Interview

Honderden Hollandse meesters in handen van deze Amerikaanse miljardair

Als jongetje van zes werd verzamelaar Tom Kaplan verliefd op Rembrandt. Nu bezit hij de grootste privé-collectie Oude Meesters ter wereld, dit voorjaar te zien in het Louvre.

Foto Sue Raya Shaheen

Als zesjarige raakte Tom Kaplan in de ban van Rembrandt van Rijn. Met zijn moeder bezocht de nu 54-jarige Amerikaan het Metropolitan Museum of Art in New York. Een historisch doek, Aristoteles bij de buste van Homerus, ontstak zijn geestdrift voor de Leidse schilder, zegt Kaplan. „Grote kunst verlicht – in overdrachtelijke zin en soms, zoals bij Rembrandt, ook letterlijk. Met zijn claire-obscur kan hij de waarheid openbaren. Als zesjarige kon ik dat uiteraard niet zo verwoorden. Maar hij trof mij echt op een intense manier.”

Tom Kaplan bezit nu samen met zijn vrouw Daphne elf schilderijen en twee tekeningen van Rembrandt. Geen verzamelaar in de wereld die het hem kan nazeggen. Daarnaast verzamelde hij nog 250 andere Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw. Zijn ‘Leiden Collection’ (de naam is een eerbetoon aan Rembrandt) richt zich op de fijnschilders uit Leiden en omgeving en bevat vele minutieus geschilderde voorstellingen uit het dagelijks leven.

Jarenlang leenden Tom en Daphne Kaplan hun meesterwerken anoniem uit aan musea. Omdat hun collectie langzamerhand toch publiek bekend is geworden, komt het echtpaar als verzamelaars uit de kast. Een kans, zegt Kaplan in een telefonisch vraaggesprek, om aan een groot publiek uit te leggen hoe betekenisvol de Oude Meesters vandaag de dag nog zijn.

Gerrit Dou, Geleerde die zijn pen snijdt
Leiden Collection
Ferdinand Bol, Rebecca en Eliezer bij de put, ca. 1645-46.
Leiden Collectie
Gerrit Dou, Geleerde die zijn pen snijdt, 1630-1635 (links) en Ferdinand Bol, Rebecca en Eliezer bij de put, ca. 1645-46.
Leiden Collectie

Op 23 januari lanceren de Kaplans een gratis toegankelijke online catalogus van hun collectie, waar door een groep wetenschappers vier jaar aan is gewerkt. En in het Louvre in Parijs opent in februari de tentoonstelling Meesterwerken uit de Leiden Collection, die daarna doorreist naar China en de Emiraten.

Kaplan, een historicus die met handel in grondstoffen miljardair werd, legt uit waarom hij zijn kunst liever uitleent dan thuis aan de muur hangt.

Hollandse Oude Meesters zijn niet uw enige liefhebberij. Als natuurbeschermer maakt u zich sterk voor het behoud van leeuwen, tijgers en slangen. Is er een verband?

Lachend: „Een psychiater mag bepalen wat mijn passies verbindt. Ze zijn ontstaan toen ik kind was en ik ben ze nimmer ontgroeid. Sterker nog: de hartstocht is met de jaren alleen maar groter geworden. Door een gelukkige omstandigheid kon ik me gaan inzetten voor deze zaken.”

Wat herkende u als kind in Rembrandt?

„Ik had het gevoel alsof hij tot me sprak. Niet zo gek, hoor. Turner noemde Rembrandt de grootste colorist uit de kunstgeschiedenis. Picasso was geobsedeerd door Rembrandt, net als Francis Bacon. En Van Gogh schreef dat hij tien jaar van zijn leven wilde geven als hij veertien dagen voor Het Joodse Bruidje mocht blijven zitten. Zoveel dingen aan Rembrandt zijn indrukwekkend.

„Op mijn achtste planden mijn ouders een vakantie naar Europa. Ik mocht de bestemming aangeven. Ze verwachtten natuurlijk dat ik Londen of Parijs zou zeggen, maar ik wilde naar Amsterdam, de stad van Rembrandt. Toen ik later in Zwitserland en Londen studeerde, reisde ik altijd via Amsterdam: voor mijn pelgrimages naar het Rijksmuseum.

„Mijn moeder nam mij ook mee naar het MoMA, om mijn kennis van kunst te verbreden. Daar reageerde ik nukkig op; ik wilde terug naar Rembrandt. Gelukkig hebben mijn ouders mij nooit van mijn passies afgehouden. Zelfs mijn liefde voor slangen mocht ik uitleven.”

Schaterend: „Vermoedelijk waren ze al blij dat ik niet aan de drugs zat.”

