‘De overheid moet niet bang zijn om te falen’

Maarten Camps

Begin met experimenten om lastige kwesties als de arbeidsmarkt aan te pakken, zegt Maarten Camps, secretaris-generaal bij Economische Zaken.

Maarten Camps (links), secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, in juli 2015, met staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken en staatssecretaris Sharon Dijksma van Infrstructuur en Milieu. Foto Bart Maat / ANP

De overheid moet niet bang zijn om lastige vraagstukken aan te pakken, zoals de hervorming van de arbeidsmarkt en de overgang naar een groene economie. Door burgers en bedrijven meer te betrekken en te experimenteren met nieuw beleid, kan de overheid slagvaardiger en sneller worden.

Dat zegt Maarten Camps (52), secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, in zijn nieuwjaarsartikel in het tijdschrift Economische Statistische Berichten dat deze donderdag wordt gepubliceerd. De traditie van een ‘economische Troonrede’ door de hoogste ambtenaar op het ministerie is in 1957 ingezet. Voor Camps is dit zijn vierde nieuwjaarsartikel.

De overheid durft niet, schrijft u. Waar ziet u dat in terug?

„De laatste jaren zijn stappen gezet met thema’s waar lang mee is gewacht: het ontslagrecht, de verhoging van de pensioenleeftijd, de afbouw van de hypotheekrente. We moeten voorkomen dat we in de toekomst meer thema’s laten liggen. We kunnen alle oplossingen vooraf proberen te doorgronden, maar dat kan toch niet aan de tekentafel. Begin gewoon met experimenteren, je moet eerst ervaren hoe iets werkt. Neem het idee van rekeningrijden om files terug te dringen. Ook daar is lang over gepraat, er zou een experiment komen, maar dat is niet uitgevoerd. Nu ligt het vraagstuk er nog steeds. Het is uiteindelijk een politieke keuze, maar veel mensen hikken er tegenaan.”

Waarom durven bewindspersonen en ambtenaren niet?

„Er is veel aandacht voor de risico’s en onzekerheden van beleid. Ik heb weleens het voorbeeld gegeven van de ov-chipkaart. Er was veel discussie toen die werd ingevoerd. Is het niet gevaarlijk, kan hij gehackt worden?”

En dat bleek ook te kunnen.

„Maar er was weinig aandacht voor het succes. Zwartrijden is gedecimeerd, dankzij de ov-chipkaart. Wat ik wil zeggen: je moet de risico’s het debat niet laten domineren.”

In uw nieuwjaarsartikel van 2016 zei u ‘beleidsmakers moeten leren omgaan met onzekerheid en vernieuwing’. In 2015 zei u ‘de overheid moet lef tonen rond kennis en technologie’. Lukt het u om de overheid een beetje moed in te praten?

Niels Blekemolen, een van de fotografen van deze krant, is zzp’er. Op 1 december brak hij zijn enkel. „Dan kun je als fotograaf niet veel doen, ja, hooguit wat studiowerk. Maar ook dan ben ik nog afhankelijk van de hulp van assistenten of vrienden. De afgelopen weken heb ik daarom bijna niet gewerkt en dus ook geen inkomsten gehad. Wel ben ik aangesloten bij een broodfonds, Zo ben ik toch, deels, verzekerd van een inkomen. Ik ben overigens geen voorstander van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Een broodfonds vind ik flexibeler. En ik spaar veel. Over twee weken mag het gips eraf. Daarna is mijn agenda gelukkig weer volgepland.”. Foto Bob van der Vlist

„Nou, ik moet zeggen, we zijn nu in Nederland en Europa bezig om regelgeving toekomstbestendig te maken. Uitgangspunt is dat regels niet iedere keer hoeven worden aangepast als de technologie verandert. Denk bijvoorbeeld aan de bescherming van het intellectuele-eigendomsrecht, die niet hoeft te worden aangepast bij de komst van nieuwe technologie als 3D-printing. Ik zal niet direct zeggen dat dat komt door mijn artikelen, maar ik herken de geest waarin dit gebeurt.”

De overheid moet burgers en bedrijven meer betrekken, zegt u. Hoe?

„Je ziet dat burgers, bedrijven en organisaties zelf aan de slag gaan met maatschappelijke vraagstukken, op het gebied van zorg, veiligheid, voedselvoorziening. Op het vlak van energie zie je dat burgers energiecollectieven vormen en zo bijdragen aan duurzaamheid: een overheidsdoelstelling. Wij kunnen wel bedenken hoe dat moet, maar als mensen zelf oplossingen vinden, kun je ze ook betrekken, samen experimenten bedenken en zo draagvlak creëren voor beleid.”

