Opinie

Meer geld voor Defensie – dan ook schoner materieel graag

Als Defensie erkent dat klimaatverandering tot oorlog kan leiden, is het tijd om de eigen afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, schrijft Marcel Hendriks Vettehen.

Het was landelijk nieuws: de Commandant der Strijdkrachten die zegt dat klimaatverandering bijdraagt aan oorlog en migratie en een voedingsbodem is voor terrorisme. Het adagium van commandant Tom Middendorp: zonder klimaatveiligheid geen veiligheid. De uitspraken van Middendorp, op het Planetary Security Initiative in Den Haag, leidden tot veel media-aandacht en vragen in de Tweede Kamer alsof er iets buitengewoons aan de orde was, of dat generaal Middendorp zijn boekje te buiten was gegaan. Minister Hennis (VVD) verdedigde zich wat zuinigjes dat er niets nieuws was gezegd en dat Defensie in het verleden al vaker op de risico’s van klimaatverandering had gewezen.

Dat laatste is zo, maar alleen ingewijden bij het ministerie van Defensie weten waar en hoe dat is verwoord. Meest recentelijk is het terug te vinden in de Operationele Energiestrategie van begin 2016. Daarin stelt de minister dat Defensie minder afhankelijk moet worden van fossiele brandstoffen om haar effectiviteit, efficiëntie en weerbaarheid te vergroten. En tegelijkertijd de belasting op het milieu te verminderen en invulling te geven aan haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat laatste zinnetje klinkt nog een beetje als een politieke knieval voor iets wat Defensie lang hooguit als nuttige bijvangst zag. Het is de verdienste van generaal Middendorp dat hij beide belangen met elkaar verbindt, ze op hetzelfde niveau plaatst en degenen bij Defensie die het maar geitenwollensokkengedoe vinden, bijstuurt.

In een interview met de NOS gaf Middendorp aan dat hij met zijn bijdrage aan het Planetary Security Initiative aandacht voor het belang van klimaatverandering voor onze veiligheid wilde. ‘Aandacht’ is normaal gesproken de voorloper van ‘er wat aan doen’. Maar wat dat betreft heeft Defensie nog een lange weg te gaan. Defensie heeft in de Operationele Energiestrategie weliswaar ambitieuze doelen vastgelegd, maar hoe die moeten worden bereikt, is nog onduidelijk. Daar komt bij dat Defensie nog voor miljarden aan investeringen in de pijplijn heeft voor nieuwe wapensystemen die waarschijnlijk meer brandstof gebruiken dan de wapensystemen die ze vervangen. Van de JSF is bijvoorbeeld bekend dat hij meer brandstof verbruikt dan de F-16.

Defensie gebruikt circa 0,5 procent van alle energie in Nederland. Waaraan dat precies opgaat, is onduidelijk. Het laatste jaarverslag van Defensie rapporteert niet eens over het energiegebruik.

Er is breed politiek draagvlak voor meer geld voor Defensie. Om Europa sterker te maken en te beschermen tegen mannetjesputters die elders de dienst uitmaken. Die hebben doorgaans weinig op met onze veiligheid en klimaatverandering. Fossiele brandstoffen financieren in belangrijke mate hun ambities. Dat extra geld voor Defensie moet daarom niet worden geïnvesteerd in meer van hetzelfde. Het moet gaan naar innovatieve wapensystemen die met minder brandstof meer slagkracht hebben. Alleen dan draagt meer geld voor Defensie bij aan een veiliger wereld.