Zonder sancties had export naar Rusland ook klappen gekregen

Onderzoek

Niet de economische sancties, maar verslechterende relaties met Rusland zorgen voor meeste economische schade in Europa, blijkt uit onderzoek.

April 2014. Belangstellenden plukken appels in de boomgaard van fruitteler Martin Duvekot. Nu Rusland de grens heeft gesloten voor Europees fruit, kan hij zijn appels nergens meer kwijt. Iedereen mag komen plukken tegen kostprijs. Foto Arie Kievit / ANP

Vorige maand verlengden de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU, na eindeloze en verhitte discussies, de bestaande sancties tegen Rusland met zes maanden. Op hetzelfde moment legden vier wetenschappers de laatste hand aan een rapport over wat deze sancties Europa eigenlijk kosten. Dit rapport – waarin onder meer staat dat de EU in 2015 ongeveer 17,6 miljard euro schade heeft geleden door de sancties – zou bij het volgende verlengingsbesluit van de ministers weleens een rol kunnen gaan spelen.

Naar de impact van de sancties op de Russische economie is allerlei onderzoek gedaan. Dat is logisch: het doel van de ‘smart sanctions’ van de EU sinds 2014 is wijzigingen in het Russische beleid te bewerkstelligen – dus iedereen wil graag meten wat die sancties in Rusland aanrichten en wat het effect ervan is op de politiek van de regering in Moskou.

Maar wat de impact is op Europese economieën, had nog niemand apart onderzocht. Nationale ministeries hebben hun eigen schattingen. Ook bepaalde sectoren die hard getroffen zijn, zoals de fruitteelt, hebben in de meeste landen hun verliezen in kaart gebracht. Daarbij bestaan er ook totaaloverzichten van geschatte verliezen in alle 37 landen ter wereld die aan de sancties tegen Rusland meedoen, waaronder de landen van de EU, de VS, Canada, Japan en Australië. Maar niemand had de EU, als blok, er eerder uit gefilterd: een beeld over de totale impact van de sancties op EU-economieën bestond niet.

Toen vier wetenschappers aan het Oostenrijkse economische onderzoeksinstituut Wifo vorige week de eerste Europese raming publiceerden, was er in de lokale media volop belangstelling. Oostenrijk exporteert 40 procent minder naar Rusland, waarmee het warme zakelijke relaties heeft, dan voor 2014. De meeste politici in Oostenrijk zeggen openlijk dat ze van de sancties af willen.

Andere factoren

De belangrijke conclusie van het rapport is echter dat de teruggang van het exportvolume van de EU naar Rusland sinds begin 2014 maar voor 40 procent is veroorzaakt door de sancties zelf, en door 60 procent door andere factoren. Anders gezegd: ook de export van producten die niet onder de sancties vallen, is flink gedaald. Ook zonder de sancties, stelt het rapport, zouden EU-landen aanzienlijke economische schade hebben opgelopen door de verslechterende relaties met Moskou. Over 2016 zijn nog geen cijfers beschikbaar.

De andere 60 procent is collateral damage: onder meer de sterke daling van de olieprijs de laatste jaren, de afwaardering van de roebel en de recessie in Rusland. Hierdoor kunnen de Russen steeds minder dure spullen uit Europa importeren. Doordat Europese landen onderling veel handel drijven – Duitsland exporteert machines naar Rusland waarvan delen weer uit Nederland of Oostenrijk komen – heeft dit effect op verscheidene EU-landen tegelijk. De onderzoekers hebben die onderlinge verwevenheid doorberekend. In de hele EU, schatten zij ten slotte, zijn door de sancties 400.000 banen verloren gegaan.

De onderzoekers delen de sancties in drie fasen in. De eerste stamt van maart 2014, vrij snel nadat er gevechten uitbraken in Oost-Oekraïne en de Krim werd geannexeerd: een selecte groep Russen rondom president Poetin kreeg reisbeperkingen opgelegd en zag financiële tegoeden in de EU bevroren. In de vroege zomer werd die lijst uitgebreid. Dat is fase twee. Eind juli kwam fase drie, toen de MH17-vlucht boven Oekraïne werd neergeschoten. De EU stelde meteen financiële sancties in tegen Russische banken en industriële conglomeraten.

Directe import- of exportbeperkingen heeft de EU – anders dan velen denken – nooit tegen Rusland afgekondigd, behalve voor zogeheten dual use-technologie: technologie die ook voor de defensie- en energiesector kan worden gebruikt. Deze technologie kan echter van alles omvatten. Doodgewone onderdelen voor wasmachines kunnen gebruikt worden voor olieboringen, bijvoorbeeld. Begin augustus antwoordde Moskou meteen met een boycot van vooral levensmiddelen uit landen die aan de sancties meededen.

Directe en indirecte schade

„Het is niet eenvoudig om de directe schade van de sancties van beide kanten te scheiden van de indirecte schade”, zegt Elisabeth Christian, een van de auteurs van het rapport, in haar kantoor in Wenen. „Hoe isoleer je een paar producten van de rest? Hoeveel schrijf je aan de daling van de olieprijs toe of de afwaardering van de roebel?”

