NPO-baas: ‘Wij moeten voor iedereen bereikbaar blijven’

Shula Rijxman

Schaf de verplichte doorgifte van NPO-zenders niet af, bepleit Shula Rijxman. „Het zou onze positie danig verzwakken.”

Shula Rijxman, bestuursvoorzitter van de NPO Foto ANP KIPPA FREEK VAN DEN BERGH

Shula Rijxman, bestuursvoorzitter van de publieke omroep NPO, roept staatssecretaris Dekker (Media, VVD) op om de doorgeefplicht voor kabelbedrijven (must-carry) niet af te schaffen. Wanneer bedrijven als Ziggo en KPN niet meer verplicht zijn om de NPO-zenders door te geven, zo stelt zij, komt de positie van de publieke omroep als onafhankelijke informatiebron voor alle Nederlanders in gevaar. Rijxman: „Door de garantie van de must-carry blijven onze programma’s voor iedere Nederlander bereikbaar. In tijden van rouw en in tijden van vreugde.”

Dat zegt Rijxman in een gesprek met NRC, vooruitlopend op de nieuwjaarstoespraak die zij donderdagmiddag houdt in Hilversum.

Hoe gerechtvaardigd is die vrees? De kijkcijfertop-25 van 2016 is vrijwel geheel is gevuld met NPO-programma’s – met bovenaan het Eurovisie Songfestival en daaronder tien EK-wedstrijden. Ook zonder must-carry-verplichting zouden kabelbedrijven wel gek zijn om de NPO uit het basispakket te gooien. Heeft de NPO wel zo’n bescherming nodig?

Rijxman: „We zouden waarschijnlijk ook zonder must-carry wel in het pakket komen, maar tegen welke prijs? Het zou op termijn onze positie danig verzwakken. Het maakt ons nog afhankelijker van de kabelbedrijven. Dat wordt nog erger als de politiek de omroep verder wil uitkleden. Als we meer moeten bezuinigen, en minder amusement en sport mogen doen, en vooral nieuws en educatie moeten doen, worden we voor steeds minder Nederlanders interessant.”

Laat ons even met rust

Heeft dit ook met geld te maken? VPRO-directeur Lennart van der Meulen riep onlangs op tot verhoging van de bedragen die de distributeurs betalen aan de omroepen voor het doorgeven van de programma’s. Rijxman: „Als we minder geld krijgen, kunnen we minder goede programma’s maken en worden we minder aantrekkelijk voor distributeurs. Dan kom je in een neergaande spiraal. Maar het gaat mij om de principekwestie: iedere Nederlander heeft recht op toegang tot de publieke omroep. We betalen er immers allemaal voor.”

De must-carry-discussie past bij Rijxmans grotere zorg of de publieke omroep zich overeind kan houden tussen de grote buitenlandse mediabedrijven die op de Nederlandse markt actief zijn. De verkiezingen komen eraan. Wat voor steun vraagt de NPO van de politiek– afgezien van de bescherming van de must-carry – om overeind te blijven?

Rijxman: „Ik wil ten eerste dat de politiek ons in staat stelt onze rol te vervullen; met middelen (50 miljoen extra), en met gegarandeerde toegang tot alle Nederlanders (must-carry). Ten tweede dat een volgend kabinet zich hard maakt voor betere EU-regels. Die moeten een te grote machtsconcentratie in de media voorkomen, zoals nu tussen distributeurs, kabelaars en mediabedrijven. Ten derde: laat ons even met rust. We hebben al zoveel over ons heen gekregen; aan kritiek, bezuinigingen, verplichtingen. Laat ons even ons werk doen.”

Als voorbeeld van politieke bemoeienis die tot onrust leidt, noemt ze het plan van Dekker om de Tweede Kamer meer inzicht te geven in de kosten van de publieke omroep.

Rijxman: „Ik ben voor transparantie, maar hier ben ik faliekant tegen. Dat leidt tot meer politieke bemoeienis met de inhoud van programma’s, en daardoor wordt onze onafhankelijkheid bedreigd. Straks moeten we Wie is de Mol? aanpassen aan de politieke werkelijkheid van een Kamerlid. Die zeephelling moet je niet op.”

Boze witte man

Onder de kop ‘Publieke omroep gaat leren van Trump’ schreef Rijxman in november in de Volkskrant dat ze wil proberen om de publieke omroep toegankelijker te maken voor álle Nederlanders. Omdat zij dit zelf plaatste in de context van de overwinning van de komende Amerikaanse president Donald Trump – en de verbijstering hierover in de mainstream media - las iedereen dat als een pleidooi om de ‘boze witte man´ meer aan het woord te laten.

Rijxman: „Ik noem niemand een boze witte man. Het vervelende is, anderen hebben een karikatuur van mijn woorden gemaakt. Een karikatuur vol clichés. We hebben het over een zeer brede groep, van links naar rechts, die zich niet gehoord en gekend voelt, niet door de media en niet door de politiek. Ons doel is: Nederland te vertellen wat haar cultuur is. Ik wilde met mijn oproep zeggen: ‘Beste Nederlanders, vertelt ons wat we missen’. Wij hebben het lef om kritisch naar onszelf te kijken. Want wij willen er voor iedereen zijn.”

NRC-columnist Bas Heijne noemde het opmerkelijk dat Rijxman een jaar geleden nog een lans brak voor meer diversiteit op tv (meer kleur, meer vrouwen) en nu ervoor pleit om ontevreden wit Nederland meer te laten horen. Rijxman: „Het is dezelfde boodschap: de publieke omroep moet voor alle Nederlanders zijn. Het zijn geen twee verschillende boodschappen, maar het gaat over twee verschillende groepen, die elkaar niet meer verstaan.”