Column

De echte elite, dat zijn Wilders, Roos en Baudet

Bij EenVandaag filmden ze woensdag een Leidse student die zoon is van een schoonmaakster. Die ging ineens ‘bij de elite horen’. Hij onderdrukte een schamper lachje. Het lastige aan de kritiek op die elite is dat zij twee verschillende betekenissen is gaan verwarren.

Ooit was er een elite van overgeërfde titels en posities, van privileges zonder noemenswaardige prestaties, kortom. Die is langzaam vervangen door wat, sinds de jaren zestig, de ‘diploma-elite’ is gaan heten. Dat klinkt inmiddels ook verdacht, terwijl die nu juist op prestaties is gebaseerd, voor schoen- en schoonmakerszonen bereikbaar.

In zijn standaardwerk over de Italiaanse Renaissance nam historicus Peter Burke een lijst op met zeshonderd leden van de ‘creatieve elite’, schrijvers en kunstenaars die verantwoordelijk waren voor de Renaissance. Wat ze deelden: een streven naar voortreffelijkheid. Individuele prestaties betekenden voor die cultuurexplosie meer dan bloedlijnen en afkomst, net als nu bij onze diploma-elite.

De ware erfgenamen van de prestatieloze aristocratie zijn uit heel ander hout gesneden. Waar vind je tegenwoordig de hoogste privileges tegen de geringste prestaties? Niet specifiek onder hoogopgeleiden, maar bij wezens als Paris Hilton of Kim Kardashian: beroepsberoemdheden. Die elite moet het hebben van fans en volgers, van kliks en quotes, van ophef en vertier, van wat in onze tijd meer waard is dan goud: aandacht.

De nieuwe prestatieloze bevoorrechten zijn een scherm-elite, die opgloeit in het ambrozijn van onze plasmaschermen en ledpixels. De nieuwe elite moet zich, om van voedende aandacht verzekerd te blijven, vermommen als buitenstaander, ook al is zij zo gevestigd als een betonvloer. Donald Trump, Silvio Berlusconi, en de grootste elitair van Nederland: Geert Wilders, ongeveer het langstzittende Tweede Kamerlid, verzekerd van mediamegafoons bij elke oprisping.

De schermelite gedijt in al die beroepsgroepen waar acteertalent het won van oude vaardigheden: de advocatuur, de literatuur (schrijvers van wie je wel gezichten maar geen titels kent), de politiek…

Kleppen is goud. Nooit zag je daarom zo veel praattafelgasten de politiek in huppelen. De elite? Dat zijn Wilders, Roos, Baudet en – bien étonnés – Sylvana Simons. Zij schilderen de diploma-elite af als de nazaten van een ancien régime waar zij zelf de bastaardkinderen van zijn. Die zelfgekroonden beheersen onze schermen met de klaagzang ‘niet gehoord te worden’.

Je krijgt niet de indruk dat er in die elitaire kringen veel streven is naar het voortreffelijke.

Christiaan Weijts schrijft elke vrijdag een column.