Recensie

Een bildungsroman over de zoon van Thomas Mann

Rindert Kromhout schreef een jeugdboek over misschien wel de beroemdste Duitse schrijversfamilie. Klaus Mann probeert het te maken als schrijver, terwijl hij om moet zien te gaan met de roem van zijn vader.

Lef kan Rindert Kromhout niet worden ontzegd. Je moet het maar durven, een historische roman schrijven over de familie Mann – misschien wel Duitslands beroemdste schrijversfamilie – met als rode draad de getroebleerde relatie tussen zoon Klaus en vader Thomas.

Wie Kromhouts trilogie (2010-2015) rondom het kunstenaarsgezelschap van de Bloomsbury Groep kent, weet echter dat als iemand overtuigend de historische werkelijkheid kan verbeelden, het Kromhout (1958) is. Ook in Een Mann, geschreven vanuit Klaus’ perspectief, balanceert Kromhout kundig en behoedzaam op de mistige grens tussen fictie en non-fictie: de feitelijke geschiedenis over de elitaire schrijversdynastie wordt nergens geweld aangedaan, terwijl de compositie en het wezen van de roman Kromhouts schrijvershand verraden.

Net als Soldaten huilen niet (het eerste Bloomsburyboek) leest Een Mann als een ‘portrait of the artist as a young man’. In dit geval dat van Klaus, wiens tragische leven werd beheerst door schrijven, maar wiens (nood)lot het was dat hij als ‘zoon van’ zijn schrijversloopbaan in zijn vaders schaduw begon. Anders dan zijn een jaar oudere zus en zielsverwant Erika (1905-1969), ook al jong door artisticiteit gedreven en zoals Klaus homoseksueel, voelde hij zich niet gewaardeerd door zijn vader. Veelzeggend noemde hij die ‘de tovenaar’: naast diepe bewondering spreekt daaruit ontegenzeggelijk emotionele afstand.

Dat gebrek aan intimiteit en communicatie tussen vader en zoon past in de tijdgeest en is de motor van Kromhouts roman die in 1926, in Parijs begint, waar Klaus – na de première van zijn toneelstuk Anja en Esther – gefrustreerd zijn schrijfkunst beoefent. Goed gevonden van Kromhout is de vermoedelijk fictieve ontmoeting tussen Klaus en Sylvia Beach, oprichtster van de beroemde Parijse boekhandel ‘Shakespeare and Company’, een ontmoetingsplaats voor literaire grootheden als Hemingway en James Joyce. Behalve dat Kromhout het artistieke milieu van toen levendig schetst, zet hij de ondernemende en openhartige Beach geloofwaardig in als degene die Klaus inspireert zijn vader een brief te schrijven. Die brief groeit vakkundig uit tot een boeiende Bildungsroman over Klaus’ volwassenwording en worsteling met zijn vader, tegen de achtergrond van de eerste helft van de 20ste eeuw.

Door Klaus’ gereserveerde verhouding met zijn vader kabbelt Een Mann soms wat. Tegelijkertijd lijkt de voorzichtige verteltoon een bewuste keuze: Klaus wil geen conflict, maar een begripvolle vader. Zijn gedachtenkronkels over wat het schrijverschap vermag en literatuur met de werkelijkheid kan doen, zijn wat dat betreft interessant. Moet hij, zoals zijn vader vindt, ‘de waarheid vervormen tot een spiegel voor zijn lezers’? Of zijn liberale oom Heinrich en vaders tegenpool volgen, een sociaal-politiek geëngageerd schrijver bij uitstek? Natuurlijk, Klaus’ geschiedenis is bekend. De vraag is nu hoe Kromhout na het goedgeslaagde Een Mann deze verder zal verbeelden.