Dit gebeurt er als je uit je informatiebubbel breekt

Bubbelbrekers

Wie alleen gelijkgestemden volgt op sociale media, hoort nooit een tegengeluid. Er zijn Nederlanders die actief uit hun informatiebubbel willen breken. Maar dat blijkt lastig.

Illustratie Kazuma Eekman

Als Eva M. C. Zanen (34) op 9 november wakker wordt en haar vriend zegt dat Donald Trump de Amerikaanse verkiezingen heeft gewonnen, roept ze terug: „Nee! Je maakt een grap!” Even later tikt ze op Facebook in hoe ze zich voelt: „Alsof ik ben aangereden door een vrachtwagen.”

Zanen weet hoe dat voelt. In 2013 werd ze geschept door een vrachtwagen. Ze lag weken in het ziekenhuis. En die verkiezingsuitslag, zegt ze zonder twijfel, was een vergelijkbare ervaring. „Je waant je veilig. Je denkt: dit overkomt mij niet.” Ze zag de onvrede, de angst voor de ander, het wantrouwen in een systeem waarin zij gelooft. „Dat fundament viel helemaal weg.”

Sindsdien volgt ze PVV’ers. Bijna obsessief. Ze stelt vragen, probeert met mensen af te spreken. Haar redenatie: ik wil niet toekijken, ik wil het begrijpen.

„De zege van Trump overviel me totaal. Ik dacht: dat moet niet nog eens gebeuren. Als hij kan winnen, kan Geert Wilders dat ook. Ik wil de PVV’er begrijpen. Weten wat hun échte beweegreden is.”

Zanen gelooft dat ze vindt wat ze vindt doordat ze alles bekijkt door haar „Volkskrant-bril”. Maar wat nu als ze leest wat PVV’ers lezen? Als ze hen open vragen stelt? Zanen: „Je kunt wel zeggen: PVV-stemmers zijn bang, maar dat is zo vaag. We kunnen niks oplossen als we het probleem niet kennen.”

Lees ook NRC-columniste Floor Rusman over Het schoolplein op Twitter

Volgens de gangbare theorie raken mensen op internet steeds meer opgesloten in hun eigen informatiebubbel. Google, Facebook, Twitter, Apple: de grote tech-bedrijven vissen naar biografische informatie om gebruikers persoonlijke aanbevelingen te doen. ‘Vindt u deze nieuwssite leuk, probeer dan dit verhaal’.

Maar de meest vergaande personalisatie komt van mensen zelf: wie alleen gelijkgestemden volgt op sociale media hoort nauwelijks een tegengeluid. Na de verkiezing van Trump bleek uit verhalen van Facebookgebruikers hoe sterk die bubbel kan zijn. „Ik lees nooit iets positiefs over Hillary Clinton”, zei een radiopresentator uit Nebraska tegen de Britse krant The Guardian. „Ik wist niet dat dat bestond.”

Ook Nederland ontkomt niet aan de digitale verzuiling. Volg het debat op sociale media en je kan de scheidslijnen dromen. Het is ‘de onderbuik’ tegen ‘grachtengordelelite’, ‘anti-islamitisch rechts’ versus ‘politiek correcte wegkijkers’. In die loopgravenoorlog hebben beide kampen zich diep verschanst. Ze komen zelden nader tot elkaar.

Die verkokering leidt tot polarisatie in de samenleving, waarschuwen wetenschappers. Studies tonen dat mensen die nooit uit hun informatiebubbel komen, extremere ideeën ontwikkelen en minder tolerantie kunnen opbrengen voor afwijkende meningen. Maar hoe breek je uit de bubbel, en wat levert het op?

Progressieve fans van Trump

Het goede nieuws is dat de behoefte aan wederzijds begrip groot lijkt. Op een oproep van NRC op Twitter en Facebook reageren in nog geen halve dag tientallen mensen. Conservatieven die bewust linkse nieuwssites volgen, melden zich. Atheïsten die op islam-Facebookgroepen rondhangen. Progressieven die massaal fans van Trump, Wilders en journalist Wierd Duk zijn gaan volgen. Ze vertellen hoe moeilijk het is een serieus debat aan te gaan op sociale media. Dat hun zoektocht lang niet altijd tot toenadering leidt. En ook: hoe confronterend het kan zijn om jezelf te laten overtuigen.

Arnaud-Jan de Braal (25), student communicatie, probeert al een tijd uit zijn rechts-conservatieve bubbel te breken. Hem viel op dat mensen zoals hij vaak worden weggezet als dom of bang, als mensen die zich niet aan de feiten houden. Hij besloot zich breder in te lezen. Linkse stemmen te volgen om dat verwijt te begrijpen. Niet dat hij nu meteen van gedachten veranderde. „Zij zeggen: 70 procent van de vluchtelingen heeft geen slechte bedoelingen. Waarom mag je dan niet bang zijn voor die andere 30 procent?”

Houvast, zoeken naar begrip – dat is het antwoord dat de meesten geven op de vraag waarom ze uit hun digitale zuil proberen te komen. Edwin van der Veer, een vijftiger die zich herkent in de ideeën van de SP, zoekt daarom juist naar rechtse opvattingen op Twitter. „Ik wil de vinger aan de pols houden. Brexit en de verkiezing van Trump hoeven je niet te verrassen, als je goed blijft luisteren en lezen. Ik wil niet door zulk nieuws worden overvallen.”

