The xx: ‘We zijn uit onze Britse muziekcocon gedanst’

Minder harde bassen, meer dansbare muziek: de leden van de Britse driemansband The xx praten over hun nieuwe album: „Er mag gedanst worden.”

The xx: Jamie Smith (links), Romy Madley Croft (midden) en Oliver Sim.

Minimaal, somber, naar binnen gekeerd. De muziek van het Britse trio The xx was nooit een toonbeeld van uitbundigheid. Daar mag nu best eens verandering in komen, vindt zangeres en gitariste Romy Madley Croft. Tot voor kort stonden Croft en bassist/zanger Oliver Sim altijd stokstijf op het podium. Ze concentreerden zich op de muziek, zonder interactie met het publiek. „We waren bang om een foute noot te spelen. Bang om een onverwachte reactie op te roepen. Bang voor spoken die er niet waren. Ons nieuwe album heet I See You omdat we onze angsten overwonnen hebben. We stappen naar buiten en we reiken ons publiek de hand. Er mag gedanst worden.”

Veel van The xx’ nieuwe houding heeft te maken met de activiteiten van hun derde bandlid, producer en toetsenman Jamie xx. Tussendoor produceerde hij tracks voor Drake, Rihanna en Alicia Keys en maakte hij het soloalbum In Colour, waarmee hij het sombere zwart-wit van eerdere The xx-producties achter zich liet. De warme klank van de steeldrum uit zijn solowerk keert in digitale vorm terug op I See You.

Cocon

Foto Alasdair McLellan

Romy Madley Croft, Oliver Sim en Jamie xx (geboren Smith) kenden elkaar van de middelbare school in Putney, Engeland waar ze in 2005 hun muzikale verbond sloten. Ze deelden hun liefde voor dubstep en werkten aan oprechte, gevoelige popliedjes. „Onze vriendschap was er voordat we de band begonnen”, zegt Croft over de diepe verbondenheid die het drietal met elkaar heeft. Hun unieke combinatie van zachtmoedige liedjes, persoonlijke teksten en diep zoemende subbassen werd een internationaal succes. Van de albums xx (2009) en Coexist (2012) werden 27 miljoen exemplaren verkocht. „De band werd een cocon van waaruit we de wereld aankonden. Communiceren met andere muzikanten deden we nauwelijks. Op festivals sloten we ons op in onze kleedruimte totdat we het podium op gingen. Pas in de afgelopen vier jaar zijn we voorzichtig uit onze schulp gekropen.”

‘Performance’, het eerste nummer dat ze maakten voor het nieuwe album, diende als startpunt. „You’ll see me hurting when my heart breaks”, zingt Croft melancholiek maar daadkrachtig. „I’ll put on a performance, I’ll put on a brave face.” Als het moet, spelen we dat we popsterren zijn. Het was nooit haar grote ideaal om in het middelpunt van de belangstelling te staan. „Gaandeweg ontdekten we de pluspunten van een avontuur dat je onderneemt met je beste vrienden. We waren introvert en vaak doodsbang om het podium op te gaan. We sleepten elkaar erdoorheen. Oliver begon een beetje te bewegen op het podium en toen durfde ik ook. Alles went. Na de vele honderden shows die we speelden, zijn we op het punt beland dat we er plezier in hebben.”

Samples

Ze kleedt zich minder punky en is iets meer gestyled dan toen, onder meer door haar verloofde, modeontwerpster Hannah Marshall. De zelfbewuste jonge vrouw die de 27-jarige Romy Madley Croft nu is, kijkt met lichte weemoed terug op de naïeve beginjaren. „Toen ik voor de keuze stond tussen de universiteit en het muzikantenbestaan was het een enorm risico om voor The xx te kiezen. Ik heb het toch gedaan en het heeft goed uitgepakt. Soms denk ik met lichte jaloezie aan de leeftijdgenoten die wel hun studie hebben afgemaakt. Die vrienden van toen zijn juist de eersten om me een hart onder de riem te steken. Jij hebt de hele wereld gezien, houden ze me voor, dat is de beste studie die er is.”

Het nieuwe album van The xx ‘I see you’

I See You werd opgenomen in Texas, New York, Hollywood en IJsland. Nieuw in The xx’ muziek is het gebruik van samples, onder meer van jarenzeventigpopfenomeen Alessi. Het nummer ‘On Hold’ bevat een stukje uit de popklassieker ‘I Can’t Go For That’ van Hall & Oates. Nadrukkelijk niet het refrein, vertelt Croft erbij. „We willen niet gemakkelijk meeliften op een bekend nummer. Soms kun je een beetje van de sfeer of de kleur van zo’n oud nummer inpassen om er je eigen muziek mee aan te kleden. We zijn onderdeel van een generatie die gewend is dat de hele pophistorie tot onze beschikking staat en dat je er eenvoudig een ‘shuffle’-functie op los kunt laten. Onze inspiratie komt niet langer uit één nauw gedefinieerd plekje in Engeland. De hele wereld is ons speelveld.”

Muziek moet je voelen, vindt Croft. „Toen ik voor het eerst kennismaakte met dubstep in de clubs was het een openbaring om de vibraties door mijn hele lichaam te voelen. Met de band wilden we dat gevoel vasthouden. In het begin was ik nog wel eens bang dat ik doof zou worden van de keiharde subbassen die we de zaal in pompten. Nu hebben we een beter monitorsysteem en hoeft het allemaal niet meer zo hard. Het publiek is steeds aandachtiger gaan luisteren naar onze muziek. En ze dansen erbij. Voor mij is dat de ideale combinatie.”