U heeft het over een ‘lerende overheid’. Is dat een overheid die probeert, soms faalt en weer opstaat?

„Ja, het is belangrijk dat je accepteert dat het weleens misgaat. Als je niet valt, kun je ook niet leren lopen.”

Zo pleit u voor een experiment met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers.

„Ja, alle zelfstandigen zoals zzp’ers krijgen dan zo’n collectieve verzekering, maar met de optie om haar niet te nemen: een opt out. Het zou kunnen dat zich dan een inkomensgrens aftekent tussen afhankelijke zelfstandigen die de verzekering nodig hebben en zelfredzame zelfstandigen die het risico zelf willen en kunnen dragen. Voor die eerste groep zou je bijvoorbeeld de verzekering daarna echt kunnen verplichten. Vervolgens moet je kijken, laat ik ze de premie volledig betalen of moet er iets van solidariteit geregeld worden?”

Veel zzp’ers verdienen te weinig voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen. Kunnen zij opdrachtgevers een toeslag vragen?

„Dat zou kunnen. Dat is onderdeel van het experiment. Het is precies het probleem dat je wilt oplossen. Ik denk dat daar de markt zijn werk zou moeten doen. Zzp’ers zouden hogere prijzen kunnen gaan vragen.”

U wilt gaan experimenteren met álle zzp’ers? Dat zijn er ruim één miljoen.

„Ja, je kunt iedereen in het experiment betrekken. Maar je kunt ook kleiner beginnen met bijvoorbeeld de bouw, een grote sector met relatief veel afhankelijke zzp’ers.”

Wanneer kan zo’n proef beginnen?

„O, dat kan heel snel. Hoe groter het experiment, hoe meer voorbereiding het vergt, maar dit kan binnen een jaar.”

Weet u nog waar uw nieuwjaarsartikel van 2014 over ging?

„Ja, dat ging over het niet wachten met, maar blijven nadenken over de hervormingen van morgen.”

Ja, nadenken over fundamentele hervormingen. Zoals voor zzp’ers.

„Dat stond daar ook in, ja.”

Ja, het ging over een nieuw stelsel rond arbeidsongeschiktheid en pensioen voor zzp’ers. Wat zegt dat?

„De discussie ging toen om een stelsel voor álle werkenden, dat was nieuw. Maar je ziet dus dat er veel over wordt gesproken, maar het niet opschiet.”

U pleit ook voor een experiment met een nationale minimumprijs of CO2-norm. Hoe werkt dat?

„We hebben nu een Europees handelssysteem voor rechten op CO2-emissies. Dat functioneert nu niet optimaal, omdat de prijs voor de uitstoot van een ton CO2 te laag is om bedrijven te prikkelen duurzamer te produceren. Het is 5 à 6 euro per ton, terwijl het 60 tot zelfs 300 euro zou moeten zijn om het gewenste effect te hebben. Er wordt wel gepraat over prijsverhoging in Brussel, maar ja, niet iedereen in Europa is enthousiast over een fors hogere CO2-prijs. Als we in Nederland zélf een norm of minimumprijs instellen, in combinatie met steun voor innovaties om CO2-uitstoot te verminderen, kunnen we de industrie stimuleren en koploper worden.”

Als we hier kolencentrales sluiten om minder CO2 uit te stoten, kunnen andere landen weer meer uitstoten. Is dat ook niet het risico hiermee?

„Dan zijn we eerder op de weg terug dan vooruit, ja. Mijn experiment richt zich daarom ook met name op de industrie zelf. Nogmaals, zo’n norm of minimumprijs moet vooral investeringen in duurzame technologie stimuleren. Het gaat daarbij niet alleen om het terugdringen van de CO2-uitstoot.”

Burgers en bedrijven popelen om de overheid te helpen, zegt u. Maar is de overheid daar wel klaar voor?

„De overheid is al bezig om de luiken open te zetten. Bij Economische Zaken hebben we nu ruim een jaar het programma Samen in Beleid. Dat gaat precies hierover: hoe kunnen we meer met de samenleving ontwikkelen en minder vanuit onze ivoren toren? Waarbij die ivoren toren natuurlijk een achterhaalde karikatuur is.”