Lees ook over een groep Nederlanders die zich afkeert van het nieuws. Weer een aanslag: zij willen er niks meer over lezen

Die zoektocht leidt lang niet altijd tot verzoening. De rechtse De Braal volgt een aantal linkse studenten journalistiek op Facebook. Door zich te verdiepen in hun ideeën en bronnen, hoopt hij munitie te verzamelen. „Ik ga heus niet als een blinde vink achter Breitbart aanlopen, maar ik heb het voorgevoel dat juist berichten uit progressieve hoek gekleurd zijn. Dat irriteert me. Ik zoek bewijs daarvoor.”

Michael van Dorp (32) is zelf links, maar begon onlangs willekeurig zevenhonderd linkse en rechtse mensen te volgen op Twitter. Twee maanden later al noemt hij het „een mislukt experiment”. Dichter bij elkaar kwamen hij en de rechtse Twitteraars niet. „Van de één op de andere dag rook mijn tijdlijn naar onderbuik. Ik ging discussies aan, maar dat leverde weinig op. Zo twitterde een vrouw dat de Nederlandse overheid actief beleid voert kindbruiden hierheen te halen. Toen ik een keurige link stuurde waarin stond dat die huwelijken sinds eind 2015 door de wet juist niet worden erkend, kreeg ik louter agressieve reacties.”

Zelden, zo blijkt uit de gesprekken, groeit de interesse voor de andere mening geleidelijk. De meesten kwamen tot dat besluit na de zege van Trump. Of bij het oplaaien van de Zwarte Piet-discussie. Zij, en ál hun vrienden, werden – verrassing! – ineens geconfronteerd met grote groepen die anders denken. Wie zijn dat dan, vroegen ze zich af. Hoe kan dat?

Vrijwel alle ‘bubbelbrekers’ die NRC sprak, hebben een zeker wantrouwen ten opzichte van wat zij de ‘mainstream media’ noemen: kranten, de publieke omroep. Want waarom werden ze anders zo door de ontwikkelingen verrast? Arnaud-Jan de Braal zegt: „Driekwart van de journalisten is links. Op tv schuiven altijd dezelfde mensen aan.” Het gevolg is, zegt hij, dat mensen zoals hij zelf op zoek gaan naar andere geluiden. Die je in de media, aldus De Braal, zelden hoort.

Niet prettig

Uit je bubbel stappen is helemaal geen prettige ervaring, zeggen de mensen die het kunnen weten. De één wordt „gillend gek van de woede en vuiligheid die ik op mijn tijdlijn binnenhaal”, de ander juist heel „pessimistisch”. Strategisch adviseur Kirsten Verdel (38) bijvoorbeeld. Ze leest NRC, en ook De Telegraaf, volgt traditionele nieuwssites en Amerikaanse alt-rightsites en onder haar socialemediacontacten zijn zeker 150 PVV-aanhangers.

Volgens haar wordt de „verkokering” in Nederland „met de dag erger”. „Groepen leven steeds meer langs elkaar heen.” Ze merkt dat het „wij-zij-denken” nu ook jongeren heeft bereikt. „Een paar jaar terug was dat nog iets van de volwassenen, daar deed je niet aan mee. Nu hoor ik de jongeren met wie ik in Rotterdam werk dezelfde toon aanslaan als sommige politici: ‘jij hoort hier niet thuis’.”

Niet iedereen deelt haar pessimisme. Begrip voor andermans standpunten leidt soms tot nieuwe overtuigingen. Advocaat Bart Wernik (29) kon zich moeilijk inleven in denkbeelden van feministen. „Die leggen op alle slakken zout, dacht ik.” Maar nu hij feministisch Twitter volgt, begrijpt hij vrouwen beter die zich bijvoorbeeld storen aan opmerkingen over hun uiterlijk. Edwin van der Veer veranderde van mening over Zwarte Piet. Na een „pittig gesprek” met iemand van de Black Lives Matter-beweging is hij nu „pro verandering”.

Ook op filmmaker Eva M.C. Zanen die actief met PVV’ers in gesprek probeert te gaan en hun nieuwsfeed volgt, heeft die veranderde omgeving effect. Ze realiseerde zich vorige week ineens dat ze bang is geworden voor aanhangers van de radicale islam. Op Facebook postte ze: „Die Wilders is eng charismatisch als je je er in onderdompelt. Ik hoop dat er genoeg mensen zijn die me een zwembandje toe gooien als ik kopje onder ga”.

Zanen aan de telefoon: „Ik zou nooit PVV stemmen, maar ik zie nu wel beter de menselijke kant. In de media lijkt het soms alsof de PVV’er een exotisch dier is. Ze worden geïnterviewd alsof ze ernstig ziek zijn. Maar als je ze spreekt, als je echt probeert te luisteren, hoor je ineens verhalen waardoor je ze snapt. Als jouw kinderen op school nauwelijks aandacht krijgen, omdat asielkinderen extra begeleiding nodig hebben, dan snap ik dat je dat vervelend vindt.”