Brussel wil de cookiewet aanpassen

Internet

De Europese Commissie wil per wet de privacy van Europeanen versterken , onder andere door de cookiewet te versimpelen.

Foto Istock

De Europese Commissie wil de privacy van internetgebruikers beter beschermen. Dinsdag kwam het dagelijks bestuur van de Europese Unie met een pakket maatregelen. Onderdeel daarvan is een aanpassing van de cookiewet, waar al jaren veel kritiek op is.

De nieuwe wetgeving regelt dat internetgebruikers niet meer per individuele website toestemming hoeven te geven voor het opslaan van cookies. Dit zou namelijk averechts werken: veel mensen klikken de cookiemeldingen routinematig weg.

In de toekomst hoeven gebruikers slechts één keer aan te geven of zij privacygevoelige cookies, die surfgedrag bijhouden voor bijvoorbeeld adverteerders, willen accepteren.

Voor andersoortige, minder privacygevoelige cookies kan geen toestemming of weigering meer worden gegeven door internetters. Dan gaat het om cookies die bijvoorbeeld het aantal bezoekers van een website tellen, of die onthouden wat je bij een webshop in je ‘winkelmandje’ hebt.

Deze verandering kan forse gevolgen hebben voor internetbedrijven zoals Google die geld verdienen aan de verkoop van persoonlijke advertenties. Als veel internetgebruikers het opslaan van cookies uitschakelen, dan leidt dat in potentie tot een daling van advertentieinkomsten.

Adblockers

Tegelijkertijd komt de Commissie tegemoet aan bedrijven die geld verdienen aan online advertenties. Websites wordt onder de nieuwe wetgeving toegestaan te controleren of bezoekers programma’s gebruiken die advertenties blokkeren - zogeheten adblockers. Doen gebruikers dat, dan kunnen websites hen verzoeken het programma uit te schakelen, of de gebruiker zelfs te weren van de site.

De Commissie vindt ook dat gebruikers van elektronische berichtendiensten als Whatsapp, Facebook, Messenger en Skype betere bescherming moeten krijgen. De oude privacywetgeving gaat op dit moment slechts over zaken als bellen en sms’en, niet over nieuwe communicatievormen als chatten via smartphones of tablets of het versturen van e-mails.

Diensten moeten in de toekomst nadrukkelijk de vertrouwelijkheid van de communicatie van hun gebruikers garanderen. Ook dienen ze toestemming te vragen voor het verwerken van deze gegevens.

Het wetsvoorstel moet eerst nog door het EU-parlement en de EU-lidstaten worden goedgekeurd voordat het in werking kan treden. Dat proces kan in het slechtste geval enkele jaren in beslag nemen.