Recensie

Te lang, te vet maar wel heel spannend

De gruwel en bijbelse symboliek ligt er in Brimstone dik bovenop . Maar tijd om daarover na te denken heb je tijdens het kijken van deze western niet. ●●●●

Als hij kan inzoomen op een schedel waar hersenen uitpuilen, zal hij het doen. Koolhoven laat in Brimstone schijnbaar geen kans onbenut om dierenkadavers, menselijke ingewanden of andere bebloede lichaamsdelen te tonen. Als je er iets langer bij stilstaat is het wat veel van het goede, net als de talrijke momenten waar de bijbelse symboliek er dik bovenop ligt. Maar tijd om daarover na te denken heb je tijdens het kijken van deze western niet: vanaf de eerste scène grijpt Koolhoven je bij de keel en gunt je geen moment om weg te mijmeren, tot het laatste schot geklonken heeft.

Koolhoven vertelt zijn verhaal over een stomme vrouw (Dakota Fanning) en een door haar geobsedeerde dominee (Guy Pearce) niet chronologisch. De regisseur van Oorlogswinter (2008) past de verteltechniek zo toe dat ieder element – zoals hoe Fanning haar spraak is kwijtgeraakt – op exact het juiste moment betekenis krijgt, zodat de spanningsboog nergens onderbroken wordt.

Lees de analyse over vrouwen in westerns: Het spectrum tussen hoer en madonna

De eerste hoofdstukken van de film met de namen van bijbelboeken: Openbaring, Exodus, Genesis vertellen in omgekeerde volgorde waarom vroedvrouw Liz Brundy haar ogen openspert wanneer een nieuwe dominee met gehavend gezicht hun kleine gemeenschap de eerste maal toespreekt. Achteraf gezien lijken haar eerste reacties in de film op deze sadistische predikant lauwtjes. In een vierde hoofdstuk dat de veelzeggende titel ‘Vergelding’ heeft, komt de ontknoping waar al meer dan twee uur naar is toegewerkt.

Hoofdrolspeler Dakota Fanning vertelt over haar rol in Brimstone

Koolhovens idee om zijn western behalve in bordelen en boerderijen te laten afspelen in een kleine protestantse gemeenschap, werpt zijn vruchten af. Het zorgt mede voor de benauwende sfeer van Brimstone, ondanks de talrijke adembenemende landschappen. De dreigende aanwezigheid van Pearce is bijna continu voelbaar – zijn vakkundige Hollands-Engels accent is het enige grappige element in de film. En als de dominee niet achter Brundy aanzit, zijn er wel andere mannen die het op haar lichaam en dat van de andere vrouwen (o.a. Carice van Houten) in de film gemunt hebben. Fanning toont hoe je zonder tong een geweldige scream queen en heldin kunt zijn.

Hoewel de film een half uur korter had gekund is er tijdens het kijken toch weinig tijd om na te denken over het label ‘feministisch’ dat veelvuldig op de film wordt geplakt. Gelukkig. Bij een thriller waar letterlijk ieder vrouwelijk personage – meestal met zo weinig mogelijk kleding aan – op een bepaald moment mishandeld wordt door een man, voelt die discussie een beetje potsierlijk aan. Zelfs als het hoofdpersonage „een strijdster” wordt genoemd.

    • Sabeth Snijders