Column

Spiritualiteit is niet bedoeld als hogere vorm van zelfhulp

Vandaag begint de Maand van de Spiritualiteit. (U denkt nu dat deze column gehackt is. Dat klopt. Ontkenningen gelooft niemand.) Bij die maand hoort de uitverkiezing van het beste spirituele boek. Die prijs zou naar K. Schippers moeten gaan voor zijn ‘grote kijkboek’ Tot in de verste hoeken, een verzameling met klassieke en enkele nieuwe stukken van Schippers, de man die ons al tientallen jaren aanwijst dat de ware geest schuilt in goed om je heen kijken.

Afgaande op de werkelijk voor de prijs voorgedragen boeken is ‘spiritualiteit’ echter vooral een hogere vorm van zelfhulp (vrij naar de filosoof die New Age twintig jaar geleden ‘een hogere vorm van domheid’ noemde). De genomineerde boeken lijken vooral bedoeld om ons even lekker te ontstressen; spiritualiteit als de voortzetting van massage met andere middelen: Falen, opnieuw falen, steeds beter falen van Pema Chödrön, Nooit meer te druk van Tony Crabbe en De weg. Wat Chinese filosofen ons over het goede leven leren van Michael Puett en Christine Gross-Loh, Magisch brein, magisch hart van James Doty en Rusteloosheid van Ignaas Devisch. Als u al die pagina’s maar een kansloze boekenplaag vindt, alles staat ook in deze zin: bij drukte en rusteloosheid of steeds opnieuw falen, wandel dan eens op een weggetje door een Chinese tuin – maar doe rustig aan, want u heeft ook een hart.

Het thema van de Maand van de Spiritualiteit is ‘compassie’, wat in dit geval geen hack is van de empathiegedreven GroenLinksleider Jesse Klaver, maar een katholieke hack. Want zoals alle toeristen weten: 2016 was het jaar van de Misericordia – alle pittoreske kerkjes van Zuid-Europa hingen er vol mee. Compassie is ook de leidraad van Heb uw vijanden lief, het door Rosita Steenbeek geschreven geschenkboekje van de actiemaand. Bij haar blijft spiritualiteit nu eens niet beperkt tot een tripje door het eigen hoofd: Steenbeek ging zelf op stap. Ze trok naar Lampedusa om daar te kijken bij de opvang van vluchtelingen en te praten met hulpverleners. Het levert veel compassie op en een mooi gesprek met Pietro Bartolo, een man die al vijfentwintig jaar mensen uit zee helpt redden. Eigenlijk zouden we ze moeten gaan halen, zodat er iets nuttigs gedaan kan worden met het geld dat nu naar de mensensmokkelaars gaat. ‘Ze zijn mensen met een naam en een eigen geschiedenis.’

Dat weten we: terwijl het geschenkboekje van Steenbeek werd gedrukt reed één van de duizenden mensen die in 2011 op Lampedusa aankwamen met een vrachtwagen twaalf mensen dood in Berlijn. Daar sta je dan, met je compassie. Of zonder. Eigenlijk zou Steenbeek een vervolg moeten maken, of een novelle over Pietro Bartolo en Anis Amri. Uiteindelijk vind je de meeste spiritualiteit in wat onze verbeelding met de werkelijkheid doet als die ingewikkeld wordt.