Huizenmarkt

Huizenprijzen A’dam verder opgestuwd door investeerders en rijke ouders

Een huis kopen als belegging is populairder dan ooit. Mede door de lage rente zien steeds meer particuliere beleggers het kopen van een huis in Amsterdam als de meest lucratieve optie voor hun vermogen. Liefst nog een groot huis, dat opgesplitst kan worden in verhuurbare appartementen.

   Dat blijkt uit een onderzoek van ING Economisch Bureau dat dinsdag gepresenteerd werd. Het bekeek daarvoor alle transacties van 2016 in het Kadaster. Daaruit bleek dat 16 procent van alle Amsterdamse woningaankopen gedaan werd door kopers die vervolgens niet zelf in de woning gingen wonen. In 2015 was dat nog 13 procent, in de jaren daarvoor 11 procent of nog lager.

   Het resultaat zijn Amsterdamse huizenprijzen die gemiddeld de helft hoger zijn dan elders in Nederland. Per vierkante meter is Amsterdam zelfs bijna 90 procent duurder. „Dat gemiddelde komt vooral door de enorm hoge prijzen in het centrum”, zegt Senne Janssen van het Economisch Bureau van ING.

Een groeiende groep van de Amsterdamse beleggers zijn ouders die een woning voor hun kind kopen: terwijl jongeren in Amsterdam vaak niet het geld hebben voor een eigen woning, zijn ouderen gemiddeld een stuk vermogender dat vroeger.

   Maar hoewel de prijzen nu maar blijven stijgen, is een huizenmarkt afhankelijk van beleggers onvoorspelbaar, zegt Janssen. „Op het moment dat die ergens anders nog hoger rendement kunnen krijgen, kan de vraag terugvallen.” Het Economisch Bureau waarschuwt particulieren dan ook niet ‘zomaar’ een huis te kopen met het idee daarop veel winst te maken. „Het risico bestaat dat er een keerpunt komt, en de prijzen ineens weer dalen.” Die waarschuwing is niet zomaar: voor ING zou het natuurlijk niet voordelig zijn om ineens met een hoop klanten te zitten die enorm verlies lijden op hun huis. Janssen: „Op korte termijn lijkt het voor banken aantrekkelijk veel hypotheken te verstrekken, maar we moeten ook naar de lange termijn kijken.”