Alleen de puzzel van The New York Times is welkom in China

Censuur

Xi Jinping wil zuiver internet. De app van The New York Times is niet meer toegankelijk.

Sinds begin deze maand kunnen Chinezen de Engels- en Chineestalige apps van The New York Times in iTunes niet meer aanschaffen. Foto Reuters

China heeft Apple in de houdgreep. Eerst kreeg het Amerikaanse bedrijf opdracht iBooks Store en iTunes Movies te sluiten en sinds begin deze maand kunnen Chinezen de Engels- en Chineestalige apps van The New York Times in iTunes niet meer aanschaffen.

Apple en de Cyberspace Administratie van China, de internet-waakhond, zwijgen over de exacte redenen waarom Chinezen voor het eerst niet langer toegang hebben tot de tweetalige apps van een van de belangrijkste kranten ter wereld.

Curieus genoeg is er een uitzondering gemaakt voor de app van de beroemde kruiswoordpuzzel van de krant. De talrijke puzzelliefhebbers op het Chinese vasteland kunnen gerust zijn.

Alles wijst erop dat de app van de Amerikaanse krant het eerste internationale slachtoffer is van een nieuwe, in juni 2016 gepubliceerde verordening. Daarin staat dat applicaties die „de nationale veiligheid, de sociale stabiliteit en de belangen van anderen” kunnen schaden verboden zijn. Dat soort apps mogen ook geen „verboden informatie” verspreiden. Het is een kwestie van tijd of ook de apps van andere, vooral Engelstalige mediabedrijven zullen verboden worden. The Guardian vermoedelijk als tweede.

Voor Chinezen verboden informatie verspreiden, doen alle internationale media in China, maar The New York Times wordt in de Chinese partijtop beschouwd als „de valste hond op het erf” (dixit de partijtabloid Global Times) Sinds de publicatie van onthullende artikelen over de vermogens van de families van partijleiders waren de Engelse en Chinese websites al geblokkeerd.

Apple is nu op sociale media in het westen de gebeten hond. Apple-baas Tim Cook die vaak in China is en goede banden met de partijtop heeft, wordt ervan beticht een knecht te zijn van de Cyberspace Administratie en de staatsveiligheid-diensten.

Niets wijst erop dat Apple zich stevig heeft verzet tegen de eis om iTunes te zuiveren van The New York Times, maar veel keus heeft het bedrijf niet gehad.

China als grootste afzetmarkt

China is na de VS de grootste afzetmarkt voor iPhones en iPads, die ook vrijwel allemaal in China worden geproduceerd. Een kwart van de mondiale omzet wordt in China geboekt.

Bij eerdere incidenten heeft Apple zich verdedigd met het argument dat de onderneming geen media-, maar een beursgenoteerd commercieel bedrijf is. Dat is een argument dat ook door Facebook, Twitter en Google wordt gebruikt om toegang te krijgen tot de grootste en snelst groeiende internetmarkt ter wereld. Facebook dat in China zonder speciale software niet te bereiken is, spant zich al jaren in om toegang te krijgen tot China. Mark Zuckerberg leert zelfs Chinees. In november werd bekend dat Facebook werkt aan speciale software om het sociale medium te zuiveren van teksten, foto’s en video’s die door de Chinese censuur zijn verboden. En ook Google dat in 2010 principieel weigerde mee te werken met de Chinese censuur en daar veel lof voor oogstte, wil graag terug naar China waar de zakelijke online-advertentiemarkt met rond de 20 procent per jaar groeit.

Dat ondernemingen als LinkedIn en Microsoft nog steeds in China zaken doen, komt omdat deze bedrijven nauw samenwerken met de censuur. LinkedIn ziet toe op de inhoud van de berichten en controleert gebruikers in China. Microsoft levert censuur-software aan de autoriteiten.

Buitenlandse techbedrijven

Algemeen verwachten experts en mediabedrijven dat China onder leiding van Xi Jinping de greep op het internet de komende jaren nog verder zal uitbreiden. Xi Jinping is vast van plan het Chinese internet te kneden en „te renoveren” naar de inzichten van de Communistische Partij. Het zit China nog steeds dwars dat het internet een buitenlandse technologie is en geen Chinese vinding. Alles op alles wordt gezet om in de nabije toekomst eigen „kerntechnologieën” te ontwikkelen.

China is voorlopig nog afhankelijk van buitenlandse technologiebedrijven. En dat is de reden waarom grote software-makers als Microsoft en Qualcomm nog in China zijn. Het internet afsluiten is geen optie meer en daarom omarmt Xi het internet voor commerciële, economische, educatieve en persoonlijk doelen. Op deze terreinen is het internet net zo vrij als in het westen.

De grens wordt getrokken bij de vrijheid van meningsuiting, opinievorming, porno en misdaad. „Het internet is geen wetteloze plaats: het gebruik van het internet om actie te voeren, op te ruien en de omverwerping van de overheid te preken zullen resoluut worden afgestopt en worden onderdrukt”, aldus Xi’s marsorder aan de censuur en de veiligheidsdiensten.

„Natuurlijk betekent dat niet dat er geen meningen uitgewisseld kunnen worden, maar meningen die moeilijkheden veroorzaken of de wet breken, moeten worden bestreden. Het internet is een macht, die het best gedijt in een institutionele kooi”, zei Xi, die zich meer nog dan zijn voorgangers opwerpt als de beschermheer van een „schoon en deugdzaam internet”. En daar past The New York Times dus niet in, een groter compliment is misschien nauwelijks denkbaar.