De ex-spion die weet waar hij over praat

Britse inlichtingendiensten

De Britse geheime diensten zijn vermaard. Dat kan straks een mooie troef zijn in de onderhandelingen met de EU over de Brexit.

De opgang van 9-11 Grosvenor Gardens straalt allure uit, met vier traptreden die leiden naar dubbele deuren geflankeerd door twee zuilen. Typisch een adres voor een bedrijf dat status, exclusiviteit en betrouwbaarheid wil uitstralen. Geen slechte plek voor Orbis Business Intelligence, een bedrijf opgezet door ‘voormalige Britse inlichtingenprofessionals’, aldus de website. Bedrijven kunnen de oud-spionnen inhuren om, bijvoorbeeld, potentiële joint-venture partners door te lichten. Of om de reputatie van de aanstaande machtigste man op aarde te schaden. Vanuit dit kantoor, dichtbij Buckingham Palace, werkte Christopher Steele die het rapport over de Russische activiteiten van Donald Trump samenstelde, aldus The Wall Street Journal.

Wat Steele wel of niet heeft geschreven en wat de aanstaande Amerikaanse president in Russische hotelkamers wel of niet heeft gedaan is verre van helder. Maar sinds Steele deze week in verband is gebracht met het rapport, schaart de Britse inlichtingengemeenschap zich achter de voormalige MI6-man. Of het waar is wat hij geschreven heeft, durven ze niet te zeggen. Dat Steele een lange staat van dienst heeft en als Ruslandexpert gold binnen MI6, de buitenlandse inlichtingendienst, is onomstreden.

Sir Andrew Wood, voormalig ambassadeur in Rusland, zei tegen de BBC dat Steele „uiterst competent” is. „Ik denk niet dat hij dingen verzint”, zei Wood, wat volgens hem niet betekent dat het voor Trump belastende rapport correct is: inlichtingen verzamelen is geen waarheid vaststellen.

Steele, waar alleen een korrelige foto van circuleert in smoking met een zwarte vlinderdas, studeerde in Cambridge, schrijft The Guardian in een uitgebreid profiel op basis van anonieme bronnen bij de inlichtingendiensten en het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij woonde begin jaren negentig, toen de Sovjet-Unie uiteen viel, twee jaar in Moskou, maar werd uiteindelijk toegang tot het land ontzegd.

Steele zou een groot netwerk van contacten, zowel in Rusland als in Londen, hebben onderhouden. Hij was volgens de krant snel en nauw betrokken bij het onderzoek naar de moord op Aleksandr Litvinenko, de Russische spion die asiel kreeg in Groot-Brittannië.

Het is de tweede keer in korte tijd dat de Britten betrokken raken bij de complexe Russisch-Amerikaanse verhoudingen. Eerder berichtte The New York Times dat de Britten als eerste, in het najaar van 2015, doorhadden dat Russische hackers toegang hadden verschaft tot het computernetwerk van de Amerikaanse Democraten.

Alex Younger, de baas van MI6, waarschuwde afgelopen december voor het toenemend gevaar van hacken. „De verbindingen die het hart van globalisering vormen kunnen uitgebuit worden door staten met vijandige bedoelingen. Dit kunnen ze doen door cyberaanvallen, propaganda of ondermijning van het democratische proces”, zei Younger, nog voordat bekend werd dat de Britse diensten in een vroeg stadium de hacks bij de Democraten hadden ontdekt. Younger: „De risico’s vormen een fundamentele bedreiging voor onze soevereiniteit: dit zou een zorg moeten zijn voor iedereen die democratische waarden hoog houdt.”

De plotselinge aandacht voor het Britse inlichtingenwerk komt het VK goed uit. De Britten zien niet alleen hun strijdkrachten maar ook de veiligheidsdiensten als een troef bij onderhandelingen met de EU over uittreding. Zonder Britse inlichtingen zou Europa kwetsbaarder zijn voor terroristische aanslagen en Russische assertiviteit. Het is dus in het Europese belang zijn na Brexit nauw samen te blijven werken met de Britten, maar dan moeten de twee wel op een relatief vriendschappelijke wijze uiteen gaan. De aandacht voor Steele is een welkome herinnering aan de competentie van Britse spionnen.