Interview

Dit kabinet veranderde hun leven

Miljoenen Nederlanders werden rechtstreeks geconfronteerd met maatregelen van dit kabinet. Hoe voelen zij zich na vier jaar?

‘De rust is nu toch teruggekeerd in wietland’

Michael Veling: hoefde zijn coffeeshop niet te sluiten.

Maatregel: de wietpas werd de facto afgeschaft, waardoor buitenlanders weer cannabis konden kopen in de coffeeshop. In ruil daarvoor kwam er een minimale afstand van 250 meter tussen coffeeshops en scholen. In Amsterdam sneuvelden daardoor veel coffeeshops.

Foto Lars van den Brink.

„Verdomme, wat hebben ze in het zuiden last gehad van de wietpas. Buitenlanders mochten de coffeeshop ineens niet meer in. Dat hebben ze geweten. De omzet kelderde, vooral in Limburg, Brabant en Zeeland. Alsof de drugstoeristen allemaal braaf weg zouden gaan. De straathandel nam enorm toe, dealertjes konden hun geluk niet op en de politie kreeg het allemaal maar drukker. Gelukkig heeft dit kabinet besloten dat burgemeesters nu zelf mogen besluiten of een wietpas in hun gemeente nodig is. Iedereen mag vrijwel overal weer wiet kopen.

„Wat weer jammer is: nu is er een afstandscriterium van kracht tussen coffeeshops en scholen. Binnen 250 meter van een school mag geen coffeeshop meer staan. In Amsterdam, waar mijn coffeeshop ook gevestigd is, zijn 16 coffeeshops gesneuveld.

„Zelf heb ik er geen last van, ik ben nog gewoon open. En nu de ophef rond de wietpas voorbij is, lopen de zaken ook weer prima. Wat mij betreft krijgt Mark Rutte een veer in zijn reet. De rust is nu toch teruggekeerd in wietland. Hopelijk kunnen we nu ook gaan praten over legale bevoorrading van coffeeshops, dan is het helemaal geregeld.”

‘Aan het begin van de maand rekende ik uit wat ik precies kon uitgeven of niet’

Darischa Mathurin: gaat meer verdienen in de bioscoop.

Maatregel: minimumloon voor jongeren ging omhoog. Begin dit jaar steeg het met ongeveer 2 euro per uur, afhankelijk van de leeftijd.

Foto Lars van den Brink.

„Kaartjes knippen, eten en drinken serveren, klanten helpen aan de servicebalie. Bij de bioscoop heb je steeds andere diensten. Het is best leuk werk, maar ik verdiende heel weinig. Het minimumloon voor mijn leeftijd, 21 jaar. Ik werk 20 uur in de week en verdiende tot eind vorig jaar maandelijks tussen de 300 en 400 euro. Met studiefinanciering kon ik nét rondkomen. Mijn huur alleen al is meer dan het loon dat ik verdien in de bioscoop.

„Als je ziet hoe ik leefde… Aan het begin van de maand rekende ik al uit wat ik precies kon uitgeven of niet. Ik zou graag een groepssport doen, hockey bijvoorbeeld, maar daar had ik geen geld voor. Het lidmaatschap, materialen, het was me allemaal te duur. Op uitgaan bespaarde ik ook. Anders kon ik geen boeken kopen voor mijn opleiding tot docent Engels. Maar weet je, ik ben ook jong, en soms ging ik toch stappen. Dan moest ik het einde van de maand maar weer zien te halen.

„Het minimumloon voor jongeren is net gestegen. In twee stappen met ongeveer 2 euro per uur. Een geweldige beslissing van het kabinet, want het kon echt niet langer. Ik keek er heel erg naar uit. Over precies een jaar wil ik alles meteen kunnen kopen als ik het nodig heb: dat is mijn doel.”

‘Doorrijden ho maar. Wel meer asfalt, maar ook meer files’

Steven van Eijck: mocht het gaspedaal indrukken.

Maatregel: er kwam 654 kilometer extra asfalt onder dit kabinet. Ook werd het aantal snelwegen waarop 130 km per uur gereden mag worden sterk uitgebreid. Op meer dan 60 procent van de Nederlandse wegen mag nu (soms) 130 worden gereden.

Foto Lars van den Brink.

„Héérlijk doorrijden, dacht ik toen het kabinet aantrad. Extra asfalt en veel meer wegen waar we 130 kilometer kunnen rijden. Maar doorrijden: ho maar. Ik rijd iedere dag van Rotterdam naar Amsterdam of Den Haag. Altijd file.

„Gelukkig kan ik zelf doorwerken in de auto, want ik heb al veertien jaar een chauffeur. Dat begon toen ik staatssecretaris van Financiën was, en als lobbyist voor de autobranche is het ook handig. Já, dan denkt iedereen natuurlijk: nou, nou, wat een luxe… Maar het is broodnodig om een hele werkdag te maken. Anders sta ik uren nutteloos stil in de file.

