Column

Principes waarmee je principes kunt maken

Hoe ik als jong mens daar ooit ben terecht gekomen, weet ik niet meer. Iemand moet me hebben aangemeld bij het opleidingsinstituut van de Israëlische vakbondsbeweging. Zo kwam het dat ik er ooit een week lang intern een cursus volgde over sociale rechtvaardigheid. Een beetje fragiel zat ik tussen ouderwets gestaalde kaders, Israëlische ploegbazen, Afrikaanse landbouwkundigen, twee Duitse sociologen en een kapster uit Manchester die zo slecht Engels sprak dat niemand haar verstond.

Op de eerste dag lazen we een toneelstuk over een groep pioniers, op weg naar nieuw land om daar een staat te vestigen. De toneelpersonages zaten ’s avonds op een heuvel bij het kampvuur en bespraken welke principes van rechtvaardigheid de nieuwe staat moesten gaan regeren. Zodra het licht werd, zouden ze de heuvel afzakken om in het dal hun ideaal te gaan verwezenlijken. Wij, de cursisten van het opleidingsinstituut, gingen na het lezen van dit stuk op diezelfde manier samen beslissen welke sociale principes het best verdedigbaar zijn.

Laten u en ik hier vandaag nou op precies zo’n zelfde heuvel zitten, picknickmand naast ons, toekomst voor ons – we moesten het ook maar eens over basisprincipes hebben. Al geef ik meteen toe dat er iets kitscherigs in die hele heuvelopstelling zit. Lees Martin Amis erop na. In zijn roman The Information voert hij bestsellerauteur Gwyn Barry op, onuitstaanbare schrijver van abominabele succesromans, die steeds dezelfde twaalf mensen laat samenkomen in een bos – of „in een naamloos en misschien denkbeeldig maar beslist zeer gematigd achterland” – om te praten over ‘sociale rechtvaardigheid’. Twaalf hopeloos correcte modelpersonen met hun voet op een boomstam.

Maar goed, kan mij het schelen, kitsch of niet, wij gaan het vandaag gewoon zo doen. U bent Amis’ humorloze modelpersoon met visioenen van een wereld zonder haat. Ik ben zijn geretardeerde progressieveling die ervan droomt het toeval af te schaffen. We zitten op een heuvel en wachten tot de zon opkomt. Om ons heen hangen tal van parallelle groepen rond hun eigen kampvuren. Hier en daar worden de pioniers uit dronkenschap luidruchtig; verderop wordt lelijk gevochten. Voor ons in de nacht strekt zich de toekomst uit.

Die beginselen die we moeten kiezen, zitten aan de abstracte kant van de ethiek, de kant van de meta-ethiek. Als ik wel eens beweer dat moraal een praxis is, dat waarden en principes zich uitdrukken in het handelen, dan bedoel ik daarmee niet dat abstracties overbodig zijn. Integendeel. Zonder praktijk heb je niets aan gebabbel over richtsnoeren, maar zonder richtsnoeren heb je geen prettige praktijk. Daarom zitten we hier dus heel intellectueel op die heuvel, hoog boven de praktijk, om straks weer af te dalen.

De hoge taak die ons wacht is niet om zomaar principes te maken, maar principes waarmee je principes kunt maken. We moeten de voorwaarden formuleren die we aan regels stellen. Een regelgenerator bouwen. Voor zo’n generator zijn door de eeuwen heen steeds voorstellen gedaan. In een tijd waarin het handelende individu in zwang kwam, bouwde Kant zijn categorische imperatief. Niet zomaar een regel, maar een regel om regels mee te maken. „Handel alleen volgens die maxime waardoor je tegelijkertijd kunt willen dat zij een algemene wet wordt.” In de tijd van de emancipatiebewegingen bouwde John Rawls een soort heuvelopstelling, de Oorspronkelijke Positie, waarin mensen principes konden kiezen zonder vooraf te weten wat hun eigen sociale status in de praktijk zou zijn.

De regelgeneratoren zijn methodes om te zorgen dat je niet partijdig bent ten gunste van jezelf. Methodes om los te komen van je identiteit. Niet omdat je die niet hebt, maar omdat je probeert een vogelperspectief in te nemen: welke rechtvaardigheidsprincipes verkies je als je niet jezelf bent maar een ander? Aan welke voorwaarden moeten regels voldoen om voor iedereen eerlijk te werken?

Op dit bijzondere moment in de geschiedenis, nu in deze nacht, kijken we uit over een dal, een toekomst, waarin de beslissingen niet langer alleen door de mens genomen gaan worden. Daarom vinden we onszelf opeens weer terug op de heuvel rond het kampvuur: om na te denken over een fonkelnieuwe, toekomstbestendige regelgenerator. Eentje die regels kan maken voor een praktijk waarin we misschien een machine blijken te zijn.

De nacht is diep, het vuur dooft langzaam uit; links en rechts hoor je nog vaag het rumoer van vuurwerk en rellen. Is een kleine, superieure voorhoede al op weg naar het dal? Er valt niets te ontwaren. Ik strek mijn hand naar u uit. „We leven in interessante tijden”, fluister ik betweterig in uw humorloze oor. Maar u slaapt al.

Maxim Februari is jurist en schrijver. Deze column is wekelijks.