Het Wifo heeft eerder onderzoek gedaan naar de sancties. Rond de tijd dat het Oostenrijkse ministerie van Economie hun vroeg directe en indirecte effecten uit te splitsen, verscheen er net een rapport bij het Franse instituut CEPII over de sancties. In dat rapport werden exportstromen uit Duitsland en Zwitserland naar Rusland over een langere periode tegen elkaar afgezet. Die stromen gaan redelijk gelijk op en neer. Maar dan worden in drie fasen de sancties afgekondigd, in 2014. In de grafiek zie je dan driemaal overduidelijk dat export uit Duitsland een hardere tik krijgt dan de export uit Zwitserland – een land dat niet meedoet aan de sancties.

Bron: CEPII

Voor de rest blijven de ups en downs wel hetzelfde voor die twee landen: zij hebben allebei te maken met indirecte effecten, maar alleen Duitsland heeft last van de directe effecten. „Toen we dat zagen, hebben we een van de onderzoekers in Frankrijk gevraagd mee te werken aan ons onderzoek”, zegt Christian. „Directe en indirecte effecten, dat was precies wat wij ook wilden scheiden. Wij zijn ook controlegroepen gaan gebruiken om dat te doen.”

Terwijl Wifo data gebruikt van Eurostat, in Luxemburg, bediende het Franse onderzoek zich van data van de Verenigde Naties. Het Franse onderzoek omvatte alle 37 westerse landen die aan sancties tegen Rusland meedoen en concludeerde dat deze landen van begin 2014 tot midden 2015 een totaal exportverlies leden ter waarde van 60,2 miljard dollar. 82 procent van dat verlies, stond er, betrof producten die niet op een sanctielijst stonden. Bijna 77 procent van alle exportverliezen kwam volgens dit Franse onderzoek voor rekening van de EU. Export van de VS naar Rusland is per jaar maar een fractie (0,7 procent) van de wereldwijde export uit de VS.

Dit verklaart voor een belangrijk deel ook waarom er in de EU elke zes maanden enorm verhitte discussies zijn over verlenging van de sancties – Italië, Hongarije en Oostenrijk willen ze liefst meteen schrappen; het Verenigd Koninkrijk, Polen en de Baltische staten willen ze juist verscherpen, terwijl de Amerikanen onder de regering-Obama vooral spraken over versterken van die sancties. „De Amerikanen merken er weinig van, maar Europese bedrijven worden hard door de sancties geraakt”, zegt Christian. „Ik ben benieuwd wat president Trump straks gaat doen. Als hij de sancties wil schrappen, kan Europa ze moeilijk volhouden. Politiek wordt dat heel interessant.”

Optater voor exportland Duitsland

In één van de grafieken in het Wifo-rapport staan de exportverliezen per land uitgesplitst. In een oogopslag is duidelijk dat EU-landen die dichterbij Rusland liggen, zoals de Baltische staten, Tsjechië en Slowakije, zwaarder worden getroffen door de sancties dan landen die verder weg naar het westen liggen. Ook exportland Duitsland, dé motor van de Europese economie, krijgt een flinke optater.

Nederland springt er ook uit met een hoog cijfer: de totale geraamde exportvermindering is 927 miljoen euro. „Dat komt mede door de haven van Rotterdam”, zegt Christian. „Europese landen met grote havens verwerken export van andere Europese landen. Dat vertekent het beeld een beetje.” Hoeveel banen er in Nederland verloren zijn gegaan als gevolg daarvan, staat niet in het rapport. De onderzoekers hebben dat alleen voor oostelijke EU-landen uitgerekend.

De totale geraamde exportvermindering voor Nederland is 927 miljoen euro.

Voor de komende tijd ziet Christian veel onderwerpen die het onderzoeken waard zijn. Een daarvan komt ook uit het Franse rapport voort: waarom besluiten bedrijven producten die niet onder de sancties vallen, ook niet meer naar Rusland te exporteren? De Fransen concludeerden dat dit niet komt door een Russische consumentenboycot (want die is er niet) en ook niet omdat zoiets te riskant zou zijn vanwege de politieke turbulentie. Nee, de reden was dat de Franse overheid is gestopt met exportfinanciering zoals kredietbrieven. „Als dit in de hele EU zo is,” zegt Christian, „hebben we deels een verklaring voor de grote indirecte impact van de sancties. Een vervolgvraag kan zijn: verleggen die bedrijven de export naar andere landen, en exporteren die het eventueel door naar Rusland?”

Die laatste vraag is pikant, zeker nu er geruchten gaan over bedrijven die hun export naar Rusland nu via landen als Servië laten lopen. Maar of de Oostenrijkers tijd hebben om dit allemaal uit te zoeken, is de vraag. Als de nieuwe Amerikaanse president inderdaad aanstuurt op een entente met Moskou, of als radicale, pro-Russische populisten dit jaar in Europa verkiezingen winnen, is Europese sancties misschien geen lang leven meer beschoren.

Maar er is ook een kans dat dit allemaal niet gebeurt. En dat de relaties met Rusland verder verslechteren. In dat geval zal de toon in Europa tegen Rusland verharden en zullen de sancties voorlopig blijven. Dat is slecht nieuws voor veel bedrijven in Europa.