„Soms kijk ik naar buiten en dan zie ik anderen over weghelften slingeren, het is niet normaal. Vorig jaar is het aantal verkeersdoden voor het eerst in jaren gestegen, tot meer dan 600. Minister Schultz wil het gebruik van de mobiele telefoon achter het stuur helemaal afschaffen. Dat lijkt me zeer nodig. Op sommige punten deugt de wetgeving nog niet. Ik heb regelmatig discussie met mijn dochter van 25. Laatst begon ze te appen toen we voor rood stonden. Ik zeg: wat doe jij nu?! Bleek dat het mág, voor een rood stoplicht een whatsapp versturen. Dat kan natuurlijk niet. Daar moet het volgende kabinet zwaar op inzetten.”

‘Wij, en ook Martijn zelf, vinden dat hij geluk heeft met deze baan. Hij gaat met plezier naar zijn werk’

Martijn van Wijhe: kreeg als gehandicapte een vaste baan.

Maatregel: gehandicapten moeten bij ‘gewone’ bedrijven aan het werk.

Foto Lars van den Brink.

„Martijn brengt boodschappen rond voor supermarkt Coop in Ruinerwold, in Drenthe”, vertelt zijn vader Geert van Wijhe. „In een bestelauto met navigatiesysteem. Als er ineens veel nieuwe adressen zijn en zijn gps weet het even niet meer, is het soms wel ingewikkeld. Maar meestal gaat het goed.

„Afgelopen zomer kreeg hij een vast contract. De supermarkt betaalt hem voor wat hij waard is: zijn ‘loonwaarde’ is door het UWV vastgesteld op bijna 48 procent. De rest krijgt hij via het UWV als ‘Wajonguitkering’ voor gehandicapten.

„Wij, mijn vrouw en ik en ook Martijn zelf, vinden dat hij geluk heeft met deze baan. De eigenaar van de winkel is tevreden over hem. Hij gaat zelf ook met plezier naar zijn werk en is in de twee jaar dat hij er nu werkt, nooit te laat gekomen.

„Sociaal doet hij ook gewoon mee aan de activiteiten: baby kijken bij een collega, het Bierfest en dat soort dingen. Hij krijgt nu al minder begeleiding van zijn jobcoach en na een tijdje zal dat ook stoppen.”

‘De echte rokers zitten met hun jassen en mutsen ergens anders onder de hittelampen’

Bea Brakkee-Wateler: moet het rookverbod sinds 2014 handhaven in haar kleine eenmanszaak.

Maatregel: het rookverbod in de horeca ging in op 1 juli 2008. Voor kleine eenmanszaken werd aanvankelijk een uitzondering gemaakt: die hadden geen plek om een rookruimte te maken. Maar sinds 1 januari 2014 geldt het rookverbod voor alle cafés.

Foto Merlijn Doomernik.

„Ik heb een klein bruin café, echt een kroegje, iets van 50 vierkante meter. Na 2008 werd er bij mij eigenlijk niet meer gerookt, maar ’s avonds laat deden we toch weer de asbakken op tafel. Sinds twee jaar ben ik daar ook mee opgehouden. Veel van de vaste bezoekers zijn rokers, dat was eventjes een goed drama. Die moeten nu telkens in- en uitlopen.

„Daar word ik soms niet goed van. Zit ik gezellig met een clubje te kletsen, gaat de een roken, gaat de rest mee. Zit ik daar nog in m’n eentje, want ik rook zelf niet. Het zwaarste van het vak vind ik nu dat ik steeds naar buiten moet omdat de rokers zo kwekken voor de deur. Binnen mag je van mij dollen en lachen, buiten neem je even een hijs en denk je aan de buren.

„Ik heb er financieel onder geleden, ja joh! Ik ben heel wat mensen kwijtgeraakt. De echte rokers zitten met hun jassen en mutsen ergens anders op een terras onder de hittelampen. Of ze halen drank en gaan thuis kaarten. De mensen die nu minder komen, dat zijn juist de echte drinkers. Die maken 25 euro in een avond op. We hebben vorige winter zo slecht gedraaid! Gelukkig trekt het deze winter weer een beetje bij. Maar of dat blijft: ik heb geen idee.”

‘Omdat mensen langer thuis blijven wonen, is de zorg veel complexer geworden’

Jolanda Roelofsen: maakte als wijkverpleegkundige bij zorginstelling Omring de decentralisatie in de zorg mee.

Maatregel: vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor onder andere de zorg aan langdurig zieken en ouderen.

Foto Merlijn Doomernik.

„Sinds 2015 mag ik als wijkverpleegkundige indicaties stellen. Ik zit ook bij keukentafelgesprekken, en daar kijk ik wat iemands netwerk is en hoe iemand zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. Daarbij zetten we mensen aan het denken over wat ze zelf kunnen regelen en in hoeverre er professionele zorg nodig is.

„Omdat mensen langer thuis blijven, is die zorg veel complexer geworden. Organisaties moeten gekwalificeerd personeel hebben dat om kan gaan met multiproblematiek. Ik zie dat niet alle organisaties genoeg wijkverpleegkundigen op hbo-niveau in dienst hebben.”