Een auto als een carnavalspak

Met de C-HR springt Toyota uit de band. De compacte 5-deurs geeft je een jeugdig gevoel, aldus

Foto Peter de Krom

Toyota is het bloeiendste bewijs dat je met saai heel groot kunt worden. De modelnamen alleen al zijn het beste slaapmiddel sinds Klaas Vaak. Knappe jongen die bij ‘Yaris’ of ‘Avensis’ en de aanblik van de dragers nog aan ruige seks kan denken.

Het merk hoeft zich dankzij de bewezen kwaliteit van de producten voor dat manco niet te schamen. Aan de spotlust wringt dat het stigma, want dat is het, gaandeweg de balk in het oog van de beschouwer is geworden. Toyota verstaat wel degelijk de kunst uit de band te springen. Een Prius met Citroën-logo’s zou bewondering oogsten als baanbrekende Franse ontwerpkunst. Maar daar plooit de vorm zich rationeel naar de afwijkende techniek, dus het mag geen design heten, en Japanners framen is leuker. Het is een Toyota, dan kan er niks aan zijn.

En nu geeft dat merk de bashers impliciet gelijk door iets knotsgeks te brengen, zo gek dat het in plaats van weer zo’n dommelnaam een militante lettercode kreeg: de C-HR.

De vraag wat de C-HR is, lijkt eenvoudiger te beantwoorden dan die wat hij wil voorstellen. Het is een compacte vijfdeurs hatchback in het C-segment, daarna wordt het moeilijk. Is de vorm het voorportaal van een nieuwe, rebelse Toyota-esthetiek of een eenmalige verzetsdaad tegen de macht der gewoonte? Aangenomen dat deze auto niet de blauwdruk wordt voor de Avensissen van morgen, moet er een psychologische verklaring voor hem zijn.

Je moet Toyota zien als de normaalste mens op aarde. Een normaal mens kan alles goed, behalve gek doen. Daar lijdt hij onder, maar hij mag alleen binnen de orde en met goedkeuring van het systeem zichzelf verliezen. In de Hollandse cultuur heeft hij één vluchtweg en dat is het carnaval, het gecertificeerde panacee tegen de burgercoma, waar de schroom voor tegendraads gedrag eenmaal per jaar mag worden afgelegd. Het burgerlot wil dat die kolder wederom slechts conformisme voortbrengt, kudde is kudde. Voilà de C-HR.

Een gefotoshopte Honda Civic

De ontwerper, ik zag hem in de bladen shinen met kunstzinnig zwartgeblakerde Nick Cave-haardos, kreeg carte blanche. En, wat bracht zijn taboedoorbrekende verbeelding voort? Een gefotoshopte Honda Civic, het clownspak waarin je de buurman ook zag hossen in de stamkroeg. Nick stal het vuur dat hij niet zelf durfde aan te steken. Alle kenmerken van de mismaakte, geniale Honda vonden copy-paste hun weg naar de Toyota. De ver doorlopende daklijn waarvan de kofferruimte en de hoofdruimte voor de achterpassagiers zo onverwacht ruimhartig profiteren. Of het coupé-achtige zijaanzicht met de kleine achterzijruitjes die hem op een tweedeurs moeten laten kijken. Hij staat alleen iets hoger op zijn wielen dan de Honda, zodat er althans bij Toyota toch iets nieuws onder de zon is, het crossovergevoel. En zeg nu zelf; het resultaat is alleraardigst.

Zo heeft Toyota nu een auto die past in het rijtje van excentrieke Japanse compacts, van Nissan Juke tot Civic. Cave heeft zijn mandaat voor rare vouwen en bollingen ten volle benut. Japanners doen even toegewijd fanatiek gek als ze normaal doen. Het ligt er duimendik carnavalesk bovenop.

Kortom, het brevet van puberteit is binnen, hoewel ik vrees dat er vooral ouderen in zullen stappen die geloven dat ze jonger lijken in een C-HR. Goed nieuws voor de dealers, die naar ik hoor al heel wat orders mochten schrijven. Gewone mensen vinden hem leuk. Ik krijg vanuit afzichtelijke lullovoertuigen opgestoken duimen toegeseind en allerwegen vraagt men opgetogen wat het is. Na een week kan ik de burgerij geruststellen: een rasechte Toyota.

Onder dat clownspak zit een Prius met dezelfde hybride aandrijflijn, al is er ook een kleinere benzinemotor leverbaar. Maar hij stuurt een stuk beter. Op de Lexus IS na, ook een Toyota, is me van het concern geen auto bijgebleven met zo’n levenslustig onderstel. Overigens is de hybride met zijn schamele vermogen niet het type om de polonaise aan te voeren. Je laat hem op kruissnelheden zachtjes rollen om in vertrouwde Toyota-rust de shock van je aankoop te verwerken. Dan rijd je 1 op 20, terwijl het navigatiescherm je komisch om de tuin leidt met fictieve panorama’s die, hoewel ze de zichtbare werkelijkheid vervalsen, van een voorbeeldige omgevingssensitiviteit getuigen. Op de Veluwe zie je bergen aan de horizon die er niet zijn (= natuur), op de Amsterdamse ring een denkbeeldige skyline (= urban) die op de rondweg Eindhoven in exact dezelfde gedaante opduikt. Jôh, het is maar decor, net als je leven.