Opinie

    • Joyce Roodnat

Hoe suf: La La Land geeft kopjes

La La Land is een pluim in de kont van de Amerikaanse filmindustrie, vindt Joyce Roodnat. “Oh, wat zijn we leuk. En oh, wat is dat een onzin.”

Bête in La La Land: Ryan Gosling en Emma Stone

Het drong pas tot me door nadat ik me had vermaakt met de jeremiade van Paul Verhoeven bij de Golden Globes (wel knap: twee Globes voor zijn Elle, bovenop de vloed van nominaties en prijzen die zijn film al kreeg. Plus een groot retrospectief in New York. En tóch lukt het hem weer om miskend te doen). La La Land won zes van die Globes. In het koffiedik van de Amerikaanse filmindustrie betekent dat een goeie kans op een Academy Award, dit voorjaar.


La La Land heeft kans op de Oscar voor ‘Beste film’? Hoezo? Laten we niet net doen of dit een meesterwerk is – want dat is La La Land niet. Het is een eerbetoon aan de Hollywood-musical, ook al dansen de hoofdrolspelers bedrukt en had het oude Hollywood hun dunne zangstemmetjes zonder pardon nagesynchroniseerd. Want wie denkt dat Audrey Hepburn (My Fair Lady) of Nathalie Wood (West Side Story) zelf zo goed zongen, kan die droom laten varen, dat was Marni Nixon – haar naam vergeten, haar stem vereeuwigd.

Route touristique

La La Land bestaat uit citaten van beroemde voorbeelden. Eerbiedig maar zonder het besef dat films als Singin’ in the Rain zo tomeloos zijn als Tolstoj’s Anna Karenina. Daarbij, een film is geen puzzel. Verwijzen kan nooit een doel op zich zijn. Je hóéft dit allemaal niet te kunnen duiden. En toch zit ik te raden. Eerst zie ik West Side Story, maar dan zonder agressie. En in die jazz-kelder herken ik Funny Face – zonder Fred Astaire en Audrey Hepburn.

En dáár is een uitvoerige imitatie van An American in Paris. Zonder Gene Kelly. En zonder de sensuele waanzin van die film, want La la Land is voor een musical merkwaardig erotiekloos. Maar wat moet ik met deze route touristique zonder een mijlpaal als Cabaret (Liza Minelli!)? Of Chicago? Maar die zijn schril, ze vertellen van terreur en moord en het moet wel leuk blijven.

Recensent Dana Linssen was positiever over La La Land. Zij gaf de film 5 ballen.

La La Land is een pluim in de kont van de Amerikaanse filmindustrie. Een film die de zelfgefabriceerde mythologie oppoetst, in aanbidding voor zichzelf en met Hollywood als de Olympus, de hufters en hufteressen die hem bevolken als folklore en de onmiskenbare belofte van een zege voor de eenvoudige held aan hun voeten. In bioscopen over de hele wereld warmen wij, het publiek, ons eraan. Oh, wat zijn we leuk. En oh, wat is dat een onzin. Hollywood wil ons er niet eens bij hebben. We mogen kijken naar hun feestje en knielen, als nederige gelovigen.

Zelf-omhelzende Hollywoodfilms worden regelmatig gemaakt en als ze genoeg kopjes geven worden ze standaard bejubeld. Denk aan The Artist, met zijn even technische als inhoudsloze reverence naar de zwijgende film. Die was net zo tandeloos als La La Land. Vorig jaar was Woody Allens Café Society er ook één. Stouter maar uiteindelijk net zo braaf. Die film wordt aan het slot van La La Land weer geciteerd, lijkt het. Hoe steriel wil je het hebben?

    • Joyce Roodnat