Fay Claassen: ‘Ik ben over mijn podiumangst heen’

Jazz-zangeres Fay Claassen brengt een nieuw album uit met haar jazzbewerkingen van popsongs van Paul McCartney en Burt Bacharach.

Het nieuwe album Luck Child van Fay Claassen verschijnt komend weekend. Foto Bob van der Vlist

Jazz-zangeres Rita Reys liet zich bij leven kritisch uit over de generaties zangeressen na haar. „Je wordt geboren met timing. Geloof niet dat je het leren kunt”, zei ze. „Met een briefje van het conservatorium lezen ze hun partijtje prachtig af. Maar vraag je: zing nu eens iets van je hart, dan lukt dat ze niet.”

Alleen voor zangeres Fay Claassen maakte Europe’s First Lady of Jazz een uitzondering. In haar hoorde en zag Reys direct haar opvolgster, zij stak er met kop en schouders bovenuit - al kon er soms nog wat ‘peper’ bij. Die zegen van Rita Reys, die ze bijvoorbeeld uitsprak in tv-programma De Wereld Draait Door, ervoer Fay Claassen als een gift, vertelt ze. Als Claassen een album had gemaakt, belde Reys erover op. Met tips en goede raad.

Dat Claassen vorig jaar met Reys’ oude band een gloedvolle ode bracht aan de in 2013 gestorven vocaliste, is dan ook niet verwonderlijk. „De hangup van jazz is dat je elk nootje nieuw wilt uitvinden”, zegt Fay Claassen. „Rita zei: ‘de noot moet óp de kop zijn’. Ik had een andere stijl, maar haar power heb ik altijd bewonderd. Ze was fel en direct, een echte haaibaai.”

Balletacademie

Fay Claassen (48) leeft „tussen twee landen”. De in Nijmegen geboren zangeres is getrouwd met de Duitse saxofonist en componist Paul Heller, die onder meer speelt in de bigband van de Duitse omroep WDR. Met hun zesjarige dochter wonen ze in Keulen. Naast de Rita Reys-tournee met het trio van jazzpianist Peter Beets zong Fay Claassen de laatste jaren op uitnodiging bij de WDR-bigband en combineerde ze jazz en klassiek met de pianisten Cor Bakker en Ivo Janssen.

Als tiener volgde Claassen een intensieve training aan de balletacademie. Daarna ging ze naar de kleinkunstacademie. Maar die studie brak ze na een jaar af vanwege de ‘afkraakmethodes’ daar. Ze stapte over naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

In 2000 debuteerde Claassen met het album With A Song in My Heart. Met haar heldere zangstem, haar lyrische improvisaties, de zowel lichtvoetige als pure benadering en haar mooi gekozen nootjes trok de zangeres direct de aandacht. Onder de zo’n tien albums die ze vervolgens onder eigen naam maakte was de dubbel-cd Two Portraits of Chet Baker in 2006 een uitschieter. Daarop vocaliseerde ze een trompetlijn als tegenpool van de baritonsax, zonder echt solo’s van trompettist Chet Baker te imiteren.

De tekst gaat verder na de video

Opgerold in een bos rozen

Met haar klankassociaties beweegt Claassen zich ook vrij door de noten op haar nieuwe album Luck Child dat komend weekend verschijnt. Echtgenoot Paul Heller componeerde er een aantal nummers voor, zoals ‘Finding You’ dat ze – heel romantisch opgerold in een bos rozen – vond. En ook het door Kenny Wheeler gecomponeerde ‘Fay’ is een woordeloos muziekwerk waarin Claassen loepzuiver klanken aaneenrijgt. Over een heel andere boeg gooit ze het met jazzinterpretaties van popliedjes van Paul McCartney, Paul Simon, Burt Bacharach en Ennio Morricone. De jazzvocaliste groeide langzaam naar popmuziek toe. Altijd al oefende muziek van Sting of Joni Mitchell een grote aantrekkingskracht op haar uit, vertelt ze bij een bezoek aan Rotterdam, maar ze aarzelde: „Van zo’n muzikale grootheid een nummer te nemen, het je eigen te maken en ook nog eens durven op te nemen is een stap waaraan je toe moet zijn.”

Claassen is er sterk in haar emotie in jazz te leggen. Er schuilt poëzie in haar zangnoten. Fragiel en melancholisch kan ze klinken, in vertolkingen die altijd technisch dik in orde zijn en met een zeldzame elegantie gebracht. Groot is haar verlangen haar muziek ‘internationaal’ te laten horen.

Naast haar zang heeft Claassen lange tijd lesgegeven, maar onlangs stopte ze daarmee. Ze wil „honderd procent voor de muziek gaan”. Het lesgeven bood haar ook daarnaast altijd zekerheid naast haar zang. De angst vergeten te worden in de jazzscene speelt altijd een rol, stelt ze. „Ik moet nog steeds hard boksen om er te mogen zijn. Het is niet zo dat je je sporen hebt verdiend en iedereen je wel kent. Ik begin telkens weer opnieuw, het is hard werken de zaal vol te krijgen. Voorheen zocht ik de veiligheid: ik moet toch ook werken. En nu denk ik: nee, ik kies nu echt voor de muziek.”

Op de vraag of dat geen werk is, schudt ze haar hoofd. ,,Dat is een diepe passie. Een inner urge om het te doen. Dat musici door zoveel heen gaan om hun muziek te kunnen maken, vind ik soms zo mooi en aandoenlijk zelfs.”

De tekst gaat verder na de video

Podiumangst

Vooral in het eerste deel van haar carrière kon ze duizend doden sterven op het podium. Tegenwoordig is er meer controle. „Het blijft een merkwaardig fenomeen zoveel angst te ervaren”, vertelt ze. „Een kiem voor mijn angst is destijds gelegd op de kleinkunstacademie denk ik. Toen ik met de jazz destijds groot werd gelanceerd, was ik ook van binnen nog een breekbaar meisje. Het was pijnlijk.”

Een lied zingen kan ze, maar jezelf als persoonlijkheid neerzetten was een worsteling. „Ik heb wel eens om de hoek bij het podium gestaan, belde ik met mijn moeder: mam, ik dúrf niet. Of kon ik de afslag op de snelweg naar het podium gewoon niet nemen. Het liefst was ik met mijn rug naar het publiek gaan staan. Met bloed, zweet en tranen moest ik steeds weer winnen van mijzelf. Ik ben erdoorheen gekomen, de knop is nu om. En zie na al die jaren, ik heb er zelf eindelijk plezier in! Het is open. Ik benijd mensen die dat vanaf het begin kunnen.”