Commentaar

Presentje van Bussemaker helpt de emancipatie niet

Volgende maand, op 10 februari, is het honderd jaar geleden dat Johanna Westerdijk aan de Universiteit Utrecht als eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland haar oratie uitsprak. De toen 34-jarige Westerdijk was gespecialiseerd in plantenziekten. Voor de Universiteit Utrecht is de honderdste verjaardag reden om dit jaar uit te roepen tot het Johanna Westerdijkjaar.

Echt te vieren valt er weinig. Want het is beschamend dat nadat in 1917 de eerste vrouwelijke hoogleraar was benoemd, het aandeel van vrouwen in het hoogste wetenschappelijk segment uitzonderlijk laag is gebleven. Hoewel inmiddels meer dan de helft van de afgestudeerden vrouw is, is niet meer dan 18 procent van de hoogleraren in Nederland vrouw. Hiermee bungelt Nederland onderaan de Europese lijst. Wat trouwens niet wil zeggen dat het elders zo veel beter is gesteld. In het best presterende Europese land, Ierland, bedraagt het aantal vrouwelijke hoogleraren ook nog maar 28 procent.

De samenwerkende universiteiten hebben vorig jaar opnieuw aangegeven deze scheve verhouding te willen aanpakken. Per universitaire instelling zijn streefcijfers geformuleerd, variërend van 15 procent vrouwelijke hoogleraren bij de Technische Universiteit Delft tot 35 procent bij de Open Universiteit. Over rolbevestigend denken gesproken, maar dit terzijde. Het moet ertoe leiden dat tot 2020 200 vrouwelijke hoogleraren worden aangesteld waarmee hun aandeel op 24,5 procent komt.

In een reactie op deze voornemens van de universiteiten liet minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) vorige maand weten dat zij vond dat bovenop de 200 nog eens 100 vrouwen zouden moeten worden benoemd. Want het was weinig ambitieus. In een brief aan de Tweede Kamer voegde de minister woensdag de daad bij het woord met de aankondiging vijf miljoen euro voor dit doel beschikbaar te stellen. Dat mensen een verband zullen leggen tussen deze late ministeriële generositeit en de aanstaande verkiezingen is niet onlogisch.

Toch gaat het bij het wegwerken van de achterstand niet om meer geld: de te bevorderen universitaire hoofddocenten verdienen niet veel minder dan hoogleraren. En het gaat ook niet om oekazes van de minister. Integendeel. Er is allereerst een verandering nodig van de vastgeroeste mentaliteit die ertoe leidt dat universitaire sollicitatiecommissies bij het vervullen van vacatures in de meeste gevallen toch weer op een man uitkomen; veelal blanke mannen bovendien.

De vrouwenemancipatie zit niet te wachten op een cadeaubon van de minister ter gelegenheid van een eeuwfeest maar op echte gelijke behandeling.