guantánamo Bay is tot vandaag open, al beloofde Obama de omstreden terreurgevangenis te sluiten.

De oorlog in Irak werd beëindigd, maar Obama wist zich vanaf het begin geen raad met de opstanden in de Arabische wereld. De haastig getrokken ‘rode lijn’ tegen de Syrische president Assad – militair ingrijpen als hij chemische wapens zou gebruiken – trok hij in 2013 even snel weer terug. Sindsdien ligt het initiatief in Syrië bij Rusland, een opkomende geopolitieke tegenstander die hij lange tijd onderschatte.

David Maraniss: „Obama is bereid de wereld te accepteren zoals die is. Maar hij had moeite met grote besluiten, zoals in Syrië gebleken is. Maar hij is zeker geen pacifist, en is bereid oorlog te voeren. Zijn drones hebben duizenden mensen gedood. Daar kan ik geen idealisme in ontdekken.”

Rond 2012, toen zijn herverkiezing op het spel stond, veranderde Obama. Hij werd minder Chicago, minder Harvard, en meer Washington. Hij begon deals te sluiten, hij werd dwingender, minder stroef. Toen de Republikeinen een meerderheid in beide kamers van het Congres veroverden, ging hij steeds vaker per decreet regeren. Hij voerde zelf wetten door, zoals immigratiehervorming (later door een rechter herroepen) en de aanpak van klimaatverandering.

Over ras, het dominante thema in zijn leven, sprak hij zich vaker en explicieter uit. Hij hield een emotionele toespraak in 2015 in Charleston, waar negen leden van een zwarte kerk werden vermoord door de racist Dylann Roof. Obama was minder optimistisch, en benadrukte hoe racisme tot vandaag doorwerkt. „Te lang zijn we blind geweest voor de manier waarop onrecht uit het verleden het heden nog altijd beïnvloedt. Hopelijk zien we dat nu. En wapenen we onszelf niet alleen tegen racisme, maar ook tegen de subtiele impuls om Johnny uit te nodigen voor een tweede sollicitatiegesprek, en Jamal niet.” Daarna zong hij ‘Amazing Grace’. Hier was, zegt David Maraniss, een ‘pionier’ aan het werk. „Een zwarte president die een hele natie troost. Op dat moment realiseerde ik me hoe ver we in een paar decennia opgeschoten zijn.”

Maraniss vergelijkt Obama vaak met Bill Clinton. Beide mannen komen uit een gebroken gezin, groeiden onder moeilijke omstandigheden op, en slaagden erin het hoogste ambt te bereiken. „Bill Clinton deed het op overlevingsdrang. Hij was meedogenloos, raakte in allerlei schandalen verzeild, en maakte er een chaotische tijd van in Washington. Obama had zichzelf vooraf al goed leren kennen, en kon daarom zelfbeheersing tonen. Hij bleek het tegendeel van Clinton te zijn.”

Als volgende week Donald Trump aantreedt, mag hij proberen Obama’s politieke erfenis ongedaan te maken, zegt vriend en mentor Jerry Kellman uitdagend. „De invloed van Barack Obama zal blijven. Het land zit in een overgangsfase. Een oud Amerika sterft, en een nieuw Amerika komt op. We zitten daar nu precies tussen, het wordt een tijd van pijn en verdriet. Dit land verandert zo snel. Ik ga nog meemaken dat meer dan de helft van de Amerikanen zwart, latino of Aziatisch is. Trump is een laatste stuiptrekking. Wij progressieven gaan uiteindelijk gewoon winnen.”