Ik zit hier nu eenmaal

Gunst — ik hoor dus bij de culturele elite. Jarenlang zag ik mijzelf als gewoon een blije stukjes- en boekenschrijver, maar inmiddels gaat er geen week voorbij of ik word op bitse toon tot een verderfelijk soort voorhoede gerekend. Nu weer is er Josse de Voogd. Deze geograaf met een passie voor regionale verschillen doet in Het Parool kond van irritaties die Amsterdammers in toenemende mate opwekken bij zo ongeveer iedereen die gedoemd is buiten die mooie stad aan het IJ te wonen.

Oorzaak van de ergernissen, aldus De Voogd, is het onvermogen van de hoofdstedelingen om zich een voorstelling te maken van de zielenroerselen in de provincie. Verblind door zijn eigen economische voorspoed en zijn weekendjes New York ziet de Amsterdammer niet dat er buiten zijn bevoorrechte stad nog een Nederland is zonder alom tegenwoordig succes, waar Zwarte Piet nog een neger is en de huizenprijzen en de werkgelegenheid niet stijgen maar dalen.

Iets van die ergernissen merkte ik vorig jaar, toen ik een opiniestuk in deze krant schreef over de opvallende aantrekkingkracht van Amsterdam als woon-, werk- en voetbalstad. Het leverde mij enige hoon op, alsof het niet waar mocht zijn.

Het is nog erger. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde laatst dat de kloof tussen Amsterdam en de rest van het land wijder wordt: de hoofdstedelijke bevolking groeit sneller en die stijgt als het ware ook nog in kwaliteit, doordat allerhande culturele instellingen zich er vestigen en de stroom van jonge getalenteerde Nederlanders in die richting aanzwelt. Die stroom gaat ten koste van de kleinere steden en het vergrijzende platteland.

Trokken veel gezinnen tot in de jaren negentig de hoofdstad uit omdat ze naar ruimte, licht en vooral naar straten zonder junkies, hondenpoep en armoede verlangden; nu zien ze zich gedwongen hun heil elders te zoeken omdat ze geen woning in de compleet gerevitaliseerde stad kunnen betalen. Nog meer dan Utrecht, Den Haag en Rotterdam profiteert Amsterdam van de hunkering naar de grote stad, en laat ik daar nu met ontzettend veel plezier wonen!

De waardestijging van de huizen in Amsterdam (‘goudmijntjes’ volgens geograaf De Voogd) maakt het waarschijnlijk helemaal ondraaglijk. Het is ook onrechtvaardig, maar ja, ik zit hier nu eenmaal — in zo’n wijk met bakfietsen en koffiezaken vol hipsters — en dat schijnt dus weerzinwekkend te zijn, een reden voor boosheid.

Het is me al overkomen dat op Twitter mijn beroep (mainstream media!), mijn geslacht, mijn (middelbare) leeftijd, ja zelfs mijn huidskleur (white privilege!) tegen mij in stelling werden gebracht. En nu ook nog mijn woonplaats. „Het is tijd dat Amsterdammers een beetje dimmen”, stelt De Voogd in Het Parool. Donderdag debatteerde hij in De Balie over de afstand tussen de ‘kosmopolitische stad en het conservatievere achterland’. Zo belangrijk is het allemaal en daarom beloof ik bij deze plechtig, als lid van de ‘culturele klasse’ waar De Voogd mij toe rekent, voortaan op mijn woorden te letten. „Sorry mensen, ik kom uit Amsterdam.”

Auke Kok is schrijver en journalist.