Opinie

Hallo Murakami, vaarwel Multatuli

Afgezaagd literatuuronderwijs ontneemt leerlingen alle leeslust, schreef een jaar geleden. Nu zegt hij: Ik zat er naast. „Het is nog veel verschrikkelijker dan ik dacht.” Drie hardnekkige misverstanden en één radicaal voorstel.

Hoe hartverwarmend groot de groep is die begaan is met ons literatuuronderwijs ontdekte ik toen ik, exact een jaar geleden, de leeslijsten van scholieren had gezien en daar wat voorzichtige vraagtekens bij plaatste (Die boekenlijst is misdadig, fuck de canon, nrc.next, 14-1-2016). Orthodoxe en afgezaagde werken als Max Havelaar ontnemen leerlingen hun toch al slinkende leeslust, stelde ik.

Docenten, leerlingen, beleidsmakers, schrijvers, academici, politici, leesstichtingen en cultuurgenootschappen: ik heb ze sindsdien allemaal gesproken in panels en in fora, en na al die bijeenkomsten in scholen en bibliotheken moet ik toegeven: ik zat er naast.

Het is namelijk nog veel verschrikkelijker dan ik dacht. Wat er mis is, en in welke richting de oplossing gezocht moet worden, is het beste te verhelderen aan de hand van de drie hardnekkigste misverstanden die ik keer op keer hoorde.

Misverstand 1

„Maar wíj doen het al goed.” Meestal waren het bevlogen docenten en hun apetrotse leerlingen die dit opperden. Gretig lazen ze eigentijdse romans, wekten ze verstofte klassiekers tot leven op toneelmiddagen, of hielden ze poëziewedstrijdjes.

Proficiat, maar jullie zijn absoluut de uitzondering, en juist zulke exceptionele leesfreaks zijn natuurlijk bereid om zulke debatavonden te bezoeken. Iets realistischer is het beeld uit een rapport dat de Stichting Lezen dit jaar liet maken. De ondervraagde havo- en vwo-docenten Nederlands geven aan hooguit 15 tot 25 procent van hun totale lestijd aan literatuur te kunnen besteden. Soms geven ze maar „acht lessen per jaar”. Tijdgebrek is hun grootste obstakel, en omdat literatuur maar summier meetelt voor het eindexamen heeft het nergens prioriteit.

Ook bij de leerlingen blijkt er, in dat overvolle eindexamenjaar, een verstikkend tijdgebrek dat het lezen verdringt, waar ze toch al amper interesse in hebben. Na het mondeling examen komen ze met ontboezemingen als: „Meneer, ik heb nul titels gelezen en de uittreksels voorbereid.” Het rapport erkent dat het beeld waarschijnlijk zelfs nog wat geflatteerd is, omdat de ondervraagde docenten vrijwillig reageerden, en dus geen aselecte representatie vormen.

Nu zelfs de liefhebbers erkennen dat het literatuuronderwijs is gemarginaliseerd, zijn er twee reacties mogelijk. De eerste is stug doormodderen. Láát die leerlingen hun leesrapportjes maar bij elkaar googelen en overpennen; láát die leraren die lege rituelen van sjoemeltentamens en façadeverslagen maar opvoeren en gedogen. De tweede reactie is het literatuuronderwijs veranderen. Ik heb daar een radicaal voorstel voor. Maar daarvoor moet ik eerst stilstaan bij het tweede misverstand.

Misverstand 2

„Wiskunde is toch ook niet leuk?” Zoals je differentiaalvergelijkingen moet maken, zo moet je ook Max Havelaar lezen. Wie dat argument inbrengt, vergeet het meest wezenlijke: dat de literatuur bij de kunsten hoort. Het is geen cognitieve vaardigheid, geen wetenschap, het is een kunstvorm. Dat vereist een totaal andere didactiek, waarbij het doel niet zozeer kennis of vaardigheden verwerven is, maar gevoeligheid ontwikkelen. Kunst hoeft niet ‘leuk’ te zijn, maar moet je wel kunnen raken.

Nooit heeft iemand mij antwoord kunnen geven op de vraag die ik overal stelde: waarom moeten leerlingen wel tien romans lezen en niet tien schilderijen zien (waarvan drie vóór 1880) en twee sculpturen, vier symfonieën luisteren, één opera, enzovoorts?

Eind jaren negentig stelde de overheid voor om al het literatuuronderwijs, ook van vreemde talen, onder te brengen in één nieuw vak. Engels, Frans, Duits en Nederlands delen uiteraard het literaire begrippenapparaat, de stromingen en hun literaturen zijn onderling verwant.

Praktische bezwaren stonden dit in de weg. Er werd toen zoveel aan het onderwijs vertimmerd dat niemand nóg zo’n wild experiment aandurfde. Toch zie ik de redding van de literatuur in die richting. Ik wil zelfs nog verder gaan en stel het volgende voor.

Komend schooljaar gaat het voor havo en vwo verplichte vak CKV (Culturele en Kunstzinnige Vorming) op de schop. Het nieuwe doel, volgens een Kamerbrief van staatssecretaris Sander Dekker, is: „Kunst actief meemaken.” Kunst is dan: „architectuur, beeldende kunst en vormgeving, dans, film, muziek, nieuwe media, theater en combinaties hiervan”.

En de literatuur dan? Dit is een prachtige mogelijkheid om die te bevrijden uit de beknelling tussen taalvaardigheid, grammatica en begrijpend lezen. Maak CKV veel groter dan het nu is, en geef de literatuur daar een prominente plek in, met alle taalvakken samen, met docenten die rouleren. Bovendien biedt dit in één klap een tegenwicht aan het derde misverstand;

Misverstand 3

„De canon is toch nodig voor cultuuroverdracht?” Want Max Havelaar is toch essentieel om ons koloniale verleden te begrijpen? Leerlingen moeten weten dat Vondel niet alleen een park is en P.C. Hooft meer dan een straat? Zeker, dus vlecht je een stevige streng literatuurgeschiedenis in dat CKV-curriculum. Je laat zien hoe stromingen ontstonden en elkaar internationaal beïnvloedden, van Rimbaud naar Slauerhoff, van Kafka naar Murakami (op welke leeslijst mag hij?). Sterker nog, je kunt dan eindelijk laten zien hoe er lijnen lopen van Beethoven naar Tolstoj (die nu nergens gelezen kan worden!), van Madonna naar Zadie Smith, van Picasso naar Kundera.

Moeten ze alles integraal lezen? Waarom? Oude klassiekers lezen ze klassikaal, in korte fragmenten. Wie gegrepen is, leest het compleet, maar de crux is, inderdaad, „kunst actief meemaken”. Nodig schrijvers uit. Zelf geef ik weleens een mini-workshop creatief schrijven. Wie het even zelf probeert, leest daarna anders, zoals je leerlingen ook zelf moet laten schilderen als je ze naar het Kröller-Müller sleept.

Hoeveel boeken moeten ze dan verplicht lezen? Hoeveel punten krijgen ze ervoor? Ach, wat zou het machtig zijn als het kunst- en cultuuronderwijs de plaats is waar ze eindelijk leren dat er meer in het leven is dan kwantiteit. Wat zou het machtig zijn als ze één boek werkelijk konden lezen, doorvoelen en ervaren, in plaats van de samenvattingen van tien te kunnen napraten.