Interview

Klangstof: ‘Muziek werd mijn vriend’

Interview
De band Klangstof van frontman Koen van de Wardt staat op Noorderslag. In het buitenland zijn ze al heel succesvol.

Koen van de Wardt, frontman van de band Klangstof. Foto Andreas Terlaak

‘Dit worden de shows waarmee we Nederland moeten zien te winnen. Overal loopt het lekker, behalve nog hier.”

De 24-jarige Koen van de Wardt bewandelt met zijn band Klangstof de omgekeerde weg: na succes in het buitenland probeert hij nu zijn thuisland te overtuigen. Dit weekend maakt hij een dubbelslag in Groningen - vanavond op het Europese showcasefestival Eurosonic, morgen op popfestival Noorderslag.

Moss

Als bassist in de indiepopband Moss heeft Koen van de Wardt alle zalen in Nederland wel gezien. De dagen dat hij niet repeteerde met Moss, sleutelde hij in zijn kelderstudio in het oude Volkskrant-pand in Amsterdam aan eigen muziek. Klangstof was, met zijn broeierige soundscapes van synthesizers en gitaren, een „knutselprojectje” waarin hij zijn gevoel kon uiten. Toen hij na maanden het elektronische, tussen schaduw en licht aanzwellende nummer Hostage online durfde te zetten, waren de reacties overweldigend. Het regende labelaanbiedingen – een unieke situatie in een tijd waarin de muziekindustrie vooral nieuwe wegen bewandelt. Hoe deed hij dat? „Wíst ik het maar. Na tien projecten die faalden – google mijn naam maar en je komt heel veel foute dingen tegen – lijk ik met dat nummer per ongeluk de code gekraakt te hebben. Er waren meteen veel optredens in het buitenland, met name in Amerika. Klangstof klinkt daar als weinig anderen en heeft een onderscheidende stijl. Van een band als Kensington zijn er tallozen.”

Bij het kleine, eigenzinnige Amerikaans label Mind of A Genius verscheen in september Close Eyes to Exit. Een delicaat popalbum dat de luisteraar langzaam voor zich wint met spannende ritmes. Extra exotisch werd Klangstof toen Van de wardt door prominente muziekbladen als NME werd beschreven als een muzikant ‘uit de Noorse wildernis’.

De tekst gaat verder na de video

Lillehammer

Het verhaal klopt deels. Als tiener uit Veenendaal verhuisde Van de Wardt met zijn ouders naar een Noors dorpje in de buurt van Lillehammer. „Mijn ouders verlangden naar Noorwegen en ik, toen een wat ontspoord hasjrokend tienertje, moest mee”, zegt hij. „Mijn vader had het land als marinier leren kennen. Ze vonden een droomhuis, een villa met een eigen meer. Voor dat ik wist woonden we daar in grote afzondering. Ik leerde Noors en moest opnieuw beginnen.”

School, vrienden, alles was een uur rijden. In die eenzaamheid werd muziek zijn houvast. Liedjes schrijven, spelen, zingen. Daarin stopte hij „wat je niet aan je ouders wilt vertellen, maar wel aan je vrienden”. „Muziek werd mijn vriend.”

Radiohead

Van de Wardt studeerde net voor muziekmanager toen de band Moss in 2013 audities hield voor een nieuwe basgitarist. Toen hij werd gekozen, verhuisde hij op zijn twintigste terug naar Nederland.

De avontuurlijke Noorse muziekscene inspireerde hem behoorlijk. „Je hoort er muziek met rare haakjes. Er zijn daar vele Klangstoffen. Bands die net als ik naar net dat gekke geluidje zoeken, iets wat een nummer breekt.”

Onmiskenbaar aanwezig is ook zijn liefde voor de muziek van Radiohead. „Elk geluidje heeft daar een reden, er is over nagedacht. Dat spreekt me enorm aan.”

En Van de Wardt verstaat de kunst van het doseren. Weken kan hij bouwen aan laagjes van geluiden op zijn synthesizers. Zijn Noorse jaren komen daar duidelijk terug: het is een dromerige klankwereld met weidse vergezichten. Het liefst schreef hij liedjes - het nummer Island is een veelzeggende verwijzing - op ‘zijn’ eilandje in het meer voor het huis.

„Daar was ik één met de natuur. Worstjes en gitaar gingen mee.” En in de toekomst gaat hij er ook graag een tijdje met zijn overigens óók deels Noorse band gaan zitten om aan nieuw materiaal te werken.

De tekst gaat verder na de video

Coachella

De band Klangstof, met Van de Wardt als frontman (zang, gitaar, keyboard, compositie) trekt een gevarieerd publiek aan: van indiehead, studiofreaks tot hiphopfanaten. Een droomboeking kwam vorige week: in april staan ze op het zesdaagse Californische muziekspektakel Coachella. „Weliswaar helemaal onderaan de line-up op vrijdag, met een vergrootglas zie je ons in kleine letters, maar we stáán er!” Hoe laat en waar hij mag op het festival in de Coloradowoestijn met zes podia is onbekend. „Alleen de headliners staan vast. Ze kijken in maart wie het goed doen en op basis daarvan stellen ze de blokkenschema’s samen.”

Dus, trekt hij de conclusie, „deze periode moeten we zo opvallen voor een mooi avondplekje, anders wordt het een middagconcert bij veertig graden in de woestijn voor drie cactussen.”

Een dergelijke boeking geeft vertrouwen. „Het zou nog best een beetje goed kunnen komen met die hobby van mij”, lacht hij. „Twee jaar geleden zat het er nog helemaal niet in dat dit groot kon worden, laat staan muziek voor andere mensen te maken. In een jaar is het zo gekeerd. Van een introverte studiorat ben ik ineens een performer die nadenkt hoe ik iets het boeiendst live kan brengen. Dit is ver voorbij geknutsel.”