Recensie

Grote zangers

Ian Bostridge woont in wat hij zingt

Klassiek

Ian Bostridge (tenor) & Julius Drake (piano). Gehoord: 11/1 Muziekgebouw aan ’t IJ A’dam

Tenor Ian Bostridge is niet alleen een kampioen van het romantische lied, hij breekt ook graag een lans voor Benjamin Britten. Diens opera’s zijn gecanoniseerd, maar voor zijn liederen geldt dat veel minder. Voor dit Grote Zangers-recital stond oorspronkelijk ook muziek van tijdgenoot Michael Tippett op het programma, maar Bostridge en zijn excellente begeleider Julius Drake kozen voor een Britten-avond.

Die werd wel ingeleid door vijf Engelse Canzonettas van Haydn. En meteen al in de ‘Sailor’s song’, met zijn pakkende refrein, etaleerde Bostridge naast zijn formidabele stemgeluid en stembeheersing vooral ook zijn acteertalent. Bostridge ‘bewoont’ de liederen die hij zingt, hij wankelt en hangt aan de vleugel, en die intense lichamelijke voordracht maakt zijn recitals tot een theatrale belevenis.

Voor de cyclus Winter Words koos Britten anekdotische poëzie van Thomas Hardy. In deze beeldende tafereeltjes, over alledaagse mensen en objecten, kwam Bostridge’ vertelkracht optimaal tot zijn recht. Zo klonk het meeslepende verhaal over ‘The choirmaster’s burial’ ontwapenend ingetogen.

Maar Bostridge bezit een instrument dat ook furieus kan donderen. Daartoe had hij alle reden in The Holy Sonnets of John Donne, op.35, die Britten in 1945 in recordtempo componeerde na een bezoek aan Bergen-Belsen. Het zijn gitzwarte, woedende, de dood verwensende liederen vol wrange dissonanten, die vertolkt werden met ziedende compromisloosheid. Het intieme ‘Since she whom I lov’d’ vormde een schitterend hoogtepunt.