Ryanair krijgt klacht als boemerang terug

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht: vliegbelasting en handelsverdragen.

Foto AFP

Klagen kan averechts uitpakken. Dat merkte de Ierse luchtvaartmaatschappij Ryanair, die bij de Europese Commissie een klacht indiende over oneerlijke concurrentie door de twee verschillende tarieven voor vliegbelasting die Ierland van april 2009 tot maart 2011 hanteerde: 2 euro per passagier voor vluchten tot 300 kilometer afstand van Dublin en 10 euro per passagier naar verdere bestemmingen.

Na de klacht maande de Commissie de Ierse regering het onderscheid op te heffen, wat gebeurde. Ryanair blij, zou je denken. Maar de Commissie eiste ook dat Ierland geld van de vliegmaatschappijen vorderde, omdat die via het lagere tarief bijna twee jaar lang impliciet verboden staatssteun hadden genoten. Ze moesten het verschil (8 euro per passagier) alsnog afdragen.

Dat pikten Ryanair en het eveneens Ierse Aer Lingus niet. Zij vochten de vordering aan bij het Gerecht van de Europese Unie. Dat besliste begin 2015 dat de Europese Commissie er niet zonder meer van uit had mogen gaan dat de steun in alle gevallen 8 euro per passagier had bedragen. Zij had moeten onderzoeken in hoeverre de bedrijven het directe profijt van het lagere tarief ook daadwerkelijk hadden benut. En dat was niet gebeurd.

Flauwekul, meende de Europese Commissie. Zij kreeg in hoger beroep kort voor de jaarwisseling gelijk van het Hof van Justitie van de EU. Het Hof oordeelde dat het Gerecht een „onjuiste rechtsopvatting” had gevolgd: de vraag naar het eventuele profijt van het lagere tarief betreft een raming en deze raming is niet relevant voor de terugvordering van de illegale steun. In de stukken staat niet welke bedragen de bedrijven moeten betalen, maar tegen vakblad Air Transport World zei de woordvoerder van Ryanair dat het voor zijn maatschappij om 12 miljoen euro ging. Voor Aer Lingus zou het om 4 miljoen gaan.

www.rechtspraak.nl: ECLI:EU:C:2016:990