Column

Op naar de volgende financiële crisis

Komt er een nieuwe financiële crisis? Dat is de vraag niet. Het is alleen nog onduidelijk wanneer, en welke vorm hij krijgt. Voorbeeld: dinsdag publiceerde de Wall Street Journal een verhaal over zogenoemde PACE-leningen. dat zijn kredieten voor Amerikaanse huiseigenaren die daar renovaties mee kunnen betalen. De leningen worden verstrekt via plaatselijke overheden, de kredietgeschiedenis van de aanvragers doet niet ter zake, de rente is tussen de 6 en 9 procent en de gemiddelde hoogte is nu zo’n 25.000 dollar, oplopend tot een ton.

Aannemers spelen een grote rol, want zij maken de huizenbezitter opmerkzaam op dit krediet, waardoor hij of zij de renovatie kan betalen. De aannemer krijgt gemiddeld een courtage van 500 dollar per lening die hij ritselt. De rente wordt elk half jaar betaald, en maakt deel uit van de gemeentelijke belastingaanslag. Gemeentes financieren dit alles met behulp van externe kredietmaatschappijen, en de leningen worden gebundeld en doorverkocht als obligatie aan beleggers, met een typische rente van 4 procent. Eén van de grote partijen hierin is (Hallo, daar zijn we weer!) Deutsche bank. En dan het nu al uitstaande bedrag van deze nieuwe beginnende kredietexplosie waarbij geen vragen worden gesteld: 3.4 miljard dollar.

Als u onmiddellijk denkt aan, subprime of The Big Short, dan denkt u goed. Lees dan vervolgens de speech die het hoofd van de Bank voor Internationale Betalingen, Jaime Caruana, vorige maand gaf. Caruana waarschuwde daar voor de risico’s op een volgende financiële crisis. Waar die vandaan komt, welke vorm die heeft? Banken zijn inmiddels vrij goed ingesnoerd in allerlei regels en vermogenseisen – al is er nu nog een kleine ruzie in Bazel over de marges die banken hebben bij het calculeren van de risico’s die zij lopen. Niet dat er nooit meer een bank zal omvallen. Als het aan de ploeg rond Donald Trump ligt, wordt een flink aantal nieuwe eisen al weer versoepeld. Maar het is minder aannemelijk dat een nieuwe calamiteit zal beginnen bij een Lehman-achtige instelling. Het ongeluk, stelt Caruana, zal eerder moeten worden gezocht bij non-bancaire financiële spelers.

Caruana schetst een fraai beeld van hoe hij zelf het veld overziet. De wereld, zegt hij, is in wezen een systeem van met elkaar verbonden balansen. Van banken, van burgers, van bedrijven. Het bezit van de een is het krediet van de ander, en zo bestaat een complex systeem van communicerende vaten, groot en klein. Het krediet groeit en is nu wereldwijd 250 procent van het bbp. Van afbouw van leningen, van het verkleinen van de hefboom is sinds Lehman geen enkele sprake. Integendeel.

De langdurig lage rentes kunnen ervoor zorgen dat er geld wordt geleend voor projecten of activiteiten die bij een hogere rente helemaal niet zouden zijn ondernomen of ontplooid. Het is dan ook de vraag of het nieuwe bezit dat tegenover al dat extra krediet staat, in dat grote systeem van communicerende balansen, van goede kwaliteit is – en blijft. Als wereldwijd de productiviteitsstijging geen gelijke pas houdt met de groei van het krediet, dan gaat dat fout, zo valt op te maken uit Caruana’s woorden. Dat zal blijken, als de rente een keer met een schok omhoog gaat. Niet vandaag, wellicht ook niet dit jaar, maar eens. In 2008 kwam een groot deel van de wereld er pas achter wat een ‘collateralized debt obligation’ (CDO) was. Straks weet plotseling iedereen de betekenis van een PACE-lening. Of van welk ander beest er dan uit de jungle van financiële markten komt stormen.

Maarten Schinkel schrijft elke donderdag over macro-economie en de financiële markten