Recensie

Het kan dus toch: menselijke technothrillers

Thrillers over technologieën die onze levens toenemend beheersen, bezwijken vaak aan te veel technobabbel en actie en te weinig menselijkheid en reflectie. Twee recente boeken behandelen deze materie – de privacy-verpletterende surveillance door de overheid, de opmars van sensoren en netwerken, onze staat van voortdurende elektronische verbondenheid – maar wel met aandacht voor de resulterende geestestoestand van het individu en met aanstekelijke (zwarte) humor.

In De gedachtelezer maakt Iain Levison de afluisterpraktijken van overheidsdiensten puur persoonlijk: politieagent Snowe is zonder het zich te herinneren onderdeel van een overheidsprogramma dat bij een handvol Amerikanen latente telepathie implanteerde, een eigenschap die op een onvoorspelbaar moment geactiveerd raakt. Als Snowe tot zijn verbijstering ineens alle gedachten van de mensen om zich heen kan lezen, is hij verheugd over de mogelijkheden ervan voor zijn werk en seksleven. Maar Terry, topvrouw bij de FBI die het telepathie-programma runt, weet welke destijds onvoorziene en ongewilde bijwerking ook bij Snowe onvermijdelijk zal optreden: alle gedachtelezers raken zo gedesillusioneerd in gezagsdragers, die dezelfde laffe en incompetente gedachten hebben als iedereen, dat ze al snel geen zin meer hebben om voor de FBI de geesten van vermeende staatsgevaarlijke elementen te lezen. Sterker: ze zijn nu zelf potentieel staatsgevaarlijk en de FBI rekent kordaat met ze af. Vóórdat politieagent Snowe alle vertrouwen in gezag verliest – maar nádat hij ontdekte dat vrouwen versieren een nachtmerrie is als je al hun gedachten kunt lezen – zet Terry hem in om de ontsnapte criminele telepaat Denny voor haar op te sporen. Als Snowe ervaart dat het enige aanvaardbare gezelschap voor een telepaat een andere telepaat is sluit dit onwaarschijnlijke duo een verbond en slaat op de vlucht. Levison maakt er een spannende roadnovel van die de contra-productieve hyperparanoia van de inlichtingendiensten belachelijk maakt.

In de techno-noir novelle Normal van de gevierde comic-schrijver Warren Ellis wordt strategic forecaster Adam Dearden, die als techno-futuroloog fundamenteel onderzoek deed naar drones, na een zenuwinzinking in Rotterdam opgenomen. In de afgelegen en gesloten medische enclave Normal Head in Oregon gaan doorgedraaide futurologen geheel off-line. Hun onderzoek naar de toekomst maakte ze gek: de civiele futurologen werden depressief van hun voorspellingen over het klimaat en de militaire futurologen werden paranoïde van hun eigen surveillance-technologie. ‘They were all futurists. Everyone here gazed into the abyss for a living. Do it long enough, and the abyss would gaze back into you.’ Als in het bed van één van de patiënten niet hijzelf maar een berg wriemelende insecten wordt aangetroffen – de diverse betekenissen van bug komen aan bod – vermoedt Dearden vuil spel en probeert hij de diverse facties in de kliniek te verenigen in een opstand. Warren Ellis schrijft hilarisch, Normal Head is memorabel weird en claustrofobisch en de angst die de futurologen bevangt is verontrustend besmettelijk; Normal is een bijzonder boek.