Opinie

    • Roxane van Iperen

‘Supportersplaag’ mag wel en ‘asielplaag’ niet? Klopt!

Asielzoekers zijn afhankelijk van ons, schrijft Roxane van Iperen. Daarom moeten media, in dit voorbeeld De Telegraaf, beter letten op de lading van de woorden die ze gebruiken.

Afgelopen juni blokkeerden bewoners de weg naar het vakantiepark in Oranje waar asielzoekers worden opgevangen. ANP / Vincent Jannink

Jammer dat er weer een kans op debat over een belangrijk onderwerp is gekaapt door de meningenmachine die ons land is geworden. Boven een artikel in De Telegraaf over een kleine groep economische migranten die in meerdere EU-landen asielaanvragen doet, stond de kop ‘Kansloze asielplaag ongehinderd verder’. Op sociale media ontstonden felle discussies over deze kop, die volgens velen dehumaniserend zou zijn. Boycot die krant, klonk het alom. Uiteindelijk verzandde het debat, geheel conform het patroon, in een welles-nietes-strijd op schoolpleinniveau tussen links en rechts, ‘deugmensen’ en ‘realisten’, benoemers en ontkenners. Maar als je het onderwerp feitelijk benadert, zul je zien dat de meesten het redelijk met elkaar eens zijn.

Ten eerste over het woord ‘plaag’. Naar het effect van woorden, metaforen en eufemismen op gedrag is veel onderzoek gedaan. Victor Klemperer registreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog al hoe de taal van het Derde Rijk het volk ethisch in slaap wiegde: zo werd ‘deportatie’, het gedwongen wegvoeren van mensen naar strafkampen, op enig moment ‘evacuatie’, het helpen wegkomen van mensen uit een gevaarlijke situatie.

De Amerikaanse overheid herdefinieerde een paar jaar geleden het begrip ‘hongerstaking’ van gevangenen van Guantanamo Bay naar ‘lange termijn niet-religieus vasten’, waarmee een belangrijke daad van protest opeens een soort hipsterdieet werd.

Lees ook: De Telegraaf onder vuur wegens ‘xenofobe’ koppen over asielzoekers

Het manipuleren van de gevoelswaarde van woorden heeft effect op de perceptie van schuld en aansprakelijkheid, en daarmee op het handelen van mensen, of juist het gebrek daaraan. Het ergste voorbeeld is het systematisch vergelijken van mensen met insecten, waardoor een medemens vermoorden gevoelsmatig wordt gedegradeerd tot het vervelende doch noodzakelijke klusje van verdelging – soms eindigend in genocide. Joden werden in woord en beeld vergeleken met ratten en luizen, Tutsi’s met kakkerlakken. Natuurlijk bedoelde De Telegraaf niets van bovengenoemde – de verbazing over de gevoeligheid bij het woord ‘plaag’ toont tenminste het gebrek aan historisch besef.

Dit is geen censuur

De kracht van de overtuiging ligt niet alleen bij de inhoud, ook vorm speelt een belangrijke rol. Of iets in een krant of glossy staat, of een boodschap door een nieuwslezer of een showpresentator wordt gebracht, maakt veel verschil. Bij een krant zijn we sneller geneigd de inhoud als waar aan te nemen. Daar ligt een verantwoordelijkheid die niet kan worden weg gerelativeerd door naar de juistheid van het artikel zelf te verwijzen; in een wereld die meer dan ooit wordt beheerst door soundbites zonder context dienen begeleidende koppen die verantwoordelijkheid te ondersteunen.

Er zullen mensen zijn die, ook na deze toelichting, het hele gebeuren zwaar overtrokken vinden; zoals Telegraaf-columnist Rob Hoogland schrijft dat je in dit land blijkbaar „wel over een supportersplaag mag spreken, maar niet over een asielplaag”, omdat het begrip asiel voor sommigen heilig is.

Maar wezenlijke verschillen met andere onderwerpen zijn in dit geval de herhaling en de machtsverhouding. Sinds het begin van 2015 is er een enorme toename in de berichtgeving over vluchtelingen te zien in alle landelijke dagbladen, waarbij in de betreffende krant, De Telegraaf, al vaker woorden als ‘asieltuig’ of ‘asielinvasie’ werden gebruikt – overigens is daarbij niet gezegd dat andere kranten hun berichten niet ook ‘laden’, positief dan wel negatief.

Daarnaast is het grote verschil tussen het herhaaldelijk zwartmaken van vluchtelingen en bijvoorbeeld hooligans of bankiers, de machtsverhouding: in hoeverre wij beschikken over hun levens. Laatstgenoemden zijn voor hun toekomst en positie in onze samenleving niet afhankelijk van de publieke opinie, mensen die hier asiel zoeken wel – direct en indirect.

In plaats van één schuldige aan te wijzen, zoals nu gebeurt, of weer te verzanden in de niet-bestaande tegenstelling tussen fatsoen en realisme, zou dit een goed moment zijn om te reflecteren op de gevoelswaarde die de afgelopen zestien jaar is ontstaan rondom mensen die in ons land een betere toekomst zoeken: van vluchteling naar asielzoeker naar gelukzoeker naar plaag.

Juist als je een realistisch debat wil over gewenste capaciteit, criteria voor een verblijfsvergunning, de achtergrond en religie van mensen, criminaliteit, uitzetting en integratie, moet eenieder zich bewust zijn van het effect van de lading van woorden nog vóór de discussie goed en wel is begonnen.

En ja: die verantwoordelijkheid is groter voor journalisten, de media en gezagsdragers. Dat is geen censuur, dat is je vak serieus nemen.

    • Roxane van Iperen