Ik ben U

Onlangs schreef ik hier over een oudere lezer die zich ergerde aan het feit dat verzekeringsmaatschappij OHRA hem in een brief ongevraagd tutoyeerde. „Wij kunnen ons voorstellen dat je jouw jaarpremie voor 2017…” enzovoorts.

Die ergernis bleek door veel lezers van WoordHoek te worden gedeeld. Sterker nog: sommigen bleken standaardantwoorden te hebben klaarliggen voor dergelijke jij-post. „E-mails met die toon stuur ik terug met de opmerking dat de mail niet voor mij bedoeld kan zijn maar misschien voor mijn zoon, die trouwens als dertiger inmiddels ook recht heeft op fatsoenlijke aanspreekvormen”, meldde een lezer uit Zwolle.

Deze lezer, nu 66 jaar oud, schreef ooit de volgende mail aan KPN. „Toffe meneer of mevrouw. Ik ben al jaren klant bij jouw kumpanie. Binnenkort verloopt mijn abonnement en ik wil je laten weten dat ik het met KPN een beetje gehad heb. Met weerzin log ik in op jouw website waar ik standaard word aangesproken als tiener. Ik ben geen tiener en wil als klant graag serieus genomen worden, ook door jou en je onderneming. Wij zijn geen vriendjes en eigenlijk ben ik U voor jou. In het zakelijk deel is de toon opeens anders, hier word je wel correct en met respect als klant behandeld. Kennelijk zijn dus de privéklanten tieners of andersoortige tofmensen en zakelijke klanten mensen die wel respect krijgen. Met relaxte greetz.”

Deze lezer verzocht uit ergernis over het ge-je en ge-jij om een zakelijk KPN-abonnement – dat hij per omgaande kon afsluiten.

Ik heb de afgelopen twee weken navraag gedaan bij mensen in mijn omgeving naar hun ervaringen met tutoyeren door bedrijven en instellingen. Jongeren vinden dit volkomen vanzelfsprekend. Sommigen zouden het onprettig vinden als zij als U of meneer of mevrouw zouden worden aangesproken. Van veertig- en vijftigplussers kreeg ik uiteenlopende reacties. De meesten waren het inmiddels gewend. Bij mijn weten tutoyeren bedrijven ons al een jaar of vijftien of twintig, dus je groeit erin mee. „Ik vind het nog altijd incorrect en zal het zelf nooit zo doen, maar ik weet inmiddels niet beter”, zei een vrouw van 53.

Een man van halverwege de vijftig vond het ongevraagd tutoyeren „wel geinig”. Hij zei zich er jonger door te voelen.

Ergernis was er natuurlijk ook, want die is er bij taalkwesties vrijwel altijd. Een lezer meldde dat zij ook een standaardantwoord heeft klaarliggen voor mail die begint met beste. „Ik zie dat U mij in de aanhef groet met ‘Beste’. Ik stel daar geen prijs op. Die kwalificatie wil ik graag voorbehouden aan mensen die mij kennen en dat kunnen beoordelen.”

Zelf word ik nog weleens aangeschreven met „hoi”. Meestal gaat het om mail van middelbare scholieren. Zij willen – liefst per omgaande – antwoord op een reeks vragen over bijvoorbeeld neologismen, het ontstaan van het Nederlands of over de functie van taal. „Er is haast bij want ik moet mijn werkstuk over drie dagen inleveren. Hartstikke bedankt vast!”

Ik vind „hoi” zo ongepast dat ik erom moet lachen. Ik antwoord wel, maar niet inhoudelijk – dit om meer van dergelijke mailtjes te voorkomen.

Ewoud Sanders schrijft wekelijks over taal. Twitter: @ewoudsanders