Opgevoed: ‘Mijn zoon heeft driftbuien in gezelschap’

Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen.

Illustratie Martien Ter Veen

Moeder: „Wat doe ik als mijn kind een driftbui heeft in gezelschap? Mijn kind is elf, hoogbegaafd, en kan ontploffen van woede. Hij wordt vooral razend om on-rechtvaardige situaties. Op school heeft hij daarom een thermometer gekregen; als hij die op rood zet, is dat een teken voor andere kinderen dat ze uit de buurt moeten blijven. Maar soms explodeert hij ook als we met vrienden of familie zijn. Wij hebben geleerd dat het ’t beste is op zo’n moment mee te buigen: begrip te tonen, rustig te blijven, dan ebt het wel weg. Maar laatst waren we met vrienden die zeiden: ‘Dat kunnen jullie niet toelaten, joh, jullie moeten hem veel harder aanpak-ken!’ Dan ga ik twijfelen: want ik vind het ook niet kunnen, en dat wil ik anderen ook laten zien, dat ik wéét dat een kind zich dient te beheersen, en ik permitteer me als we alleen zijn en hij zo’n bui heeft ook wel eens een flinke uitbrander, maar in gezelschap escaleert de situatie dan alleen maar.

Laatst was ik met andere ouders op een vol terras toen mijn zoon ontzettend tekeer ging tegen een ander jongetje. Die jongen had ook sneaky zitten doen, maar die van mij ging door het lint: schreeuwen, haren trekken. Als het aan mij had gelegen, waren we naar huis gegaan. Dan was er een vervelend einde gekomen aan een fijne middag. Maar die andere ouders waren zo vol begrip, niemand hakte op hem in, en de hele bui was in no time verdwenen. Maar houden we dat gedrag zo in stand? Als hij straks op de middelbare school zit, heeft hij misschien niet zo’n begrijpende volwassene voor zich staan.”

Hoe zouden kinderen dit aanpakken? Wij vroegen het ons kinderpanel:

En dit zeggen deskundigen:

Natuurlijk grijp je in

Tischa Neve: „Tijdens een driftbui is een kind niet voor rede vatbaar. Het kind is zichzelf kwijt en heeft hulp nodig om kalm te worden. Het werkt averechts om kwaad te worden of met van alles te dreigen; rustig blijven is het devies. Natuurlijk grijp je wel in: je kind mag anderen geen pijn doen. Je haalt het kind even weg uit de situatie, zo bescherm je hem en de andere kinderen. Pas als het kind kalm is, kun je samen bespreken waarom hij zo boos werd. Kinderen die hoogbegaafd zijn, denken anders en sneller dan andere kinderen, en hechten vaak aan rechtvaardigheid. Ze kunnen door onmacht ontploffen. Dat is ook voor het kind zelf vervelend. Het is goed als hij zelf leert voelen wanneer zijn emmertje gaat overlopen. Dat vereist dat je samen de signalen leert herkennen die aan de driftbui vooraf gaan. Wanneer gaat het van groen naar oranje, naar rood? Probeert hij andere kinderen vergeefs iets duidelijk te maken? Je kunt samen een plan maken wat te doen als het hem te veel wordt. Een koptelefoon opzetten, ergens een boekje gaan lezen.”

Zoek uit wat de voortekens zijn

Robert Vermeiren: „Ga goed na wat de aanleiding is voor een driftbui. Dat hoogbegaafde kinderen niet tegen onrecht kunnen, zien we vaker, maar betreft het hier onrecht in het algemeen of specifieke vormen van onrecht? Zoek uit welke voor-tekens helpen om vroeg in te grijpen. Je kunt hierbij afspraken maken over het geven van een teken. Dat kunnen de ouders doen, of de zoon, of beiden. Dat kan helpen om al in een vroeg stadium een pas op de plaats te maken. Als kinderen ouder worden, krijgen ze vanzelf meer controle over hun impulsen, maar als de situatie erger wordt, dan is het aan te raden professionele hulp in te roepen.

Ouders moeten vooral doen waar ze zich zelf goed bij voelen, zolang ze maar op één lijn zitten. Andere mensen denken vaak dat ze het beter weten. De beste stuurlui staan aan wal. Het betreft vaak mensen met ‘brave’ kinderen of zonder kinderen. Dat geeft ouders onterecht het gevoel te falen. Wat buitenstaanders zich niet realiseren is dat ze zo de problemen erger maken. Ouders worden onzeker, dat voelen kinderen, en dat vergroot de kans op escalatie.”