Fascinerende Bosnische muziek op reuzeblaasbalg

Eurosonic Accordeonist Mario Batkovic zorgde met zijn optreden voor een spaarzaam hoogtepunt op het Groningse festival.

Concert van de Bosnisch-Zwitserse accordeonist Mario Batkovic tijdens Eurosonic 2017. Foto: Andreas Terlaak

Wie had gedacht dat van alle 250 optredens van hiphopartiesten, singer-songwriters, indie-bands, elektronicaproducers, laptopfluisteraars en fadozangers op dit Eurosonic-festival, uitgerekend een Bosnische accordeonist de meeste indruk zou maken? Het optreden van Mario Batkovic, voor een zittend publiek van 120 mensen, was afgelopen dagen een van de weinige waar het publiek blééf en gebiologeerd keek en luisterde naar de welvende bewegingen van de reuzeblaasbalg, de betoverend ritmische vingers op de ivoren knoppen, en de lange riedels die Batkovic aan zijn instrument ontlokt. Batkovic doet niets dat je van een accordeon verwacht – hier geen Balkan-referenties of smartlapstijl. Hij creëert minimal-klanken die aanzwellen tot een dreigende storm en weer terugvallen tot fluisterzacht gepruttel. De trefzekerheid, gebracht met een duivelse grijns, werkte hypnotiserend.

Tekst gaat verder onder de video

Daarmee was Batkovic een hoogtepunt op deze wisselvallige Eurosonic-editie. Het aanbod van het driedaagse festival, waar nieuw talent uit veertig Europese landen zich presenteert, was dit jaar priller dan ooit. Zelfs voor de ingevoerde muziekliefhebber waren de namen uit Finland, het Verenigd Koninkrijk, België, Italië, veelal onbekend. Zo werd het een avontuurlijke rondgang langs de in tientallen zalen, kerken en kroegen optredende acts, waarbij artiesten die op een ‘playlist’ aantrekkelijk leken, live soms tegenvielen, en andersom. De Britse Betsy, die gesmeerde dance-pop speelt, was op het podium te geëxalteerd om te imponeren, de eveneens Britse Declan McKenna maakte een aantal aanlokkelijke, Jake Bugg-achtige nummers, maar was live te vlak.

Een artiest heeft op Eurosonic weinig tijd om het publiek voor zich te winnen. Er zijn zoveel optredens tegelijk, dat een groot deel van de ruim vierduizend – internationale – bezoekers na twee nummers doorloopt naar een volgend optreden. Maar het concert van het Ierse Saint Sister hield de aandacht vast. De live-versie van de dromerige, met harp en elektronica opgesierde samenzang van Morgan MacIntyre en Gemma Doherty, was zo ingenieus en gloedvol dat zowel de twee stemmen als de instrumenten met elkaar leken te versmelten.

Onverwacht succes was er ook voor de twee zusjes met lichtgroen haar van het Finse Alma, die doeltreffende house-pop brachten, met als uitschieter hun hit ‘Karma’. Zanger Jinte Deprez, van de populaire Belgische band Balthazar, speelde nummers van zijn aanstaande solo-album voor een volle zaal: met omfloerste effecten opgesmukte elektro-rock. Dansbaar, maar zonder veel stootkracht. Bij de lange zanger Bry, uit Ierland, daarentegen, leek het ineens heel makkelijk, om te overrompelen met gedecideerde poprock. De zaal zat vol zwijmelende meisjes.

Het Litouwse viertal Bandmaster maakte dance met een mooi contrast: lichte dameszang over laag dreunende elektronica. Uit Brixton, Londen, kwam dit keer eindelijk weer eens een opvallende gitaarband. De nummers van het jonge vijftal Shame klonken hees en ruig. Hun stijl was niet opzienbarend, maar de presentatie bevrijdend. Het gekrioel, de maaiende armen en de neiging van voorman Charlie Forbes om overal aan te likken (microfoon, publiek) – dit soort gedrag was al te lang niet op een podium te zien geweest.

Pop: Eurosonic

●●●●●

Gehoord: 12/1, 13/1 meerdere locaties, Groningen.

    • Hester Carvalho