Recensie

Halfslachtig eerbetoon aan ‘Casablanca’

Regisseur Zemeckis is beroemd vanwege zijn actiekomedies. Ook in Allied steken de – schaarse – actiescènes ver uit boven de scènes met vooral dialogen, die nogal stug blijven. ●●●

Er zijn heel wat manieren om een eerbetoon te brengen aan Casablanca, de romantische klassieker met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman uit 1942. The Marx Brothers kwamen al in 1946 met hun parodie A Night in Casablanca (1946), Woody Allen bracht zijn fameuze hommage aan de film in Play It Again, Sam (1972) waarin zijn eigen kwaliteiten als romantische held schril afsteken tegen die van Humphrey Bogart. Kermit de Kikker en Miss Piggy bootsten de klassieke slotscène op het vliegveld na in The Muppets Go to the Movies (1981).

Casablanca stond ook al snel model voor het heel vergelijkbare To Have and Have Not (1944), opnieuw met Bogart, maar nu met zijn nieuwe liefde, Lauren Bacall, als tegenspeelster. De sfeer van Rick’s Café uit Casablanca was de inspiratie van de barscène in de eerste Star Wars (1977). Bogarts nobele cynisme stond model voor zowel Han Solo in Star Wars als Indiana Jones.

Keuze genoeg dus, maar Allied, de nieuwe film van Robert Zemeckis, naar een oorspronkelijk scenario van de Britse scenarist Steven Knight, pakt de verwijzingen naar Casablanca nogal onhandig aan. De film verwijst in het eerste uur voortdurend naar die beroemde voorganger, en hoopt zo natuurlijk een graantje mee te pikken van het magische aura van die film. Maar het verhaal is dan weer zo anders dat de filmmakers de vergelijking ook uit de weg gaan. Dat is misschien handig, want die vergelijking kan alleen maar nadelig uitpakken voor Allied. Maar voor de kijker zijn dat toch tamelijk verwarrende en frustrerende manoeuvres. Allied roept halfslachtig de glamour en de romantische wereld van oud-Hollywood op.

Net als die beroemde voorganger begint Allied welbewust in Casablanca in 1942, en we zitten ook al snel in een fraaie bar. De Canadese spion Max (Brad Pitt) moet daar contact zien te leggen met de Franse verzetsstrijdster Marianne (Marion Cotillard). Het stel geeft zich uit voor een Frans echtpaar, maar hun geheime missie is om de ambassadeur van nazi-Duitsland om te leggen tijdens een receptie. Na hun missie herenigt het stel zich in Londen tijdens de Blitz, trouwt en krijgt een dochtertje. Maar dan krijgt Max van zijn superieuren te horen, dat Marianne weleens een Duitse dubbelspion kan zijn.

Regisseur Zemeckis is beroemd vanwege zijn actiekomedies (de Back to The Future-reeks) en andere films die zwaar leunen op special effects. Ook in Allied steken de – schaarse – actiescènes ver uit boven de scènes met vooral dialogen, die nogal stug blijven. Allied lijdt ook onder ongemakkelijke verschuivingen van toon. De eerste helft is een hoop, bij vlagen onderhoudende, onzin over twee spionnen die ongemakkelijk om elkaar heen draaien, verliefd worden, maar nooit van elkaar weten of ze elkaar nu bedriegen of niet. „Ik hou de emoties echt, dat werkt het beste”, legt Marianne uit. Spioneren is soms net acteren, en vice versa. Dat geeft aan de eerste scènes met Cotillard en Pitt een aardige dubbele bodem.

De tweede helft is behoorlijk serieus en dramatisch. Het is ook weer geen kleinigheid als je vrouw en de moeder van je kind mogelijk een verrader is, die tegen een doodvonnis aankijkt. Dan wordt Allied meteen een stuk beter, maar de gemankeerde, James Bond-achtige opening verhoudt zich slecht met dat vervolg.

Cotillard is als altijd een sterke, dramatische actrice. Brad Pitt is aanvankelijk nogal vlak en levenloos. Maar zeker tegen het einde komen er momenten voorbij waarin Pitt wél alles uit de kast haalt, en ruim baan geeft aan woede en wanhoop. Dan blijkt hij toch een acteur te zijn die niet valt af te schrijven. Frustrerend. Had hij dat maar vanaf het begin gedaan.