Diefstal Stolpersteine bereikt treurig dieptepunt in Rotterdam

Gedenkplaatjes

Niet eerder werden zoveel Stolpersteine – ‘struikelstenen’ – tegelijk gestolen als vorige week op de Brede Hilledijk in Katendrecht. Wat bezielt de dieven, hoe zit het met die gedenkstenen voor Rotterdamse slachtoffers van de naziterreur en vooral: hoe nu verder?

Stolpersteine, monumentjes voor vermoorde Joden, zijn in heel Europa te vinden. Ook in Rotterdam komen er dit jaar tientallen bij. Foto Rien Zilvold

Schofterig. Een ander woord heeft Herman van Eijk (86) niet voor de diefstal van de tien Stolpersteine bij hem voor de deur. Ze verdwenen in de nacht van donderdag 5 op vrijdag 6 januari uit het trottoir waar ze sinds februari vorig jaar lagen. „Twee gedenkstenen zaten blijkbaar te vast voor de dieven. Stratenmakers bestraatten er keurig omheen bij het opvullen van de gaten maar haalden ze er op mijn verzoek uit. Dan zijn die in ieder geval gered, dacht ik toen ik me erover ontfermde. Ik ben de messing bovenkant meteen gaan poetsen”, zegt de Kapenees met een mengeling van trots en woede.

Koopmansgezin

In de bovenplaatjes van de Stolpersteine, die liggen te glimmen op het bureau van hun ‘redder’, staan de namen gegraveerd van Abraham en Levie Bierschenk. Zij waren twee van in totaal zestien kinderen – van wie vier al voor de oorlog overleden – van Benedictus Bierschenk, een koopman in manufacturen uit Tiel. Hij overleed in 1943 op 54-jarige leeftijd in kamp Westerbork en werd begraven op de Joodse begraafplaats in Assen. Zijn vrouw en tien van de kinderen overleden in Auschwitz en Sobibor. „Mijn schoonvader woonde naast het gezin en heeft nog geprobeerd hen te redden van deportatie. Alleen dochters Aaltje en Betje werden niet gedeporteerd dankzij hun huwelijk met een niet-Joodse partner”, verzucht Van Eijk.

Lees ook: Alsof je iets steelt van oorlogsslachtoffers

Hij vraagt zich af wat de dieven van de Stolpersteine van het gezin heeft bezield. „Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Handelden ze uit haat jegens Joden of deden ze het voor het geld”, vraagt de krasse Katendrechter zich hardop af.

Stolpersteine, monumentjes voor vermoorde Joden, zijn in heel Europa te vinden. Ook in Rotterdam komen er dit jaar tientallen bij.

Beeld wikimedia

Herplaatsing

De messing plaatjes, 10 bij 10 centimeter en zo’n 5 millimeter dik, brengen met de huidige metaalprijs zo’n tien eurocent per stuk op, weet Frank van Gelderen van Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument. De naam verwijst naar de loods bij de Spoorweghaven waar Joden afkomstig uit Rotterdam en de Zuid-Hollandse eilanden zich vanaf 1942 moesten melden voor deportatie. De stichting nam in 2010 het initiatief om in Rotterdam Stolpersteine te plaatsen en bemiddelt tussen de aanvragers en de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, de bedenker en maker van de gedenkstenen. Om de plaatjes in de stoep te kunnen lezen moet de voorbijganger een buiging voorover maken, precies wat Demnig beoogt.

Van Gelderen sprak de kunstenaar onlangs. „Gunter noemt het een triest unicum. Nooit eerder maakte hij mee dat tien Stolpersteine tegelijk werden gestolen, zo vertelde hij toen ik hem op de hoogte bracht van de diefstal.” In juli vorig jaar verdwenen ook al vier Stolpersteine in de Graaf Florisstraat en de Mathenesserlaan. De lege plekken worden op 27 januari opgevuld met vier nieuwe exemplaren. De herplaatsing – precies 72 jaar na de bevrijding van Auschwitz – gebeurt in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de politie Rotterdam en van het Joods Politienetwerk Rotterdam. Twee weken later komt Demnig naar Rotterdam voor het leggen van 26 andere Stolpersteine. „We proberen op 9 en 10 februari ook de tien gestolen gedenkstenen op de Brede Hilledijk te vervangen”, zegt Van Gelderen. Stichting Loods 24 heeft voor daarna nog 42 aanvragen liggen. Rotterdam telt nu 236 van die gedenkstenen. Van Gelderen heeft geen idee wie er achter de diefstallen zit. „Als metaaldeskundigen zeggen dat het de moeite van het stelen niet waard is door de geringe opbrengst van de messing plaatjes, dan blijft over vandalisme of antisemitisme. Ik neig naar het laatste.”

De politie houdt het op koperdieven. Die stelen ook regelmatig materiaal van koperlegeringen zoals messing en brons. De Stolpersteine zijn vanuit die optiek een bijvangst. „Eén keer in de zoveel tijd is het raak. Bij vandalisme of antisemitisme zouden de gedenkstenen vaker het doelwit zijn”, zegt woordvoerster Willemieke De Vos. Een buurtonderzoek leverde volgens haar geen aanwijzingen op over de dieven. „Niemand heeft iets gehoord of gezien.” Bewakingsbeelden zijn er niet omdat in de directe omgeving geen camera’s hangen. Een overzicht van de Stolperstein-diefstallen in de regio Rotterdam ontbreekt volgens haar. „Wij registreren alleen de diefstal, niet dat het om gedenkstenen gaat.”

Andere korpsen zouden hetzelfde doen waardoor er ook geen landelijk overzicht bestaat van het aantal gestolen gedenkstenen. Even googelen levert een mager resultaat op: twee gestolen Stolpersteine in Wolvega in februari vorig jaar, twee in Holten in december 2015 (die drie maanden later werden teruggevonden in een vijver), vijf in Spijkenisse in september 2015, twee in Middelharnis in maart van hetzelfde jaar en twee in Oude-Pekela in juni 2012.

Verankering

In vrijwel alle gevallen zijn de gestolen Stolpersteine vervangen door nieuwe exemplaren. In Spijkenisse kwamen de gedenkstenen niet alleen in het gebruikelijke bedje van droog cement te liggen – dat met water wordt overgoten en dan verhardt tot cementsteen – maar kregen ze een extra verankering. De Stichting Loods24 en Joods Kindermonument overweegt dezelfde veiligheidsmaatregel. Van Gelderen: „Vanuit Gemeentewerken is ons voorgesteld om de stenen in een soort wig te leggen met weerhaken die verwijdering bemoeilijken. Andere bestrating is ook een optie want de klinkers die op hun kant in het trottoir van de Brede Hilledijk liggen, zijn minder solide dan stoeptegels.”

De plannen klinken Herman van Eijk als muziek in de oren. „Ik zei meteen tegen Van Gelderen dat hij iets anders moest verzinnen. Je kon de gedenkstenen vrij gemakkelijk loswrikken doordat ze alleen aan de onderkant vastzaten in een laagje specie, zo zag ik bij het verwijderen van de twee overgebleven exemplaren door de stratenmakers.”

    • Caspar Naber