Waar zijn de waarden van LeWitt gebleven?

Tribute

Een eerbetoon aan Sol LeWitt is op z’n plaats in het GEM, dat een innige band had met de minimalist. Maar begrijpen ze het werk van LeWitt nog wel?

Esther Tielemans (1976), Zonder titel (Pedestal Painting), 2014 Collectie kunstenaar

Sol LeWitt (1928-2007), de beroemde Amerikaanse kunstenaar, had een bijzondere band met het Haags Gemeentemuseum. En LeWitt had grote waardering voor het Haagse museumgebouw van Berlage. En, niet minder belangrijk, in de jaren zestig werkte hier een jonge conservator, Enno Develing (1933-1999), die zeer vroeg het belang van Sol LeWitt erkende. In 1968 organiseerde Develing de eerste overzichtstentoonstelling van Minimal Art in Europa, met kunstenaars als Carl Andre, Donald Judd, Dan Flavin en LeWitt. In 1970 volgde een grote solo van LeWitt. Tussen LeWitt en Develing ontstond een levenslange vriendschap.

Het GEM heeft nu als eerbetoon een tentoonstelling aan LeWitt gewijd, met werken van hem en van een viertal jongere kunstenaars die door hem zijn geïnspireerd. Het GEM, dat zich ‘Museum voor Actuele Kunst’ noemt en onderdeel is van het Haags Gemeentemuseum, was enige tijd gesloten wegens verbouwing. Met de Tribute aan LeWitt heeft het museum de deuren heropend. Hoewel, museum? Het GEM blijkt tot ongeveer eenderde van het oorspronkelijke oppervlak te zijn gereduceerd en bestaat nu uit weinig meer dan één zaal. Het grootste deel van GEM is afgestaan aan het Fotomuseum, dat nu meer dan de helft van de bovenverdieping en de volledige benedenverdieping beslaat.

In de informatie bij A Tribute wordt de geschiedenis van LeWitt en Gemeentemuseum uitgebreid gememoreerd. Enkele momenten: in 1983 maakte LeWitt de muurtekening in grafiet en inkt Lines in Four Directions in het trappenhuis van het Berlagegebouw. In 1990 schonk hij Relief with Geometric Figures, ter nagedachtenis aan de jong overleden conservator Josine de Bruyn Kops.

Sol LeWitt, Reliëf met geometrische figuren, 1987-1989, gehouwen en gemonteerd leisteen. Foto Gerrit Schreurs

Dit reliëf, uitgevoerd in leisteen, is aangebracht op de gevel van de nieuwbouw van het museum. In 1992 toonde het Gemeentemuseum een groot overzicht van tekeningen van LeWitt. In 2000 schonk LeWitt Rows in Four Directions and Tower ter nagedachtenis aan Develing, een sculptuur in gele Berlage-baksteen, ontworpen voor de binnentuin. Toen na een ingrijpende verbouwing van het Berlagegebouw deze sculptuur in 2002 opnieuw werd geïnstalleerd, schonk LeWitt vijf grote, kleurrijke muurschilderingen aan het museum, ze bevinden zich op de begane grond.

Zodoende bezit het Gemeentemuseum een uitgebreide LeWitt-verzameling, deels aangekocht en deels geschonken. In A Tribute staat Serieel project nr. 1: Groep B (1966-1970), een vroege, witte sculptuur opgebouwd uit reeksen vierkanten en kubussen in een rasterpatroon.

Sol LeWitt, Serieel project nr. 1: Groep B, 1966-1970, aluminium. Foto Gemeentemuseum Den Haag

Vrijheid, ruimte, licht

Kenmerkend voor al het werk van LeWitt is het gevoel van vrijheid, van ruimte en licht, gevolg van de seriële anonimiteit. LeWitt vermeed iedere persoonlijke expressie, de betekenis van het werk zit in een van tevoren bepaalde en consequent uitgevoerde handeling. Zo bestaat een prachtige reeks gouaches op papier uit 1992 uit onregelmatige geometrische vormen in lagen kleur boven op elkaar, de lichte kleuren onderop: blauw rood grijs en zwart, of geel oranje groen grijs zwart. De gouaches bestaan uit een letterlijke, fysieke stapeling van kleur, waarbij de bovenop gelegen kleuren door de kleurenmenging gaandeweg zwart worden en de eronder gelegen kleuren aan de randen zichtbaar zijn gebleven.