Waarom begon u pas veertien jaar geleden met verzamelen?

„Lange tijd meende ik geen verzamelaar te zijn. Ja, mijn zelfkennis was niet zo groot. Ook dacht ik dat de kunst die ik zo adoreerde alleen in musea te vinden was. Toen een vriend me in 2002 attendeerde op een te koop staande Gerard Dou, reageerde ik stomverbaasd.”

En nu bezit u dertien schilderijen van Dou.

„Nee, veertien. Na mijn eerste aankoop heb ik vijf jaar lang, met hulp van drie handelaren (zie kader), gemiddeld één schilderij per week gekocht, een fantastisch avontuur. Als mensen bereid zijn om me een Rembrandt te verkopen voor minder dan de prijs van een Warhol, dan ben ik een blije verzamelaar.”

Op een foto zag ik dat u thuis alleen moderne kunst aan de muur heeft.

„Een weloverwogen keuze. Onze verzameling is een leencollectie van Oude Meesters, de enige in de wereld. Alles wat musea hoeven te doen, is zeggen dat ze iets van ons willen lenen. Dat hebben we al meer dan 170 keer gedaan.

„Net als Shakespeare en Bach is Rembrandt een game-changing kunstenaar, een bruggenbouwer die culturen verbindt. De universele waarden in zijn werk maken duidelijk wat ons tot mensen maakt. Daarom zijn we ook zo blij dat onze tentoonstelling na Parijs ook in China en Abu Dhabi te zien zal zijn.”

Uw Oude Meesters hangen wel in uw kantoor. Maar vooral in digitale kopie, begrijp ik.

Johannes Vermeer, Zittende vrouw aan het virginaal, 1670-1672. Leiden Collection

„Misschien heb ik ooit een van onze Rembrandts een week op kantoor gehad, nooit langer. Onze Vermeer is vanaf de dag dat ik haar kocht permanent uitgeleend geweest.

„Begrijp me goed, voor Rembrandts Minerva zitten is een ongelooflijke ervaring. Maar het geeft tien keer meer plezier als ik mensen, en vooral kinderen, in een museum van onze schilderijen zie genieten.

„Het eerste schilderij dat we ooit uitleenden was een Jan Steen, aan het Getty Museum. Met een conservator stond ik op zaal toen een groep schoolkinderen binnenkwam. Ik zag wat voor indruk het schilderij maakte. Ik herinner me een meisje dat helemaal gefixeerd raakte. Voor mij een openbaring. That’s it, I get it, zei ik tegen de conservator. Op dat moment besloot ik onze hele collectie voortaan voor musea beschikbaar te stellen.”

U bent een succesvol investeerder. Zijn Oude Meesters ondergewaardeerd?

Na een zucht: „Onze verzameling is niet bedoeld als investering, we verzamelen uit passie. Maar ik heb nooit het gevoel gehad met mijn kunst een slechte investering te hebben gedaan. De toenemende schaarste aan kwaliteit leidt op de lange termijn beslist tot hogere prijzen.”

Nederland en Frankrijk betaalden vorig jaar 160 miljoen voor Rembrandts Marten en Oopjen. Een goede prijs?

„Het lijkt nu misschien veel geld. Maar op de lange termijn is het een goed bedrag. Waarom zouden belangrijke Rembrandts minder waard zijn dan belangrijke werken van de impressionisten? Bij onderhandse verkopen zijn impressionistische doeken voor veel hogere bedragen verkocht. En Rembrandts zijn echt veel schaarser. Daarvan zijn er misschien nog dertig in privébezit.”

Welke schilder staat bovenaan uw verlanglijst?

„Ik kan misschien nog een goede Nicolaes Maes gebruiken. Een schilderij uit de tijd dat hij sterk onder invloed stond van Rembrandt. Deze wens maakt duidelijk hoe specifiek onze verlangens inmiddels zijn geworden. Ik zeg het tongue in cheek: ik word ’s morgens niet wakker met de gedachte aan een Nicolaes Maes. Maar krijg ik er eentje aangeboden, dan zeg ik onmiddellijk ‘ja’.”

Veel grote verzamelaars bouwen een museum voor hun collectie. Komt er een Kaplan-museum?

„Het korte antwoord is dat we nu geen plannen hebben. Op termijn sluit ik niks uit. Onze verzameling is zeker een museum waard. Maar heeft de wereld behoefte aan meer privé-musea? Misschien heb ik het mis. Stel me die vraag over een paar jaar nog maar eens.”

De collectie van Tom Kaplan is vanaf 23/1 online: theleidencollection.com