Recensie

Lucia Rijker is een onovertroffen inspirator in Dream School

In het programma krijgen lastig aanspreekbare jongeren les van BN’ers. Een oude formule, maar wel goed uitgevoerd.

Lucia Rijker in 'Dream School' (NTR).

Als je maar lang genoeg veel televisie blijft kijken, dan kom je steeds vaker nieuwe programma’s tegen die oude formules herhalen.

Ik heb al dikwijls Bekende Nederlanders ingeschakeld zien worden als coach van moeilijk bereikbare leerlingen, schoolverlaters, werklozen, tienermoeders enzovoorts. Toch is Dream School (NTR) net even anders en beter.

Dat is onder meer een kwestie van casting. En van niet te veel ingrijpen in wat er gebeurt tussen leerlingen en docenten, maar ook tussen leerlingen onderling en beide leden van de tweehoofdige ‘directie’. De tamelijk rechtlijnige, hardvochtige aanpak van schoolleider Eric van ’t Zelfde doet het al jarenlang goed in talkshows en bij andere televisieredacteuren. Het was een gouden greep om hem te koppelen aan de gepassioneerde kickbokser en boeddhist Lucia Rijker, die zelf ook nooit haar school heeft afgemaakt, omdat ze destijds te boos was.

Samen begeleiden ze zestien leerlingen van gemiddeld rond de 20, allemaal drop-outs die beseffen dat ze een tweede kans moeten aangrijpen, als ze niet levenslang willen blijven hangen in uitkeringen of slecht betaalde baantjes.

Tekst gaat verder onder de video. Niet zichtbaar? Klik hier.

Drie weken lang krijgen ze gastlessen van mensen als Peter R. de Vries en Abdelkader Benali, maar de meesten valt het zwaar om de motivatie vast te houden. Van ’t Zelfde ziet ze, zo verklaarde hij bij Jinek, als op de een of andere manier beschadigde kinderen, die bovenal duidelijkheid en structuur behoeven. Rijker en hij zijn het eens wie een gevaar vormen voor de groep, omdat ze saboteren en docenten in de maling nemen, maar verschillen van mening over de beste aanpak. Rijker over lastpost Brahim: „Je kunt hem wel weer een pak slaag geven, maar dat heeft op die andere acht scholen ook niet geholpen.”

Ze besluit met de jongen te sparren in de ring, ten overstaan van de groep. Hij heeft daar ervaring in, vindt het leuk en ervaart hoe spannend het is om een wereldkampioen tegenover je te hebben. Rijker ziet dat zijn conditie belabberd is en mat hem af. Als hij, zwetend en puffend, zegt dat het misschien van het roken komt, terwijl hij tegen de touwen leunt, heeft ze hem te pakken. Hij krijgt een preek: hij verdoet zijn tijd door zijn talent niet te benutten. En bovendien mist hij de kans om voor de camera’s een voorbeeldfunctie te vervullen: „En dat geldt voor jullie allemaal!”

Als inspirator is Rijker onovertroffen, en de discussie tussen hard aanpakken of confronteren met een gebrek aan discipline is relevant. Het kwartje lijkt te vallen. Ook de diversiteit in de lesmethoden van de gelegenheidsleraren legt tegenstellingen bloot. Het bloemrijke taalgebruik van strafpleiter Inez Weski lokt vooral gapen en opstandigheid uit, behalve bij de enige ex-vwo-leerling die weet wat de trias politica is. Ook het „bek houden, als ik praat” van Maarten van Rossem lijkt contraproductief.

Spindoctor Jack de Vries lukt het wel om een stevige discussie uit te lokken, al zegt hij misschien Geert Wilders te vroeg te hebben ingezet als discussieonderwerp. Blonde Demi, die vindt dat de grenzen gesloten moeten worden voor vluchtelingen en Marokkanen (behalve Brahim, want die neemt ze mee naar huis), krijgt een groot deel van de klas over zich heen. Ze voelt zich nog meer afgewezen, en wil niet meer met ze meedoen. Net als toen ze vroeger op school gepest werd.