De Horizontal Bands (More or Less) uit 2002 zijn patronen in gouache van vloeiende golvende horizontale, monochrome lijnen. Ze zijn duidelijk geïnspireerd door het werk van de door LeWitt zeer bewonderde aboriginal-schilder Emily Kam Ngwarray (1910-1996). Jammer genoeg zijn deze gouaches vanwege sterk spiegelend glas niet goed te zien. Iets vergelijkbaars geldt voor de Wall Drawing #1024 (2002), een grote cirkel en een vierkant bestaande uit een netwerk van ragfijne diagonale potloodlijnen. Er ligt een wit-glanzend plateau voor met de tekst „Niet Aanraken”, funest voor de ervaring van het werk.

Hoewel het werk van LeWitt in de loop der jaren grote veranderingen heeft ondergaan, geldt de karakterisering van Develing in de catalogustekst uit 1968 voor het oeuvre in zijn geheel: „open structuren, afwezigheid van volume, afwezigheid van een hiërarchische ordening”. De delen binnen een geheel zijn gelijkwaardig en het geheel is in principe oneindig uitbreidbaar. Dit uitgangspunt was voor LeWitt niet alleen van artistieke maar ook van politieke betekenis.

Bekijk een video over Sol LeWitt. De tekst gaat verder na de video.

De sociaal-politieke dimensie van het werk van LeWitt komt in A Tribute terug in het werk van de jongere exposanten. Evenwel zonder de consequente formele en artistieke aspecten, zodat de verbinding met LeWitt willekeurig is. Het zwart-houten reliëf Woman Cairo van de Duits-Egyptische kunstenaar Susan Hefuna (1962) verwijst naar de positie van de vrouw in de Arabische wereld. Het oppervlakkige feit dat Hefuna gebruikmaakt van een rasterpatroon zegt echter niets over een band met het werk van LeWitt. Hetzelfde geldt voor de overige exposanten, waarbij bovendien de keuze van de vier kunstenaars arbitrair is. Wat niet wegneemt dat Jose Dávila (1974) een interessante, plastische sculptuur laat zien. In de openheid van de structuur en de constructie van metalen frames kan met enige goede wil een relatie met LeWitt worden herkend.

Feestruimte

In 2014 is LeWitts Rows in Four Directions and Tower verwijderd vanwege de overkoepeling van de binnentuin en de verbouwing tot ruimte voor recepties en feesten. Dezelfde commerciële overwegingen liggen ten grondslag aan de reductie tot één zaal van het GEM. Het Fotomuseum is nu buitenproportioneel groot, hoewel de foto’s die er hangen vaak beter in boekvorm bekeken kunnen worden (waar ze doorgaans ook voor gemaakt zijn). Het gaat alles ten koste van hedendaagse beeldende kunst.

In een statement bij zijn tentoonstelling in 1970 schreef LeWitt onder meer: „De kunstenaar moet beschouwd worden als een waardevol lid van de maatschappij, door wiens talenten de waarden van een gemeenschap worden getest, bewaard of vernietigd. Zonder kunst hebben musea en galeries geen functie en zonder kunstenaars zou er geen kunst zijn.” De generositeit en betrokkenheid van LeWitt vinden niet langer weerklank in Den Haag, getuige de verwijdering van zijn sculptuur en vooral gezien het gebrek aan een overtuigend en inspirerend beleid op het gebied van hedendaagse kunst. Het eerbetoon aan LeWitt heeft een wrange bijsmaak.

    • Janneke Wesseling